Leerlingen basisschool Tiggeldobbe Winsum gaan halve dagen naar school

Basisschool Tiggeldobbe in Winsum. Foto DVHN

Maandag rond kwart over acht ’s ochtends komen in Winsum ineens kinderen tevoorschijn. Ze fietsen en lopen naar school. Rugzakje op. Ze fietsen naast hun moeder of zitten achterop. Wat zes weken lang niet meer te zien was, is opeens realiteit: de scholen zijn weer begonnen.

Op obs Tiggeldobbe in Winsum met 230 leerlingen gaan maandagochtend de helft van de kinderen naar school. De andere helft gaat ’s middags. De school heeft voor halve dagen gekozen om zo alle kinderen te zien, zegt directeur Jaap Rosema. ,,Zo houd je dagelijks contact met kwetsbare kinderen. Bovendien kun je kinderen 2,5 uur per dag echt les geven. Ze krijgen instructie, verwerken een deel op school en de rest van de verwerking doen ze als huiswerk thuis.’’ Kinderen krijgen de stof zo in kleine porties aangeboden. ,,Zo komt het onderwijs beter tot zijn recht.’’

Tegen het advies van minister

De school gaat daarmee in tegen het advies van minister Arie Slob. Hij adviseert hele dagen omdat dat beter aansluit op de buitenschoolse opvang (bso) en omdat het voor minder vervoersbewegingen zorgt. Meer ouders bij school, zorgt voor een groter risico op besmetting.

Bij de Tiggeldobbe is dat probleem niet, zegt Rosema. Het aantal kinderen dat naar de bso gaat, is klein en ja: de ene week moeten ouders ze dan zelf brengen. De andere week worden ze – net als anders – door de bso van school opgehaald. En bij wisseling van de dagdelen komen ouders elkaar op school niet tegen. De ene helft van de klas gaat van 08.25 tot 11:00 uur naar school en de andere helft van 12:15 uur tot 14:45 uur. Tussen de middag maken de conciërges lokalen, wc’s en deurklinken schoon zodat de nieuwe groepen weer van start kunnen.

Ouders verdeeld

Toch is de keuze op de Tiggeldobbe niet onomstreden. De ouders in de medezeggenschapsraad waren verdeeld. Sommige ouders hadden liever gehad dat hun kind(eren) de hele dag school ging(en), dan kunnen ze zelf makkelijker hun (thuis)werkzaamheden uitvoeren. Maar de school is er voor onderwijs en niet voor opvang, vindt Rosema. ,,Wij doen dit omdat we denken dat dit pedagogisch didactisch het beste is. Maar eerlijk gezegd: welk systeem je ook kiest geen enkele is ideaal.’’

Risicogroepen

Van de 19 leerkrachten hebben twee laten weten het werk niet aan te durven. Ze vallen in de risicogroepen. Ze worden vervangen. Ook sommige kinderen blijven thuis. Ouders hebben ze afgemeld omdat ze het om welke reden dan ook te riskant vinden of de kinderen zijn snotterig. Afgezien daarvan missen een paar juffen en meesters maandagochtend toch een paar kinderen. ,,Je weet soms niet waarom ze thuis blijven. We bellen ze op.’’ Rosema gaat ouders niet gelijk op de huid zitten, zegt hij. ,,Je moet je realiseren dat we in een heel rare situatie zitten. Dat we door het coronavirus zes weken dicht moesten. Dat is nog nooit eerder voorgekomen. Het is echt voor iedereen nieuw.’’

Pippi Langkous

Op het schoolplein begroet hij de kinderen. ,,Heb je er weer zin in?’’ Ze wandelen naar een van de vijf ingangen, wassen hun handen en zijn blij hun klasgenoten weer te zien.

Deze week zit het team elke dag bij elkaar om te kijken waar ze tegen aan lopen en wat eventueel anders moet. Het is zoeken maar Rosema denkt dat het goed komt. ,,Vanochtend heb ik à al Pippi Langkous tegen alle personeelsleden gezegd: Dit hebben we nog nooit gedaan, dus ik denk dat we het wel kunnen.’’

menu