Elzenpollen vroeg in bloei dit jaar

Medische publieksacademie over niezen, hoesten en rode bultjes

Elzenpollen vroeg in bloei dit jaar ANP

Met de Medische Publieksacademie vertalen Dagblad van het Noorden en Universitair Medisch Centrum Groningen wetenschappelijke medische kennis voor een breed publiek. Dinsdag is de lezing over hooikoorts en kruisallergie.

loading

Overspannen afweersysteem

Hooikoorts en voedselallergie komen de laatste tientallen jaren steeds vaker voor. Wetenschappers zijn er nog niet uit hoe dat precies komt, maar er zijn wel sterke aanwijzingen dat het heeft te maken met onze enorm verbeterde hygiëne en met het feit dat kinderen minder buiten komen. Ons afweersysteem reageert overspannen op stoffen die geen bedreiging zijn. En daardoor ontstaat lekkage in ons epitheel, de beschermlaag in onze mond, neus, luchtwegen, darmen en andere lichaamsopeningen.

Het epitheel is de deklaag in de slijmvliezen tussen de buitenwereld en het binnenste van het lichaam. Sommige mensen hebben erfelijke aanleg voor een zwakker epitheel. ,,Maar dat verklaart niet waardoor er de laatste dertig jaar zo’n toename is van gevoelige personen’’, zegt medisch bioloog Martijn Nawijn. ,,Het moet dus ook aan omgevingsfactoren liggen.’’

Maar welke? De werking van het epitheel wordt als het ware geprogrammeerd in de jonge jaren. In een heel schone omgeving heeft het epitheel niet veel te doen, in een omgeving met veel ‘indringers’ raakt het juist oververhit. ,,Het is een subtiel evenwicht tussen te veel en te weinig prikkels’’, legt allergoloog Hanneke Oude Elberink uit. ,,Waarschijnlijk spelen luchtvervuiling en de hoeveelheid huisstofmijt een rol.’’

Pinda's

Daarover zijn de laatste jaren verschillende nieuwe onderzoeken verschenen. Zo blijken ook pinda’s een grote rol te spelen. Niet dat baby’s vaak pinda’s te eten krijgen, maar als ze in een kamer zijn waar producten met pinda aanwezig zijn, blijkt hun huid bepaalde pindastofjes op te nemen en dat proces leidt soms tot de vrij veel voorkomende pinda-allergie. Tenminste, als die huid beschadigd is, bijvoorbeeld door eczeem tijdens de kinderjaren.

Als de stofjes een keer het lichaam zijn binnengekomen, via de huid of het epitheel, moeten de afweercellen in het bloed in actie komen. Ook die afweer wordt geprogrammeerd om te ontdekken welke stofjes gevaarlijk zijn en dus moeten worden weggewerkt. Daar gaat bij allergieën iets mis. Stofjes die ongevaarlijk zijn worden door epitheelcellen toch als gevaarlijk aangemerkt. De afweercellen vormen groepjes, zogeheten mestcellen, en vallen de binnengedrongen stofjes aan.

Zo gaan bij hooikoorts groepen mestcellen in de aanval wanneer er eiwitten van stuifmeel het lichaam binnenkomen. Maar die allergene stoffen lijken aan de buitenkant op andere, die bijvoorbeeld voorkomen in fruit. Het immuunsysteem staat klaar om stuifmeel aan te vallen, ziet de fruitstofjes aan voor stuifmeel en gaat dus in de aanval. Zo gaat het bij een zogenoemde kruisallergie. Wie allergisch is voor bepaalde pollen, kan een allergische reactie krijgen op sommige voedingsmiddelen. De eiwitten in bijvoorbeeld appel lijken sterk op de eiwitten in berkenpollen; de mestcellen vallen de eiwitten aan zodra ze de mond of slokdarm binnenkomen.

De verandering in onze voeding de laatste tientallen jaren zou kunnen verklaren waardoor deze vormen van allergie vaker voorkomen. ,,Misschien komt het wel door andere methodes van houdbaarheid’’, meent Oude Elberink. ,,Vroeger werd voedsel bewaard met zout en in weckflessen, tegenwoordig meer door het te koelen.’’

Allerlei combinaties

Van kruisallergie bestaan allerlei combinaties. Bekend zijn de combinaties berkenpollen-appel, en graspollen en granen, peulvruchten of tomaat.

Maar het gaat niet alleen om stuifmeel en voedsel. Er is ook een bekende combinatie van latex op de huid (handschoenen) en banaan, kiwi of avocado. Of de combinatie huisstofmijt en garnalen. Een bijzondere is ook de kruisallergie van papegaai en ei.

Hooikoorts: Hoe te bestrijden?

Er zijn ruwweg drie manieren om hooikoorts en voedselallergie te bestrijden.

– allergene stoffen vermijden. Dat lukt bij voedingsmiddelen gemakkelijker dan stuifmeel, want dat adem je gewoon in. Maar het is wel te verminderen door bijvoorbeeld binnen te blijven of mond-neuskapjes te dragen;

– symptoombestrijding, met pilletjes en sprays. Antihistaminepillen dempen de reactie van mestcellen en neussprays met ontstekingsremmers houden een ontsteking tegen. Verstandig is deze middelen via de huisarts te kopen bij de apotheek, want veel pilletjes en sprays die drogisten verkopen hebben te lage doses om goed te werken. Wie van zichzelf weet dat hij hooikoorts heeft, kan al enkele weken voor de start van het pollenseizoen beginnen met slikken.

– immunotherapie. Dit is volgens Oude Elberink en Nawijn de meest veelbelovende behandeling, meteen ook de meest ingrijpende. Bij immunotherapie krijgt de patiënt onder strikte begeleiding van een arts eerst een tijdje geen enkele allergie-veroorzakende stof. Na een week of zes krijgt de patiënt dan één voor één in kleine hoeveelheden de allergene stoffen toegediend. Het lichaam went eraan, wat zo goed kan werken dat een deel van de patiënten voor vele jaren of zelfs de rest van het leven van de allergie af is.

Een probleem bij immunotherapie is dat het nogal intensief is en daardoor duur. Zorgverzekeraars doen bijgevolg soms moeilijk over de vergoeding. In het UMCG wordt onderzoek gedaan naar het verbeteren van immunotherapie. ,,Het is in feite al een honderd jaar oude behandeling die in onbruik is geraakt’’, zegt Nawijn. ,,We willen uiteindelijk toe naar een soort vaccin. Dan zou je een patiënt zo’n vaccin kunnen toedienen, in de vorm van een of meerdere injecties, en zou iemand net als bij polio of pokken zijn leven lang beschermd zijn tegen een allergische reactie op die stoffen.’’

loading

Lezing

Prof.dr. Hanneke Oude Elberink en dr.ir. Martijn Nawijn (foto) verzorgen de lezing van aanstaande dinsdag in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Voor deze bijeenkomst zijn geen entreekaarten meer beschikbaar. Het is de laatste lezing in de voorjaarsreeks van de Medische Publieksacademie. In het najaar volgt een nieuwe serie van zes lezingen over andere medische onderwerpen.

menu