Lezerskiek: lezers schrijven hun eigen column in DvhN (van rollatorperikelen naar bevensbeleving)

De Kiekschrijvers van links naar rechts: Ineke Blaauw-De Mey, Willy Koolstra, Wieneke Rietveld, Carry de Jonge-Koning, Joop Dollekamp, Amarins van der Feen, Francien van Gastel, Pascal Gorter, Riet van Eerden. Foto: Corné Sparidaens

De rubriek Rarekiek verschijnt iedere ochtend in de Groningse editie van Dagblad van het Noorden. Maar hoe schrijf je zo’n kleine column eigenlijk? Lezers konden op het Noorderzonfestival een workshop Kiekschrijven volgen. Met trots presenteren wij: de Lezerskiek.

1. Capriolen

Noorderzonfestival aan de rand van de vijver, in het middagzonnetje. Alle treden van het bordes zitten vol mensen. Aan de overkant van de vijver een grote muziektent. Een Chinese mama met dochtertje in een schattig roze jurkje en een zoontje dat nog net niet kan kruipen op de bovenste tree.

Dat soepele lijfje van het jongetje buigt alle kanten op. Hij grijpt naar alles, buigt naar beneden, naar voren, en steeds als het dreigt mis te gaan grijpt moeder hem bij zijn grijsgroen gestreepte shirtje. Dochtertje, drie jaar misschien, dartelt er omheen.

Dan pakt moeder haar telefoon. Nu is haar aandacht niet meer helemaal bij de kinderen. Het beweeglijke ventje vindt alles interessant en haalt de vreemdste capriolen uit. En dan dreigt het mis te gaan.

Het kleine kereltje buigt naar voren. Dit kan niet goed gaan. Zo dadelijk klapt hij nog met zijn gezicht op de volgende tree. Hij buigt nog verder, grijpt met zijn rechterhandje, en dan...

Maar kijk, dan is daar nog het zusje. Ze steekt haar handjes uit en houdt haar broertje tegen, net lang genoeg. Pas dan kijkt mama op. Ze tilt haar zoontje in de lucht, zet hem in de buggy en gaat verder met telefoneren.

2. In de mist

Zondagavond, even na tienen op Noorderzon. Voor de beschilderde tent van Torno Subito, Italiaans voor ‘Ik kom zo terug’, danst een dame met paraplu op het ritme van accordeon en klarinet. De gladde stof van haar bloemetjesregenjas glimt in het kleurige licht van lampen en lantaarns: ,,Laatste voorstelling, tien minuten voor vier euro, nog geen 50 cent per minuut. Waar krijg je dat tegenwoordig nog?”

Sommige voorbijgangers beantwoorden haar show met een wederdansje. Betalend publiek verzamelt zich mondjesmaat bij de tent. Één van hen heft met aangeschoten enthousiasme zijn glas bier in de lucht: ,,Mooie voorstelling, bavariadrinkers gaan voor, rokers gratis!”

Bij eindelijk voldoende belangstelling gaat de deur van het kleine theater open. Slierten opgesloten mist ontsnappen in de avondlucht. De gastvrouw leidt met opgestoken paraplu haar bezoekers binnen en verdwijnt: ,,Torno Subito! Tot over tien minuten!”
Een witte waas vlakt hun contouren onmiddellijk uit. Ademloze stilte vanachter de dunne, houten theatermuren. En dan ... gestamp... muziek... gebrul... gegrom...

Na de voorstelling wacht de parapludame, nu in zomerjurk, haar gasten weer op. Hun gezichten verraden een spannend avontuur. De parapludame verklapt: ,,Ik was dat enorme monster met die grote kop. En nou heb ik pijn in mijn nek.”

3. Social talk

Social talk, tegenwoordig kunnen we dat niet meer, staat er in de krant. Komt door de mobieltjes. We appen, facebooken en instagrammen de hele dag, maar gewoon een praatje maken? Ho maar.

Op een zonnig bankje in het Noorderplantsoen zit een ongeveer veertigjarige vrouw lenig in kleermakerszit. Een pakje shag in de hand.

,,Hee, je kan hier wel zitten!” roept ze naar een passerende vrouw in een opvallende streepjesblouse, die een plekje zoekt om even uit te rusten. Deze dame geeft gehoor aan de oproep en neemt plaats op het bankje.

,,Mooie schoenen!” De vrouw met de shag wijst naar de wat groezelige sneakers van haar nieuwe buurvrouw. Een gesprekje over hoe je vieze sneakers weer wit kunt krijgen, volgt.

