Lenze Hofstee: Volkshuisvester

Het is een rare tegenstelling: de grote leegstand in Nederland en het grote gebrek aan betaalbare woon- en werkruimte. Lenze Hofstee heeft de oplossing: CareX.

Nederland bulkt van de lege ruimte. Schoolgebouwen, kantoren, flats, huizen, er staat altijd wel wat leeg. Onderweg naar verbouw, naar sloop, naar een andere huurder. Deftig gezegd: een structureel deel van het vastgoed verkeert in een fase van herbestemming. Zo’n leeg gebouw kun je laten bewaken door een leegstandbeheerder, of het serieus laten gebruiken. Dat laatste is het uitgangspunt van CareX. Volkshuisvesters met een missie: mensen met een goed initiatief maar weinig geld fatsoenlijk onder dak brengen.

Geen boodschap

Lenze Hofstee (1956) is algemeen directeur van de CareX-groep. Officieel. Maar met die vaststelling houdt iedere saaie zakelijkheid verder ook op. Want deze algemeen directeur met zijn wilde grijze haren en Teeva-sandalen heeft geen boodschap aan plichtplegingen. Of aan meedrijven op de stroom omdat het zo hoort.

Intelligent, tegendraads, alternatief, kortom het toppunt van out-of-the-box denken. Of hij wel een stropdas heeft? Uitgestreken gezicht: ,,Het is niet de bedoeling dat ik er een heb.’’

Bonobo

In de snijzaal van het voormalig Zoölogisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Haren is het ruim en licht. Aan de u-vormige mega-snijtafel zitten we aan de koffie. Rondom tientallen groene planten, van groot tot nog groter. Dit is Vleugel E, het fraaie, uit 1950 stammende gedeelte van het voormalige Biologisch Centrum. Nu onderdak van Woongroep Bonobo. De Biotoop, zoals het terrein heet, beslaat 8 hectare wilde tuin en moestuinen, met 30.000 m2 aan vloeroppervlak. Vooral veel strakke glas-en-betonbouw uit 1970.

CareX bestaat dit jaar 25 jaar. Maar het begin ligt veel eerder. Bijna veertig jaar terug, toen in Groningen Woongroep Bonobo ontstond. De bonobo is een mensaap, die met de chimpansee het dichtst bij de mens staat. Ze vullen hun dagen met eten, slapen en vrijen en zoeken iedere avond een andere boom. Lenze: ,,Dat sprak ons wel aan, dus hebben we onze woongroep er naar vernoemd.’’

Uitgangspunt is wonen voor weinig. ,,Het verbaast mij dat het overal zo georganiseerd is, dat mensen met weinig inkomen het grootste deel daarvan kwijt zijn aan onderdak. CareX vormt een alternatief daarvoor. Wie woont of werkt bij ons houdt meer geld over voor andere dingen, zoals boeken kopen of reizen maken.’’

Wadwachter

Kleine frustratie: hij studeerde geschiedenis en niet biologie. Geen wiskundeknobbel, te veel alpha. ,,Na mijn kandidaats heb ik de opleiding tot geschiedenisleraar afgerond. Maar daar heb ik nooit iets mee gedaan.’’ De natuur bleef namelijk trekken. Lenze was fanatiek lid van de groene jeugdbond JNM, en was daarna acht zomers wadwachter voor Staatsbosbeheer op Engelsmanplaat, de zandplaat tussen Ameland en Schiermonnikoog.

,,Als je een groep van 8 tot 12 mensen hebt, hoef je maar één keer in de week te koken.''

Eind jaren zeventig was hij het zat om in zijn eentje te wonen. ,,Hoogst ongezellig. Als je een groep van 8 tot 12 mensen hebt, hoef je maar één keer in de week te koken. Dat scheelt een boel tijd. Je zit ook niet iedere avond tegen dezelfde koppen aan te kijken, want zo'n groep krijgt veel gasten.’’ Met wat gelijkgestemden ging hij op zoek naar woonruimte. Omdat geen enkele wooncorporatie kon helpen, was de conclusie: we moeten ons zelf redden.

Huisjesmelkerspand

Het begon met een huisjesmelkerspand aan de Groninger Turfsingel, dat op instorten stond. ,,We stopten met huur betalen, kraakten het buurhuis erbij en zijn zelf de boel gaan onderhouden.’’ Dat ging vier jaar goed. Toen volgde een ware odyssee. Nadrukkelijk: ,,We zijn nooit ontruimd. De eigenaren zagen dat wij plekken opknapten, leefbaar maakten en schoven ons door naar de volgende hopeloze situatie - waar wij weer aan het bouwvakken sloegen.’’ Woongroep Bonobo ging van Stadsherstel naar Studentenhuisvesting naar de Rijksuniversiteit: vier verhuizingen in twee jaar tijd.

