Achter het Behang #19 (over een gezin in coronatijd): Met uitzicht op de slaapwekker van Nijntje

Illustratie: Infographics DvhN

Wekenlang geen school, wekenlang thuiswerken, wekenlang op elkaars lip. Verslaggever Maaike Borst schrijft dagelijks over haar gezin in tijden van corona.

Na drie weken thuiswerken moeten we het toch eens gaan hebben over de arbeidsomstandigheden. Ik wil niet klagen hoor, maar nu de felle lentezon me uit onze doorzon-slaapkamer annex broeikas met uitzicht over de weilanden heeft verjaagd en ik ben verkast naar het donkere kamertje van kleine broer, vraag ik me toch af waar het is misgegaan.

De systeembeheerder slijt zijn werkdagen in de riante aangebouwde schuur met openslaande deuren naar de tuin én een functionerende muziekinstallatie.

Ik moest het kleuterbed dat door een uit de hand gelopen logeerpartij bij grote broer al maanden onbeslapen is aan de kant schuiven en de rondslingerende schoenen en verkleedkleren erop smijten om te kunnen werken in een volgestouwd hok van twee bij drie met uitzicht op de slaapwekker van Nijntje. Tot zeven uur ‘s avonds wandelt ze lekker in de zon, daarna gaat ze naar bed.

Wat scheelt: omdat mijn ouders vorige week plotseling kwamen aanzetten met een vergeten bureaustoel uit mijn studententijd die nog bij hun op zolder stond, hoef ik niet meer te balanceren op een te groot kussen op een klein formica-stoeltje en kan ik me in één soepele beweging omdraaien als een van de broers iets nodig denkt te hebben - wat meestal het woordje ‘nee’ blijkt te zijn.

Het gebrek aan voorraad is in dit kantoor ook stuitend. Geen schrijfblokjes meer (ik maak stiekem aantekeningen in de meest gehate voorleesboekjes van Piet Piraat) en nergens een nietmachine, paperclip of plastic mapje te vinden om de boel een beetje te ordenen. Gelukkig gaan al mijn interviews toch over corona dus heeft de lezer het niet snel door als ik aantekeningen verwissel.

De systeembeheerder is vooralsnog doof voor mijn gemekker - maar dat kan ook komen omdat hij de hele dag lammetjes en geitjes hoort dartelen op een steenworp afstand van zijn bureau. ‘Wie het eerst komt wie het eerste maalt’ is zijn idee van recht en hij hield daar al kantoor voordat het coronavirus om de hoek kwam kijken.

Dat ík hier degene ben die een vitaal beroep uitoefent is nog niet ter sprake gekomen. Die troef bewaar ik voor als het echt vals wordt.


menu