Nederland raakt met de overname van NDC Mediagroep de laatste zelfstandige krantenuitgeverij van Nederland kwijt. De onderneming komt in Belgische handen.

Met overname NDC Mediagroep hebben twee Belgische uitgevers bijna alle Nederlandse kranten in handen. Zo kregen de Belgen dat voor elkaar

Nederland raakt met de overname van NDC Mediagroep de laatste zelfstandige krantenuitgeverij van Nederland kwijt. De onderneming komt in Belgische handen.

Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad krijgen een Belgische eigenaar. Bijna alle Nederlandse kranten gingen de titels van NDC mediagroep al voor. Twee Belgische bedrijven hebben de Nederlandse dagbladmarkt veroverd met een combinatie van zakelijke hardheid en oprechte liefde voor kranten.

‘Op het bankje hier voor de hoofdingang zitten twee Belgen te wachten tot ze naar binnen kunnen.’ Zo’n zinnetje werd de afgelopen jaren af en toe uitgesproken op de redactievloeren van het Dagblad en de LC. De Belgen zaten er niet echt, maar iedereen wist wat ermee bedoeld werd: de verwachting dat een van hen de boel vroeg of laat wel zou overnemen.

Want dat doen twee Belgische uitgevers, DPG Media en Mediahuis, sinds een dikke tien jaar: Nederlandse dagbladen inlijven. Het Algemeen Dagblad , NRC Handelsblad , Trouw , de Volkskrant , De Telegraaf en de meeste regionale kranten zijn tussen 2009 en 2017 eigendom geworden van de Belgen. Maandag werd bekend dat ook NDC Mediagroep, de enig overgebleven grote Nederlandse speler, in handen komt van een van de twee: Mediahuis. Daarmee hebben de Belgische uitgevers, die concurrenten zijn, zo’n 95 procent van het marktaandeel in de Nederlandse dagbladsector.

Hoe kan dat, dat in ruim tien jaar tijd bijna alle Nederlandse kranten in Belgische handen vallen? Paradoxaal genoeg heeft dat sterk te maken met het feit dat het zo’n twintig jaar geleden juist heel goed ging met de Nederlandse dagbladen. Rond het jaar 2000 was er een heel rijk krantenlandschap, zegt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). ,,Zowel wat betreft het aantal titels als wat betreft de inkomsten.’’ Geld verdienen ging in die periode als vanzelf, aldus Bruning. ,,Tegen adverteerders werd soms gezegd: ‘U komt er zaterdag niet meer in, de krant zit al helemaal vol’.’’

'De Nederlandse Dagbladuitgevers waren lui'

Oud-hoofdredacteur Rimmer Mulder van de Leeuwarder Courant stelt dat beeld een beetje bij, maar begrijpt waar Bruning op doelt. Volgens hem ging het al voor 2000 wat achteruit in krantenland en werd adverteerders niet zo gauw de deur gewezen. ,,Maar ik denk wel dat de Nederlandse dagbladuitgevers wat lui waren’’, zegt Mulder.

Hij bevestigt dat het geld in die jaren gewoon wel binnenkwam. Concurreren was niet echt nodig. ,,Het was geen kartel, maar uitgevers overlegden bijvoorbeeld met elkaar over de tariefverhogingen, die de inflatie net wat te boven gingen.’’

Het was een tijd waarin niet scherp aan de wind gezeild hoefde te worden om dikke winsten te halen. Maar dat veranderde na de millenniumwissel. Internet en gratis nieuws deden hun intrede en het automatisme om een abonnement te nemen of te adverteren verdween met rasse schreden. Ineens werd het voor de uitgeverijen, die het jarenlang makkelijk hadden gehad, belangrijk om bedrijfsmatig te werken.

Het zou een understatement zijn om te zeggen dat de Nederlandse dagbladsector dit niet slim heeft aangepakt. Met name de uitgevers PCM (uitgever van het Algemeen Dagblad , de Volkskrant en Trouw ) en Wegener (uitgever van regionale kranten in Midden- en Zuid-Nederland) gingen enorm het schip in. Ze lieten zich in met durfinvesteerders, respectievelijk Apax en Mecom, die grote toekomstvisies presenteerden, maar eigenlijk niets met kranten hadden en vooral op geld uit waren.