De bal ging pas echt rollen toen hoofd vastgoed van de RUG kwam buurten in Het Kasteel aan de Melkweg. Eerst met zijn team; de volgende dag alleen, met een aanbod. Of ze op meer panden tegelijk wilden passen. De RUG vertrok stukje bij beetje naar de Zernike Campus in het noorden van de stad. Veel vestigingen van de uni in de binnenstad kwamen vrij. Dit werd het begin van CareX, in 1991.

,,CareX is de Latijnse naam van een groep grasachtige plantjes: de zegges. In een beekdal, zoals de Drentsche Aa, heeft elke zeggensoort zijn eigen standplaats - afhankelijk van kwelstromen, overstromingskans, dat soort dingen. Ik was op zoek naar een bedrijfsnaam, toen ik hier achter kwam, als vrijwilliger bij beekdalonderzoek van de RUG in Polen. CareX wil mensen koppelen aan juist dát tijdelijke onderdakobject, waar zij gelukkig worden. En je kunt het ook lezen als ‘Care voor situatie’.’’

Triest

,,Lege gebouwen hebben geen maatschappelijke functie. CareX laat zien dat het anders kan. We zorgen dat die panden goed bewoond en volledig gebruikt worden. Voor het object en de uitstraling daarvan is dat veel beter. Leegstand kun je kraken, de these; of je kunt anti-kraak inhuren, de anti-these; of CareX erbij betrekken, de synthese van die twee totaal verschillende werkwijzen. In Nederland beheert een complete antikraak-bedrijfstak met ruim zeventig bedrijven tienduizenden gebouwen. Hoe triest is dat!”

CareX lost leegstand juist op, totaal, met zorg voor wie in nood zit of weinig geld heeft; zoals kunstenaars, vluchtelingen en studenten. Of mensen die ineens in scheiding liggen. ,,Je wilt niet weten hoe veel er zich melden per week! Woningbouwverenigingen sturen mensen naar ons door die zij niet kunnen helpen, omdat ze niet genoeg punten hebben. Vaak kunnen wij dan toch iets bieden.’’

De gunfactor

Onder bepaalde voorwaarden dan. Want er is de Eén-kans-regel: wie zich misdraagt, wordt overgeplaatst naar een slechtere plek. Gaat het dan weer mis, dan is het einde oefening. ,,We hebben we een hele fijne neus voor mensen ontwikkeld. We blijven alert, want CareX moet het hebben van vertrouwen, de gunfactor. De goede naam is ons bedrijfskapitaal.’’

CareX plaatst sloten in de deuren, installeert sanitair en aansluitingen, en zorgt dat de boel op orde blijft. Zoveel mogelijk wordt met kringloopmaterialen gewerkt. ,,In het begin woonde iedereen gratis. Ik zat in de uitkering en werkte me als enige uit de naad. Totdat ik bedacht: als iedereen per maand 75 gulden betaalt, kan ik uit de uitkering, én iemand in dienst nemen. Iemand die handiger is met installatiewerk, dan ik.’’

Dat werd Kees Valkenburg, de eerste officiële werknemer van CareX. Hij ging vorig jaar met pensioen. Inmiddels heeft de CareX-groep dertig mensen in vaste dienst. Verdeeld over vestigingen in Groningen, Friesland en Overijssel. Haren kreeg een aparte bv, omdat De Biotoop zo’n groot complex is en CareX er alle lasten draagt.

Plantenman

Terug naar de salon van woongroep Bonobo. Naar de verbazingwekkende plantencollectie. Wie past daar op? ,,Dat doe ik. Ik ben binnenshuis de plantenman. Als wij een gebouw in beheer krijgen, dan staan daar soms achtergelaten kantoorplanten.’’ Dat kun je als natuurmens natuurlijk niet over je kant laten gaan, dus ontfermt Lenze zich over deze kantoorwezen en vertroetelt ze totdat ze reusachtige afmetingen aannemen. Gelukkig is er plaats genoeg in vleugel E.

,,Ik ben binnenshuis de plantenman. Als wij een gebouw in beheer krijgen, dan staan daar soms achtergelaten kantoorplanten.’’

Hoe hoog is hier het geitenwollensokkengehalte? ,,We zijn van deze tijd. De woongroep heeft geen regels of statuten, we vergaderen een tot twee keer per jaar. Ideologie ontbreekt totaal. Het is een mix van werken en studeren. De verhouding man vrouw is ongeveer tweederde-eenderde. Er zijn stelletjes en eenlingen zoals ik. Overdag zie je hier nauwelijks iemand, iedereen is voluit aan de slag.’’

