Zorgcentrum Maarsheerd in Stadskanaal betreurt bewoners die stierven aan corona, maar denkt de uitbraak onder controle te hebben

Maarsheerd hoopt over twee weken coronavrij te zijn. Foto: 112 Groningen

De coronauitbraak in woon- en zorgcentrum Maarsheerd in Stadskanaal moet over twee weken onder controle zijn. Daar mikt directeur Ridzert Veenstra van woonzorgstichting BCM, waar Maarsheerd onder valt, op.

Volgens Veenstra zijn sinds de uitbraak mogelijk twee bewoners van Maarsheerd overleden aan het coronavirus. Exacte cijfers zegt hij daarover moeilijk te kunnen geven. Dat komt doordat er normaal gesproken sowieso al regelmatig mensen overlijden, het is dan lastig te bepalen of Covid-19 de oorzaak was. Ook het exacte aantal besmettingen kan hij niet delen, „dat wisselt per dag.”

Personeelsleden van Maarsheerd hebben ieder een aantal afdelingen toegewezen gekregen waar zij op moeten blijven. Ook zijn er extra mensen voor de nachtdiensten aangenomen. Bewoners worden nauwlettend in de gaten gehouden. Zij moeten op hun kamer blijven en iedere dag wordt zowel hun temperatuur gemeten als het zuurstofgehalte.

Alleen op bezoek bij stervende

Vooral de afdeling Madelief, waar dementerenden wonen, is hard getroffen. Het is moeilijk om hen te helpen, zegt Veenstra: „Je vertelt ze iets en een kwartier later lopen ze weer over de gang. Dat ze opeens iemand met een mondkapje voor zich hebben, is ook lastig te begrijpen voor ze.”

Op de afdelingen Korenbloem en Klavertje Vier is het aantal besmettingen gering, de meeste besmette bewoners hebben milde klachten, zegt Veenstra. Het overgrote deel van de bewoners is daarnaast negatief getest. „Maar het kan ook heel snel slechter gaan”, weet hij. Alle drie de afdelingen zijn gesloten voor bezoekers, tenzij zij op bezoek willen bij een bewoner die terminaal ziek is.

„Op zich hebben we de situatie onder controle.” Toch houdt hij graag een slag om de arm: „Het vraagt veel geduld en toewijding.” Over twee weken hoopt hij een schone lei te hebben: een Maarsheerd zonder besmettingen: „Ik weet niet of het lukt, maar we willen niet met een rottende kies blijven zitten die zo weer kan opspelen.”

menu