Een fles wijn wordt met de jaren alleen maar beter, denken veel mensen. Maar dat is meestal niet zo, weet Martijn Fernhout van Barrel Wijnlokaal in Groningen en de gelijknamige wijnwinkel.

Het is een van de meest gestelde vragen tijdens de wijnproeverijen die Fernhout organiseert: hoe lang kun je een ongeopende fles wijn bewaren? De expert moet ze dan teleurstellen: er is geen eenduidig antwoord te geven.

„Sommige wijnen worden echt mooier van een paar jaar kelderrijping, en een enkeling ook van een decennium of langer”, zegt hij. „Maar er zijn maar heel weinig wijnen die opgewassen zijn tegen twintig of dertig jaar in een kelder, ook al zijn de omstandigheden nog zo perfect.”

Suikers en tannines

Wie wat van wijn weet, zegt Fernhout, kan meestal aan de hand van de naam, de herkomst of de prijs wel een redelijke inschatting maken. „Alleen weet je zelfs dan nooit exact wanneer een wijn op zijn best is.”

Meer alcohol, meer suikers – zoals in port of dessertwijn - meer zuren of meer tannines zorgen er doorgaans voor dat een wijn langer bewaard kan worden, vertelt hij. „Maar dan weer alleen in combinatie met andere factoren, zoals bijvoorbeeld de smaakintensiteit, waarbij ook de kwaliteit van het oogstjaar om de hoek komt kijken.”

Het is lastig te beoordelen, dus. Fernhout krijgt nog wel eens klanten in zijn winkel in de Nieuwe Ebbingestraat die vragen om een fles uit het geboortejaar van hun kind, om open te maken op diens 18de verjaardag. Die adviseert hij dan maar om meerdere flessen te kopen en er af en toe eentje open te trekken, om te checken hoe de wijn zich ontwikkelt.

Jaren zestig

De vinoloog krijgt ook regelmatig het verzoek om wijncollecties te taxeren van overledenen die hadden verwacht dat hun – vaak dure – flessen wijn met de jaren beter en ook steeds meer waard zouden worden. En ja, soms komt hij wel eens pareltjes tegen, maar vaker moet hij de nabestaanden teleurstellen.

„Regelmatig gaat het om rekken vol beaujolais, rhône en corbières, geoogst in de jaren zestig of zeventig van de vorige eeuw”, zegt hij. „Wijnen die eigenlijk een paar decennia geleden gedronken hadden moeten worden.”

Door die mythe van wijn die met de jaren steeds beter wordt hebben mensen vaak een onrealistisch beeld van wat een fles waard is, merkt Fernhout. „Soms word ik met een tikje wantrouwen bekeken: degene die die de wijn jarenlang zorgvuldig heeft gekoesterd, heeft dat vast niet voor niets gedaan. Maar de realiteit is: vaak wel.”

En dat is heel jammer, zegt Fernhout, „want die persoon heeft dus nooit de fles ontkurkt en ervan genoten.”

Dure flessen

Hij vertelt over een mevrouw die een paar flessen uit de verzameling van haar twintig jaar geleden overleden echtgenoot weg wilde doen. „Haar man had de flessen jarenlang met alle zorg omgeven. Bij iedere verhuizing moest dat ene doosje op de voorstoel van de auto, omdat de dure wijnen erin zaten.”

Het bleek te gaan om flessen Lafite-Rothschild en Brane-Cantenac uit de jaren zeventig: niet de meest geweldige oogstjaren. „Op mijn vraag waarom haar man en zij de wijnen nooit hadden opgedronken was het antwoord: ‘Ach, maar zulke dure flessen maak je toch zomaar niet open!’”

Zonde, vindt Fernhout. „Als het afgelopen jaar ons één ding heeft geleerd, is het wel dat we moeten genieten in het nu.” Gewoon ontkurken dus, die bijzondere fles die je al zo lang bewaart, zegt hij: kleed je feestelijk aan, zorg voor goed eten en maak er een mooie avond van. „Ik kom over twintig jaar liever wat minder bijzondere wijnen tegen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Eten & drinken