Mexicaans restaurant Groningen bestaat 35 jaar: ''Four Rose's is als familie''

Mexicaans restaurant Four Rose’s in Groningen viert z’n 35-jarig bestaan. Al die jaren is Ton Alferink het gezicht van de zaak. ,,Samen met Wessel’’, zegt ze. En: ,,Rose’s is m’n leven.’’

Het is een vertrouwd gezicht. De fiets van Ton. Of beter: het fietsje van Ton.

In weer en wind, zomer en winter, overdag en ‘s nachts: steevast staat haar witte vouwfiets voor de deur van Four Rose’s. Dan weten de mensen dat Ton in de zaak is. Sommige dingen veranderen nooit.

Ton Alferink

Ton is Ton Alferink (66), de gastvrouw van Four Rose’s in Groningen, het Mexicaanse restaurant op het hoekje van het Zuiderdiep en de Oosterstraat. Ze heeft een opvallende bos haar, verwelkomt haar gasten met een hartelijke lach, blikt ernstig als het ernstig is.

Op de kop af 35 jaar geleden ging ze werken bij het toen net geopende restaurant. Voor even wilde ze er aan de slag, om geld te verdienen. De wijde wereld lonkte. Ze is er nooit meer weggegaan. Ze zegt: ,,Rose’s werd m’n leven. Ik wóónde hier.’’

Ze zegt ook dat ze niet in de krant wil, al helemaal niet zonder Wessel.

Wessel Zijp

Wessel is Wessel Zijp (60) die in 1983 iets moest. Zijn studie aan de lerarenopleiding ging niet van een leien dakje, in militaire dienst ontdekte hij dat regelen hem lag en tijdens een bezoek aan Amsterdam at hij in Mexicaans restaurant Rose’s Cantina. Hij zet het gelijknamige liedje in en herinnert zich dat hij ter plekke bedacht dat hij Rose’s van Amsterdam naar Groningen wilde halen.

Want studentenstad Groningen had op wat Chinese restaurants en pizzeria’s na nauwelijks buitenlandse eettentjes. De sfeer, het eten en de Margarita’s van Rose’s zouden er prima gedijen, stelde Wessel zich voor. Hij vond in Benno Seydell een compagnon met horeca-ervaring.

Ze tikten het hoekpand op de kop, dat al drie jaar leeg stond. Geen horecaondernemer waagde zich aan zo’n locatie buiten het centrum. Hij en Ton wijzen om zich heen. ,,Hier waren wat buurtcafeetjes, maar dit was geen uitgaansgebied.’’

Tien tafeltjes

Half oktober 1983 opende het eerste Mexicaanse restaurant van Groningen z’n deuren. Tien tafeltjes stonden er, hooguit 35 man kon er terecht. Wessel toen nog de gastheer. ,,Ik was vooral bezig met zeggen dat het goed kwam’’, zegt hij.

Want wat niemand had kunnen voorspellen: vanaf de allereerste dag liep het er storm. Het was druk, chaotisch, gezellig, maar mensen moesten wachten - soms wel anderhalf of twee uur. ,,De koks raakten oververhit’’, herinnert Wessel zich.

Eten, roken, werken

Vlak voor Rose’s begon, klopte er een meisje op het raam. Judith uit Texas die een baantje zocht. Ze werd aangenomen en ze was bevriend met Ton die er, naast haar baan bij de Konditorei, ook kwam werken. Ton schiet in de lach. ,,Het was zo druk en wij, als personeel, deden maar wat. We aten wanneer we zin hadden, we rookten, werkten, het was één groot feest.’’ Overdag waren ze vrij. ,,Voor elf uur mocht niemand ons bellen. En Wessel en ik troffen elkaar elke dag om één uur bij de Brasserie om te ontbijten.’’

Ze zitten boven, aan een tafeltje bij het raam. Four Rose’s is in 35 jaar gegroeid van 35 naar 200 stoelen. De uitbreiding ging stapsgewijs. Buurpandje kopen, restaurant vergroten.

Verhalen ze over Rose’s, dan verhalen ze ook over zichzelf. Over hun vriendschap die even oud is als Rose’s, over hun tweejaarlijkse reizen naar Mexico met Johannes - partner van Wessel - erbij. Over de bedrijfsvoering gaat het.

