Martijn Wieling nieuwe hoogleraar Groningse taal en cultuur

Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse Taal en Cultuur. Wieling is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wieling (Emmen, 1981) doet één dag per week onderzoek naar het Nedersaksisch en in het bijzonder naar de Groningse varianten daarvan.

 Zijn aanstelling, in eerste instantie voor vier jaar, is ondergebracht in het nieuwe Centrum Groninger Taal en Cultuur (CGTC), waar ook Jan Glas, Theo de Groot, Henk Scholte, Patricia Ottay en Goffe Jensma aan verbonden zijn.

Martijn Wieling

Expertisecentrum

In dit expertisecentrum worden projecten ontwikkeld waaraan Wieling actief bijdraagt. Woordwaark is een digitaal opgezette taalinventarisatie van het Gronings in zijn mondelinge en schriftelijke uitingen onder leiding van Prof. Goffe Jensma. In het project Stemmen van Groningen onder leiding van Dr. Nanna Hilton, worden uitspraakvarianten binnen het Gronings verzameld.

Wieling promoveerde in 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen cum laude op een proefschrift over de kwantitatieve analyse van onder meer Nederlandse dialectvariatie. Daarna onderzocht hij de verschillen in tong- en lipbewegingen tijdens het spreken van streektalen.

Subtiele verschillen

Een mogelijke verklaring van de subtiele verschillen in taal ligt in de manier waarop sprekers gewend zijn hun tong en lippen te positioneren. Zo merkte hij op dat jonge dialectsprekers uit Ter Apel hun tong verder achter in de mond plaatsten dan sprekers uit Ubbergen. Wieling publiceerde de resultaten van dit onderzoek niet alleen in de vorm van wetenschappelijke artikelen, maar ook in stripvorm.

Wieling richt zich in eerste instantie op verschillen en overeenkomsten tussen taalvarianten in het Nedersaksische en in het bijzonder het Groningse taalgebied. Hij maakt daarbij onder andere gebruik van digitale data verzamelingen die beschikbaar zijn of worden opgezet binnen het CGTC.

Gezondheid streektaalsprekers

Wielings tweede centrale onderzoeksthema is de invloed van regionale meertaligheid op de gezondheid van streektaalsprekers. Sprekers van twee talen lijken bijvoorbeeld op latere leeftijd dement te worden dan sprekers van één taal.

In hoeverre dit ook optreedt bij regionale meertaligheid is nog een open vraag. In dit onderzoek wil Martijn Wieling aansluiten bij het Lifelines-project van het UMCG. In dit project worden 167.000 Noorderlingen uit drie generaties minimaal 30 jaar gevolgd om inzicht te krijgen in allerlei levens- en gezondheidsaspecten.

Geen moedertaalsprekers

Een derde belangrijk thema binnen Wieling's onderzoek zijn de veranderingen in het gebruik en in de verspreiding van streektaal. Velen van Wieling's generatiegenoten zijn geen moedertaalsprekers van de streektaal.

Niet alleen wil Wieling het gebruik van de streektaal getalsmatig preciezer in kaart brengen, ook zal hij zich hier in samenwerking met de medewerkers van het CGTC richten op het ontwikkelen van, vooral digitale, middelen ter bevordering van de overdracht van de Groningse en andere Nedersaksische streektalen.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.