,,De oude eigenaren hebben zich gek laten maken door plannen voor investeringen zegt media-expert Piet Bakker. ,,Maar zulke investeerders zadelen het bedrijf op met een enorme schuldenlast. Daarna gaan ze het opknippen. Ze gaan echt niet investeren. Bij jullie bedrijf kwam trouwens ook een hele rij consultants binnen die het hebben het leeggezogen. Zo zijn alle Nederlandse bedrijven verkwanseld.’’

Directielid en algemeen hoofdredacteur van NDC mediagroep Evert van Dijk noemt dit laatste een ,,loze, niet-onderbouwde opmerking’’. Volgens Van Dijk gaat het over verschillende perioden en is de situatie bij PCM en Wegener niet te vergelijken met die bij NDC. De gebeurtenissen bij PCM en Wegener begonnen in respectievelijk 2004 en 2007. ,,Als ik bij ons aan consultants denk, denk ik aan 2013/2014, maar doelt Bakker daarop?’’

Investeren in papier of online?

Voor de Nederlandse dagbladredacties waren het uitputtende tijden. Bakker: ,,Elk half jaar kwam er een nieuw plan, een nieuwe CEO en een nieuwe reorganisatie.’’ Er werden verkeerde beleidskeuzes gemaakt. Bruning: ,,PCM dacht: ‘We gaan nu naar digitaal, dus gaan we niet meer investeren in de papieren krant’. Maar je moet zorgen dat je lezers bij je blijven. De krant is nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten.’’

Voor de drie titels van NDC mediagroep staan de journalistieke onafhankelijkheid en regionale identiteit voorop

Bij PCM zijn tientallen miljoenen euro’s over de balk gegooid door experimenten met internet, zegt hoogleraar journalistiek Bart Brouwers van de Rijksuniversiteit Groningen. Ondertussen was er een mismatch tussen ratio en gevoel bij online. Het verstand zei: het moet. Maar het gevoel bleef in de oude cultuur hangen. ,,De internetredacteur zat ergens in een hoekje op de redactie, wat uitstraalde dat het onbelangrijk was. Tegelijkertijd werd er buiten het bedrijf naar goeroes gezocht.’’ En het geld bleef maar wegstromen.

In al dat geweld gebeurde er iets geks. De Belgische zakenman Christian Van Thillo nam in 2003 met De Persgroep dagblad Het Parool over van PCM. De voormalige verzetskrant stond op het punt om opgeheven te worden, zegt Bakker. Maar Van Thillo, een krantenliefhebber, bleek Het Parool vrij snel weer winstgevend te kunnen maken.

Mulder herinnert zich dat Van Thillo, kort nadat hij de Amsterdamse krant had overgenomen, sprak op een bijeenkomst van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, die in Oranjewoud plaatsvond. ,,Hij sprak over journalistiek en dat was een verademing, want wij waren toen al gewend geraakt aan directeuren die het alleen maar hadden over bezuinigingen en ontslagen.’’

Ondanks het succes van Van Thillo met Het Parool bleven de grote Nederlandse krantenbedrijven nog jaren aanmodderen. Pas zes jaar later, in 2009, sloeg Van Thillo zijn grote slag: De Persgroep nam PCM over. Dat was de uitgever van het Algemeen Dagblad , de Volkskrant , NRC Handelsblad , Trouw en regionale dagbladen als de Haagsche Courant en het Rotterdams Dagblad .

,,PCM stond toen aan de rand van de afgrond’’, zegt Bakker. Het was het moment waarop Nederland echt kennismaakte met de Belgische methode: het bedrijf doorlichten, keihard reorganiseren, de aandacht volledig op de kranten richten, succesvolle elementen uit eigen huis introduceren en met beleid bouwen aan een digitale strategie.

De Belgen zijn hard maar hebben liefde voor journalistiek

De Belgische aanpak kenmerkt zich door hardheid, maar ook door liefde voor kranten, zegt Brouwers. ,,Die hardheid uit zich in ontslagen en besluiten om met initiatieven te stoppen. Maar er is ook duidelijkheid en dat werkt veel beter dan aanmodderen, wat veel bedrijven gewend zijn.’’

Voor de regionale titels van PCM, zoals de Haagsche Courant en het Rotterdams Dagblad , braken geen goede tijden aan, want dat werden edities van het Algemeen Dagblad . Maar die ontwikkeling was al in gang gezet onder PCM. Toen De Persgroep in 2015 ook de regionale titels van Wegener overnam, zoals De Stentor in Zwolle en De Gelderlander , hielden die wel hun eigen naam. Hoewel er volgens Bakker aan de achterkant niet veel verschil is met de AD-edities. ,, De Gelderlander wordt voor een groot deel in Rotterdam in elkaar geknutseld.’’

