Maartje Schaap.

Maartje Schaap is de nieuwe naamgever van het oudste strafrechtkantoor van Groningen: 'Kritische mensen heb je nodig om ergens doorheen te breken'

Maartje Schaap. Foto: Corné Sparidaens

Advocaat Maartje Schaap (38) wordt de nieuwe naamgever van het oudste strafrechtkantoor van Groningen. Volgende week verhuist ze met haar vier collega’s - eigenzinnige strafrechtadvocaten - naar een nieuw pand. Daarmee komt na veertig jaar een einde aan De Haan Strafrechtadvocaten

Ze wilde kinderrechter worden, maar toen ze zelf het slachtoffer werd van een gewapende overval - ze kreeg een vuurwapen op haar voorhoofd gericht - bedacht ze zich. Ze zou officier van justitie worden om boeven te vangen. Het is anders gelopen. Volgende week pronkt haar naam in de vorm van Schaap Strafrechtadvocaten op de gevel van het nieuwe kantoor aan de Nieuwe Boteringestraat, met uitzicht op het rechtbankgebouw in Groningen.

De voor de hand liggende vraag. Stel dat de man die haar twintig jaar geleden overviel zich zou melden als klant. Zou ze hem als advocaat bij willen, kunnen staan? Zonder twijfel: Ja, dat zou ze kunnen. ,,Ik heb het hem vergeven.’’

Het wapen op haar gericht

Maartje Schaap, geboren in Groningen, getogen in Schipborg, was 18 jaar en rechtenstudent toen het gebeurde. Ze had een baantje in een kledingzaak voor mannen in de Poelestraat in Groningen. Tegen sluitingstijd, koopavond, kwam hij binnen. Het wapen op haar gericht. De overvaller werd later bijgestaan door haar latere kantoorgenoot, advocaat Erik de Mare.

Ik ging mee naar lijkschouwingen

,,Ik zat als rechtenstudent en slachtoffer met mijn moeder in de zittingszaal. Het was heftig. Het verhaal van de advocaat vond ik maar zo zo. Maar die officier van justitie kwam voor mij op. Zoiets leek mij ook wel wat. Ik was 22 jaar toen ik klaar was met mijn rechtenstudie en kwam bij het Openbaar Ministerie terecht. Alles wat daar gebeurde vond ik waanzinnig interessant. Ik ging mee met huiszoekingen, mee naar lijkschouwingen. Daar leerde ik ook dat strafrecht mensenrecht is. Het gaat om mensen.’’

‘Alles wat ik altijd deed lukte, maar dit niet’

,,Ik wilde dus officier van justitie worden, maar ik werd afgewezen. Dat was best wel een teleurstelling. Alles wat ik altijd deed lukte, maar dit dus niet. Ik dacht toen, als jullie me niet willen hebben, dan krijg je me van de andere kant. Dan word ik advocaat.’’

Grijnzend: ,,Zoete wraak.’’

Hoe gek ben je om in deze tijd, een tijd waarin de gefinancierde rechtshulp en de sociale advocatuur zwaar onder druk staan, een nieuw kantoor te beginnen?

,,Het is voor mij vanzelfsprekend om dit te doen. Ik werk al dertien jaar als strafrechtadvocaat en heel mijn ziel en zaligheid zit in dit kantoor. Wij zijn specialisten op het gebied van strafrecht. Het is een belangrijk rechtsgebied, essentieel in onze rechtsstaat. En ik vind het superbelangrijk dat er goede en gespecialiseerde advocaten zijn die zich durven uit te spreken.’’

Dat klinkt idealistisch.
,,Dat zal. Maar zo voel ik het.’’

‘Kritische mensen heb je nodig’

,,Maar ik ben ook ondernemend. Ik zie bijna dagelijks in mijn praktijk dingen voorbijkomen waarvan ik denk, daar moet ik iets mee, daar moet ik iets over zeggen. Er zijn zoveel dingen om voor te vechten. Ik ben niet iemand die achterover leunt en de mond houdt, want dan gebeurt er niks. Er zullen mensen zijn die mij te uitgesproken vinden, te hard of te kritisch. Maar kritische mensen heb je nodig om ergens doorheen te breken.’’

‘Het Openbaar Ministerie is een logge organisatie’

,,Ik heb te maken met het Openbaar Ministerie, een logge organisatie. Ook de rechtbank is lastig om te buigen naar veranderingen. Als we daar allemaal in berusten, dan verandert er niets. Ik wil gewoon niet berusten, ik wil mij blijven verbazen en mij blijven uitspreken. En dat wil ik blijven doen met het gezelschap waarmee ik nu werk. We zijn een team, op elkaar ingespeeld. ‘’

,,Ik zou nu, na dertien jaar als strafrechtadvocaat, niet meer bij het Openbaar Ministerie willen werken. Overigens denk ik wel dat ze daar gebaat zouden zijn met iemand die eens met de vuist op tafel slaat, die eens tegen de stroom ingaat.

‘Ik ben niet opgegroeid met een kast vol betalende klanten’

Er zijn veel zorgen binnen de strafrechtadvocatuur, met name over de gefinancierde rechtsbijstand.

,,Die zorgen deel ik. Maar ik ben niet opgegroeid met een kast vol betalende klanten. Als je een strafrechtkantoor rendabel wilt maken, moet iedereen een beetje dat ondernemende in zich hebben. En dat hebben wij. Wij gaan niet zitten wachten tot de telefoon gaat. Een strafrechtadvocaat moet investeren. Je krijgt wat je geeft, daar geloof ik heilig in.’’

Terug op kamers

Het pand dat ze vanaf eind volgende week betrekken, aan de Nieuwe Boteringestraat, is flink kleiner dan het huidige kantoor. Meer dan de helft. ,,Is niet erg. Wat meer contact met elkaar, is goed. Het is alsof ik weer op kamers ga. Dat vond ik destijds ontzettend leuk.’’

menu