's Avonds eten ze gezamenlijk. Er wordt veel gedart en ge-Kolonist (van Catan), ze gaan samen naar films en concerten. Een schoolbord in de salon vermeldt de kok van de dag, en wie er mee eet. En welke basisboodschappen gehaald moeten worden. ,,De rest koopt ieder voor zichzelf.”

Woongroep

Woongroep Bonobo telt nu negen bewoners. Daarnaast tijdelijke gasten maar ook vaste logees. Dat kan een buitenlandse student zijn, of een bioloog die voor werk een paar dagen per week in Groningen moet zijn. Altijd mensen met een klik met de natuur. Ook Theunis Piersma, hoogleraar Trekvogelecologie en waddenbioloog, logeerde jarenlang bij de woongroep.

En hoe zit het met onderlinge relaties? ,,Die zijn er. Er zijn ook kinderen geboren in de groep. In de praktijk gaat zo’n gezinnetje altijd op zichzelf wonen als de kinderen naar school moeten. Via CareX vinden ze snel onderdak. Hier in De Biotoop wonen meerdere gezinnen, onder hen ook twee ex-woongroepgezinnen’’.

Op dit moment telt het complex in Haren ruim 300 tijdelijke bewoners en atelierhouders. Iedereen betaalt mee naar rato van het aantal vierkante meters. CareX huurt het van de universiteit tot 2020.

,,Wij wonen nu al vijf jaar in de Biotoop, voor de woongroep wordt dit een record. In het begin vond ik dat lange vooruitzicht ietwat beangstigend, maar het is een luxeprobleem.’’ Grinnikend: ,,En daar leer je heel snel mee omgaan.’’

Relatie

Zelf heeft hij nooit een relatie gewild. ,,Ik wist dat op mijn dertiende al heel zeker. Ook dat ik geen eigen kinderen ging opvoeden. Vanuit de geschiedenis bekeken zijn wij de eerste generatie die weet dat wij geen relatie of kinderen nodig hebben om plezierig oud te kunnen worden. Mensen hebben daarvoor altijd ongelooflijk moeten investeren in onderhoud van een relatie en het opvoeden van kinderen. Dat is niet meer noodzakelijk in dit land. Wat je dát in je leven aan extra tijd en ruimte verschaft om dingen te doen! Zoals ondernemen, met bedrijven en stichtingen als handige instrumenten voor verandering."

Maar wat gebeurt er als hij hulpbehoevend zou worden? ,,Voor ik mijn huisgenoten tot last word huur ik wel hulp in. Misschien verhuis ik tegen die tijd wel naar Suriname: leuk land, lekker warm, vol met natuur!’’

Vogels tellen

Vanaf 1991 tot en met 2002 is Lenze alleen maar met CareX bezig geweest. Vervolgens merkte hij tot zijn verrassing dat hij vrije tijd kreeg. Kon weer vogels gaan tellen op het wad. Stond met andere Bonobo’s vogelprofessor Theunis Piersma bij, in zijn strijd voor de wadvogels. Ze richtten de actiegroep Wilde Kokkels op, die de aanzet gaf voor de uitkoop van de mechanische kokkelvisserij. Daarna werd de actiegroep omgevormd tot lobbygroep: Stichting WAD, waarvan hij voorzitter is.

,,Voor goed beheer van zeenatuur, om te beginnen in de Waddenzee. Die heeft alle statussen al, en is dus het kansrijkst. Als we daar weer een rijke zee van kunnen maken, met volop grote vis en zeegras, dan wordt dat een voorbeeld voor de hele wereld!’’

Inmiddels werken ook een zus, een broer en een neef van hem bij CareX. Hij hoopt de organisatie over heel Nederland uit te rollen. ,,Haast overal tref ik leegstand aan, meestal in combinatie met woningnood.”

Is hij inmiddels financieel onafhankelijk? ,,Nee hoor – ik verdien wat binnen CareX, en heb geen geld op de bank. Ik kan met heel weinig toe en geniet volop. Ik ben een rijk man zonder geld.’’

Paspoort

Naam Lenze Hofstee

Geboren 13 oktober 1956 in Ridderkerk. Genetisch driekwart Fries, de rest van Urk (moeders achternaam: Snoek).

Opleiding lagere school en gymnasium Hoogeveen, geschiedenis RUG

Werk acht zomers wadwachter voor Staatsbosbeheer in het Engelsmanplaatgebied (1984-1991); 1991-nu: CareX

Nevenactiviteiten voorzitter Stichting WAD, bestuurder Stichting Natuurinformatie en NatuurBank Nederland (Waarneming.nl) en Observation International (Observation.org)

Privé woont in Woongroep Bonobo in De Biotoop in Haren, geen relatie

menu