Maar De Persgroep wist de overgenomen dagbladen wel weer rendabel te maken. De bezem ging er stevig doorheen. ,,Er bleken heel slechte drukcontracten te bestaan. Met één beweging konden ze daar veel geld op besparen’’, zegt Bruning. ,,Ze kijken ook heel erg naar het publiek, wat wil dat? En ze weten hoe ze slimme marketing moeten voeren, die werd veel professioneler. Bij de Volkskrant en het AD is daarna het tij succesvol gekeerd. En ook de regionale kranten verzwakken momenteel niet verder.’’

Wat voor iedereen als een paal boven water staat: de Belgen doen dit dus allemaal met liefde voor de krant. Rimmer Mulder: ,,In Nederland waren de kranten in handen gevallen van mensen die weinig met kranten hadden. Ik heb wel eens gezegd: ‘Het wordt tijd dat de kranten weer in handen komen van courantiers’’. Nou, Christian Van Thillo en Gert Ysebaert (CEO van Mediahuis, red) hebben beiden een passie voor de krant.’’ De liefde druipt er vanaf, zegt Brouwers. ,,Zelfs voor de drukpers. En die is oprecht.’’

,,De vorige eigenaren maakte het niet uit of ze tomatensoep of kranten verkochten’’, zegt Bakker. ,,Maar je moet snappen waarom mensen een krant willen kopen. Het product moet goed zijn. Anders kun je er nog zoveel marketing op zetten, maar dan werkt het niet.’’

Geen BTW en de bezorging wordt gesubsidieerd

Waar de liefde voor kranten de Belgen naar Nederland voerde, was er iets anders wat hen in de positie bracht om slagen te kunnen slaan: geld. In tegenstelling tot de Nederlandse uitgevers waren de Belgische ondernemers in de voorliggende jaren behoedzaam omgegaan met hun financiële middelen. En bovendien stelde nota bene de Belgische overheid ze in de gelegenheid om een ‘oorlogskas’ op te bouwen, zoals Bruning het noemt.

Het komt in het kort hierop neer: er hoeft geen btw te worden betaald over kranten en de bezorging wordt gedaan door de Belgische post, die hier subsidie voor krijgt. Dit scheelt de bedrijven vele miljoenen euro’s.

Ondanks die voordelen bleven de Belgische ondernemers zakelijk omgaan met hun geld. In België werd niet zoveel aan kranten verdiend als in Nederland, dus gooiden ze het niet over de balk. Integendeel. Bruning: ,,In alle eerlijkheid: de Belgen keken al eerder strakker naar redacties. Er werkten minder journalisten. En veel nieuws, bijvoorbeeld sport, werd bij andere titels betrokken. Ze kijken heel kritisch: wat moet eigen zijn en wat komt uit de grote trommel?’’

Ook waren ze heel terughoudend met investeringen in digitalisering, zegt Brouwers. ,,Van Thillo zei: ‘Laat anderen maar experimenteren’. Dat was niet dapper, maar wel slim.’’ Het zijn familiebedrijven, zegt Bakker, met kranten als hoofdactiviteit. ,,En die zijn voorzichtig met hun centjes.’’ Omdat ze niet beursgenoteerd zijn, kunnen ze op de wat langere termijn beleid voeren en hoeven ze niet te reageren op elke beweging op de beurs, aldus Mulder.

Met geld en rust in het bedrijf troffen de Belgen Nederlandse krantenconcerns aan die op hun laatste benen liepen. Voor de werknemers gold ‘alles beter dan hoe het nu gaat’. De eigenaren wilden ook van hun met schulden volgehangen vehikels af. ,,Met Wegener werd al een jaar geleurd’’, zegt Bakker.

De Belgen pakten hun kansen. Ze sneden enorm in de kosten en profiteerden aan de andere kant van de schaalvergroting die ze met de overnames realiseerden. Die grotere schaal was ook nodig om de digitalisering te laten slagen. Volgens Brouwers hebben de Belgen niet een soort ei van Columbus voor digitalisering, maar hebben ze vooral gevoel voor timing. ,,Ze hebben ermee gewacht tot het verstandig was. Hun strategie gaat beter mee op de golven van de tijd. Ze hebben de juiste balans tussen handrem en gaspedaal.’’

