Melis Bloemsma Fonds helft arme inwoners al 12,5 jaar aan noodzakelijke spullen: 'Liever waren we overbodig'

Voorzitter van het Melis Bloemsma Fonds, Take de Haan: „Liever hadden we gezien dat ons fonds inmiddels overbodig zou zijn geworden.” Foto: DvhN

Er hangen grijze wolken boven het 12,5-jarig jubileum van het Melis Bloemsma Fonds. De stichting helpt inwoners van de gemeente Stadskanaal die geen geld hebben aan voor hen noodzakelijke spullen. Vanwege de coronacrisis verwachten zij meer aanvragen.

„Liever hadden we gezien dat ons fonds inmiddels overbodig zou zijn geworden”, zegt Take de Haan, voorzitter van de stichting. Naast hem zit secretaris Geertje Roosjen, ze verwacht dat de coronacrisis mogelijk tot meer aanvragen zal leiden. Dat was immers ook na de economische crisis het geval, ze wijst op een nauwkeurig bijgehouden jaarverslag.

Van een gereedschapskist voor de opleiding tot een computer voor een inburgeringscursus. Maar ook fietsen, laminaat en een warm kleed voor de scootmobiel. Roosjen: „Als je in de winter niet naar buiten kunt omdat je geen beschermende kleding hebt, is dat absoluut noodzakelijk.”

Laatste redmiddel

Het fonds is een laatste redmiddel voor mensen die weinig of geen geld hebben. Voor hen die geen aanspraak meer kunnen maken op gemeentelijke regelingen (bijvoorbeeld doordat ze er al eerder gebruik van maakten) maar wel echt iets moeten hebben. Wie een nieuwe vriezer nodig heeft, maar al gebruikmaakte van de witgoedregeling voor een wasmachine bijvoorbeeld, legt het duo uit.

Zo’n fonds was een noodzaak, zagen leden van de plaatselijke PvdA, zij namen het initiatief en vernoemden het naar Melis Bloemsma, oud-wethouder van de partij tussen 1971 en 1990. „Maar inmiddels zijn het al lang niet alleen maar PvdA’ers in het fonds”, zegt De Haan.

Niet afhankelijk van subsidies

De pot wordt gespekt door donateurs, daardoor is het fonds niet afhankelijk van subsidies. „We hoeven niets te verantwoorden. Omdat wij een zelfstandig fonds zijn, kunnen we eigenlijk heel veel”, zegt De Haan.

Niet dat er met geld gesmeten wordt. Iedere aanvraag wordt nauwkeurig bekeken door de vijf bestuursleden. „Het is maatwerk. Ze moeten ook duidelijk maken dat ze het echt nodig hebben. We gaan ook op huisbezoek, dan vragen we ook hoe ze er financieel voorstaan”, zegt Roosjen. „Het kan ook zijn dat we ze dan doorverwijzen naar een andere regeling of fonds.

menu