Dan staat de dame in de streepjesblouse op. Ze moet verder. Ze heeft nauwelijks een paar passen gedaan als twee jonge meiden haar rakelings passeren, druk bezig met hun mobieltjes. De meiden ploffen neer op de plek waar de dame net zat.

,,Mooie schoenen!” klinkt het. De vrouw in kleermakerszit wijst naar de schoenen van de meiden. Het tweetal kijkt op. Huh? Ze lachen en zeggen iets terug. Het begin van een praatje. Het kan best.

4. Rollatorperikelen

De dame met het witte haar duwt haar rollator vastberaden over het Herewegviaduct. Ze gaat zo te zien haar portie dagelijks bewegen voor ouderen waarmaken door haar groente en fruit van de markt te halen. Ze loopt wat onwennig achter het vehikel; ze heeft hem vast nog niet zo lang.

Bij de Hema wil ze haar eerste koffiestop, en treuzelt bij de roltrap. Lastig, zo’n ding op wielen. Maar: geen probleem, er is een lift die haar keurig naar de tweede etage voert.

Na de koffie vervolgt ze uitgerust haar weg en vult op de markt haar rollatortas met allerlei gezonde dingen. Dan door de Folkingestraat terug naar huis. De kortste weg leidt over de trappen van het Hoofdstation, onlangs verkozen tot het Mooiste Station van heel het land.

En daar staat ze dan, onderaan de trap. Beduusd te kijken. Hoe komt ze omhoog? Haar tas is te vol. De rollator kan niet ingeklapt. Geen lift die haar kan helpen. Wat nu?

Die vermaledijde trap. Zonder lift. Al jaren een doorn in het oog van menig gehandicapte Stadjer.

Dan maar een omweg. De dame wendt haar rollator weer in de richting van het Herewegviaduct en prevelt: Mooiste Station van Nederland? Mooi niet.

5. Applaus

Het is Noorderzon in het Noorderplantsoen en dus ziet het anders zo groene plantsoen er nu heel anders uit. De vele tenten en kraampjes maken het tot een kleurrijk geheel tussen de bomen en struiken door.

De dichter loopt statig met een stok en geheel zwart gekleed door het plantsoen. Hij heeft duidelijk een doel, een tent van Noorderzon. De Horatio-tent, blijkt alras.

In de tent mag de dichter een lezing houden over een boek dat gepresenteerd wordt. Een boek met vijftig Rarekiekjes, die door hem zijn uitgezocht uit bijna vijfduizend verhaaltjes. Hij begint met het voorlezen van, wat later blijkt, het voorwoord uit de bundel. Een nieuwe tekst maken was misschien teveel moeite voor zo’n klein boekje. Hij krijgt uiteraard applaus.

Ook de burgemeester is aanwezig. Hij krijgt het eerste exemplaar van het boekje uitgereikt op deze bijeenkomst. Hij houdt eerst een speech voordat het boek aan hem wordt uitgereikt. Wat de dichter naliet, heeft de burgemeester wel gedaan: een poging tot ook zo’n Rarekiek. Hij leest hem voor en krijgt een daverend applaus. Pas dan geeft de burgemeester het schoorvoetend toe. Deze Rarekiek is niet door hem, maar door twee van zijn medewerkers geschreven.

6. Hebbes

Ze komt uit een voorstelling op Noorderzon en voegt zich in de stroom langzaam slenterende festivalgangers. Bij het hoekje met de toiletcontainers slaat ze af. Oh jakkes, geen mannen en vrouwen apart. Genderneutraal natuurlijk. Als ze aanstalten maakt om de broek te laten zakken, springt het zendertje van haar hoortoestellen, dat ze aan de zak van haar broek vast had gemaakt, los. Het valt op de vloer en schiet onder het muurtje door naar het hokje van de buur-wc.

Shit, wat nu? Even onder het muurtje doorkijken of er iemand in zit. Een beetje onfatsoenlijk natuurlijk, maar het apparaatje heeft 250 euro gekost. Ze ziet twee blauwe sneakers, met de neuzen in de richting van de pot. Het zendertje ligt tegen de binnenkant van de rechter sneaker. Als hij nu beweegt, trapt hij het plat. In paniek roept ze: ‘Sorry, mag ik wel even iets pakken buurman?’ Geen reactie, geen beweging.

Dan moet het maar gewoon, denkt ze. Ze steekt haar hand onder het muurtje door en grist het apparaatje weg bij de sneaker, die onbeweeglijk richting de pot blijft kijken. Hebbes!

Met een gezicht van ‘tralala, niks aan de hand’ verlaat ze giechelend het toilet.