De Persgroep heeft zich ook inhoudelijk stevig bemoeid met de kranten, zegt Bakker. Mulder ziet dat de regionale kranten van DPG zwaar leunen op AD-kopij, wat niet goed is voor het eigen gezicht en de pluriformiteit. Volgens Bakker bemoeit Mediahuis zich net zo goed met de inhoud van de titels, maar Mulder, Bruning en Brouwers zien dit anders.

Mediahuis is ook een fusiebedrijf

Mediahuis ontstond in 2013 uit de Belgische mediabedrijven Concentra en Corelio. Het nieuwe bedrijf kreeg al snel een positie op de Nederlandse krantenmarkt, doordat dagblad De Limburger in 2014 in handen kwam van Concentra. Het jaar daarop nam Mediahuis NRC Handelsblad over. De grote slag kwam in 2017, toen het TMG, uitgever van onder meer De Telegraaf , voor de neus van mediatycoon John de Mol wist weg te kapen.

Ook Mediahuis hanteert de Belgische methode van doorlichten, saneren, de aandacht vestigen op de krant, succesvolle elementen uit eigen huis introduceren en digitaliseren. ,, De Telegraaf is in een paar maanden gezond gemaakt’’, zegt Bakker. ,,Wat ze hebben gedaan? Eerst al die consultants eruit geschopt.’’

Bakker heeft, zoals gezegd, grote twijfel bij de reputatie van Mediahuis dat het bedrijf zich respectvol opstelt naar de eigen identiteit van de titels. Het is in ieder geval niet overal hetzelfde. Hij onderstreept dat er een groot verschil is tussen de aanpak bij De Limburger en de Hollandse regionale kranten, waaronder het Noordhollands Dagblad , die via TMG bij Mediahuis terechtkwamen.

,, De Limburger is gewoon een eigen krant. Maar in Noord-Holland zijn de regionale dagbladen kopbladen van De Telegraaf geworden. Voor de Leeuwarder Courant , het Friesch Dagblad en Dagblad van het Noorden is het de vraag welk model er gekozen wordt. Er komen ‘krantensnuffelaars’ uit België, jullie gaan echt nog wat beleven.’’

Van Dijk spreekt dit laatste met klem tegen. ,,Het is niet de vraag voor welk model wordt gekozen, voor de drie titels van NDC mediagroep staan de journalistieke onafhankelijkheid en regionale identiteit voorop. De redacties bepalen zelf welke verhalen ze plaatsen, uit welke bronnen ze putten. Dat wordt niet van bovenaf door Mediahuis bepaald.’’

Het snoepwinkel-effect

Ook Bruning ziet het anders. Volgens hem heeft Mediahuis zowel in Limburg als in Noord-Holland laten zien dat er respect is voor de redactionele eigenheid. ,,Het is zeker waar dat er in Noord-Holland heel veelvuldig gebruik gemaakt wordt van Telegraaf -kopij, maar Mediahuis heeft de aanpak van de Noord-Hollandse kranten van TMG juist teruggeschroefd.”

Toch hoopt Bruning dat voor de kranten in Friesland, Groningen en Drenthe de Limburgse variant gekozen wordt. ,,Uiteindelijk gaat het erom dat er stevige redacties staan, die weten waar hun lezers behoefte aan hebben en die weerstand kunnen bieden aan one size fits all.

Als oud-hoofdredacteur van De Limburger heeft Brouwers nog veel contacten bij de krant. ,,De geluiden zijn alleen maar positief.’’ Inhoudelijk blijven de hoofdredacteur en de verslaggevers verantwoordelijk, zegt Brouwers.

Het is vaak wel zo, aldus Brouwers, dat er een persoon vanuit Mediahuis als vooruitgeschoven post het bedrijf binnenkomt en dat die, met respect voor de denkkracht en de mensen, zaken tegen het licht houdt. Brouwers verwacht dan ook wel enige veranderingen bij de dagbladen van NDC mediagroep, maar in positieve zin. ,,Er zal iets binnentreden bij iedereen, namelijk de wens om te kopiëren wat goed is. Bijvoorbeeld elementen uit De Standaard die het goed doen. Dat gaat sluipenderwijs. Daardoor word je misschien ontvankelijk voor het loslaten van tradities en bekende paden. Het is een soort snoepwinkel-effect.’’

De Belgen brengen immers niet alleen maar hardheid en ‘krantensnuffelaars’ met zich mee, maar ook nieuwe mogelijkheden. ,,Er is nu wel weer geld om te investeren’’, zegt Bruning. Een heel verschil met de afgelopen jaren bij NDC mediagroep. ,,Er werd jaar op jaar gereorganiseerd, er is een dun sociaal plan. Het was elk jaar spannend. Er was niet veel ruimte voor investeringen.’

Volgens Van Dijk valt het wel mee met dat ‘dunne’ sociaal plan, dat met de NVJ afgesproken is. Veertien redacteuren hebben er de afgelopen tijd juist voor gekozen om er vrijwillig gebruik van te maken, onderstreept hij.

Bijna de hele markt in handen van twee bedrijven, is dat wel goed?

De situatie bij NDC mediagroep is niet hetzelfde als wat er bij PCM en Wegener is gebeurd, zegt Brouwers. Zo was het bedrijf de laatste jaren in handen van twee ideële aandeelhouders, FB Oranjewoud en Je Maintiendrai, waarvan de eerste het bedrijf in 2013 redde van de ondergang. Maar NDC bleef worstelen en zoeken naar middelen om vooruit te komen.

,,Dat gaf intern een gevoel van hulpeloosheid’’, zegt Brouwers. ,,De frustratie was zichtbaar. Ideeën waren er genoeg, maar er was geen massa om die door te zetten.’’

Met de overname van NDC mediagroep door Mediahuis zijn alle grote Nederlandse krantenuitgevers in handen van twee Belgische bedrijven. Alleen het Financieele Dagblad , het Reformatorisch Dagblad , het Nederlands Dagblad en de Barneveldse Krant vallen niet onder DPG of Mediahuis.

loading  

Is het een positieve ontwikkeling, of een negatieve, of maakt het niet uit? ,,Het is gebeurd’’, zegt Mulder. ,,Het zou wel mooi zijn als er een Nederlandse Van Thillo was geweest. Maar de Belgen hebben hart voor journalistiek. Voor de Nederlandse kranten is het niet slecht. In België hebben ze het onderscheid tussen Vlaanderen en Wallonië. Belgen weten daardoor dat niet overal hetzelfde werkt. De eisen die ze stellen zullen liggen op het gebied van de kosten. Ik ben ervan overtuigd dat Mediahuis ziet dat de Leeuwarder Courant een Friese krant is en moet blijven.’’

De NVJ staat er dubbel in, zegt Bruning. De overnames geven lucht op de Nederlandse redacties, maar het feit dat twee grote bedrijven vrijwel de hele markt bezitten heeft ook nadelen. Of die Belgisch of Nederlands zijn maakt niet uit. Maar de positie van freelancers wordt er niet beter op. Als ze het niet eens kunnen worden over tarieven, kunnen ze niet bij een concurrent aankloppen.

Volgens Van Dijk valt dat wel mee. ,,Er is geen enkel beletsel voor ons om met een freelancer in zee te gaan die er niet is uitgekomen met NRC .’’

Zelfstandig blijven geen reëele optie

Ook werknemers zijn kwetsbaarder, want bij een conflict zijn er amper mogelijkheden om over te stappen naar een ander bedrijf. En ook voor nieuwe initiatieven is het heel moeilijk de markt te betreden, zegt Bruning. ,,Je moet veel kapitaal meenemen om tegen zo’n groot concern te kunnen concurreren.’’

Maar zelfstandig blijven was voor NDC mediagroep niet reëel, aldus directeur Pier Baarsma deze week. Het bedrijf is te klein om de noodzakelijke stappen voor de digitale transformatie te zetten. Er is meer investeringskracht nodig. Gevoelsmatig is het spijtig: ,,Wij verliezen dat eigene. Dat zeg ik als privépersoon, als Fries, als noorderling.’’ Maar tegelijkertijd moesten de kranten worden veiliggesteld voor de toekomst.

En daarom mocht een van die Belgen, die enkele jaren zo rustig hadden zitten wachten op dat bankje voor de hoofdingang van NDC mediagroep, maandag eindelijk binnenkomen. Zijn naam: Gert Ysebaert, de topman van Mediahuis.

menu