7. Episch Centrum

Op Noorderzon wemelt het van de verhalen. Spannende, grappige en op het Rarekiekfestival zijn het korte verhalen. In elke voorstelling wordt er verteld, gedanst of gezongen. Allemaal verhalen die van het Noorderplantsoen een episch centrum maken.

Veel aanloop is er bij de Groninger Bodembeweging. Daar vallen schrijnende verhalen te beluisteren en voor de Bevingsbeleving staan mensen in de rij. Je wordt er vacuüm gezogen onder een rubber dek en omringd door angstaanjagend lawaai. Een dame lijkt het wel opwindend om te doen, maar ze ziet ervan af. ,,Ik heb astma en een latex-allergie”, zegt ze.

Trouwens, ze heeft de heftigste beving ooit toch al meegekregen. ,,Ik weet het nog, ’s avonds om twintig voor elf schudde ik in mijn stoel”. Alleen stond haar stoel in Stad en niet in epicentrum Huizinge, die 16e augustus 2012.

De Bevingsbeleving is voor zestien plus. Wie jonger is, mag op de Trillingsbeleving die er pal naast staat. Op de trilplaat moet je een knop indrukken en dan word je eigenlijk best lekker door elkaar geschud. Een stel stoere knullen, geen zestien nog, maar duidelijk hard op weg, maken er een eigen beleving van. ,,Knop ingedrukt houden!”, moedigen ze elkaar om de beurt aan.

Met schokkend onderlijf doen ze een heel andere beweging na.

8. Bevensbeleving

Er staat een kleine rij bij de donkere container op het Noorderplantsoen. ‘Bevensbeleving’ staat op een bordje. Binnen kun je een aardbeving ervaren. Een groepje vrienden loopt niet door, waardoor een jonge vader onbedoeld voorkruipt. Hij verontschuldigt zich als hij aangesproken wordt. Als blijkt dat zijn kinderen de container niet in mogen, verlaat hij het terrein.

Ondertussen kijkt een man met een bril op zijn telefoon. Er staan steeds minder mensen voor hem, maar vreemd genoeg schiet het niet op. Bij de ingang wordt duidelijk waarom: er mogen slechts drie mensen per keer naar binnen. Uit verveling leest hij twee A4’tjes over veiligheidsrisico’s. Tot het allerlaatste moment overweegt hij de rij te verlaten.

Gelukkig raakt zijn vriendin in gesprek met een hondenbezitter voor hen. De man met de hond vraagt of zij ook wel eens een aardbeving hebben meegemaakt. Ze knikken. Ook de hond mag de container niet in. Dus zal zijn baas op zijn vriend moeten wachten, die dan de zorg van het huisdier overneemt

Dan mag het gezelschap eindelijk naar binnen. Maar eigenlijk hebben ze de essentie van de voorstelling al gehad; ze hebben, net als de slachtoffers van de gaswinning, ervaren wat wachten is.

9. Voorstelling

,,Je moet de mensen aanspreken! Je moet op ze af, de straat op!”, roept een elegante vrouw. Noorderzon en daar kun je van alles verwachten!

De elegante vrouw zit op een bankje bij de ‘Glasboer container’ en wijst naar de controleur bij de entree. De controleur, een robuuste goedlachse vrouw met een lange rastastaart, draait zich om. Ze kijkt de vrouw aan en groet haar vriendelijk. Deze reageert verrast: ,,Oh, ben jij het? Nu zie ik het. We hebben elkaar in dertig jaar ook niet gezien, he? Goh, je bent nog niets veranderd. Maar vertel, hoe gaat het nu met je?”

,,Om kort te gaan”, antwoordt de rastavrouw, ,,ik heb alles al gehad, ik kan rustig mijn hoofd neerleggen.”

Het wachtende publiek luistert mee: Is dit een echte voorstelling of niet…?

,,Wat, heb je er genoeg van, van het leven?’’
,,Nee hoor. Ik heb een dochter van dertien”, terwijl haar rastastaart heen en weer zwaait.
,,Een dochter? Goh, hoe heb je dat gedaan, in je eentje? Via IVF of eh…?”
,,Nee hoor, gewoon in het ziekenhuis”, en de rastavrouw maakt een spuitbeweging ter hoogte van haar onderbuik en wendt zich tot de wachtenden: “Zes uur, jullie kunnen naar binnen.”
Het publiek komt in beweging. Nog een voorstelling!

Bij uitgeverij Passage verscheen vorige week een bundel met tachtig Rarekieks, geselecteerd door dichter Jan Pierre Rawie. In het boek staan ook fiets- en wandelroutes langs Rarekiek-locaties. Het boek is voor 10 euro te koop in de boekhandel.

menu