Ton op het podium

Wessel en Johannes doen het regelwerk achter de schermen. Op die manier kan Ton doen waarin ze het beste is: zich bekommeren om het restaurant, de gasten, het personeel. ,,Ton op het podium’’, zegt Wessel.

Toen ze vijf jaar in Rose’s werkte, ging Benno weg. ,,Zijn kinderen werken nu hier’’, zegt Ton. Sinds zijn vertrek neemt Ton de honneurs waar en is ze bedrijfsleider alias manager - termen die ze nooit bezigt.

Ton: ,,Het liep zo goed, de sfeer onderling was geweldig, al die medewerkers werden vrienden en vriendinnen.’’

Wessel: ,,Het leuke van dit type bedrijf is dat je alles samen doet.’’ Hij kijkt op zijn horloge. ,,Straks om half vijf zit iedereen hier te eten, dan gaat iedereen aan het werk om daarna aan de bar na te zitten. Het is een familie.’’

Ton: ,,Ja! Familie! Ik vind Rose’s supergezellig.’’

Wessel: ,,Je hebt er een roeping van gemaakt.’’

Ton: ,,Roeping? Dat weet ik niet hoor.’’

Wessel: ,,Je bent hier zeven dagen in de week!’’

Ton: ,,Ik wil niks missen. Wat als er een familie komt en ik ben er niet? Dat wil ik niet. Ik wil er graag zijn.’’

Wessel: ,,Als je fiets er niet is....’’

Ton: ,,Haha, dan hoor ik naderhand ’Ik zag je fiets niet’ en dat ze verder gelopen zijn. Roeping, roeping? Het is eerder... ik ben een beetje verslaafd aan Rose’s, automatisch trek ik hier naartoe. Ik heb wel eens iets heel anders gewild, maar wat? Ik wist het niet. Het idee dat ik hier weg moest, greep me naar de keel.’’

Doorgaan

Een fikse verbouwing en uitbreiding in 2008, waarbij de zaak open bleef, zorgde misschien voor genoeg verandering, bedacht Wessel.

Wessel: ,,Dan moest Ton wel nog tien jaar doorgaan. En die tien jaar zijn nu al voorbij.’’

Ton denkt geen moment aan stoppen met werken. ,,Ik prakkiséér er niet over. Ik kan het bijna geen werk noemen. Ik ben er. Mijn hele leven blijf ik hier.’’

Wacht even. Geen baan is dag in dag uit maar leuk. Personeel zeurt, gasten klagen, het regent soms en iedereen heeft wel eens een rothumeur. Ton denkt na. En ja, natuurlijk gaat het niet altijd zoals ze wenst. Vind maar eens een goeie chef-kok, zegt ze. Dat is weleens lastig geweest. Ze prijst zichzelf gelukkig met Perry Douma. Ze herinnert zich een recensie over Rose’s in de krant (deze), vlak voor kerst. ,,Ik was er ziek van, zo lelijk werden we weggezet. Ik schaamde me, durfde nauwelijks nog bij de deur te staan.’’

Maar verder? Ze is dol op haar personeel. ,,Personeel blijft hier lang werken en komt terug als een ’echte’ baan tegenvalt. En al wonen ze inmiddels aan de andere kant van de wereld, ze komen altijd even gedag zeggen. Ik krijg altijd bezoek.’’

Rozenkrans en Filmclub

Ze noemt de Rozenkrans, haar vriendenclub van medewerkers van het eerste uur. Inmiddels heeft ze drie of vier van dergelijke clubjes. Afspreken is nooit nodig: ze spreken af in Rose’s zonder het tegen Ton te zeggen. Ze heeft meerdere kinderen van oud-werknemers in dienst.

Op maandagavond is Ton er steevast een paar uur níet. Dan is het Filmclub, ooit begonnen toen Wessels moeder op maandagmiddag de kas kwam tellen waarna ze samen met Ton naar de bioscoop ging. Daaruit ontsproot de Filmclub, waarvoor Ton ruim honderd mensen op de maillijst heeft staan. Elke maandag mailt ze welke film de week erop op het programma staat.

Wie wil schuift eerst aan in Four Rose’s om te eten. Het gebeurt dat het daar zo gezellig is dat niemand weg wil en Ton als enige afreist naar de bioscoop. ,,Ik begin ergens aan en ik doe het. Ik doe niks half.’’

Wessel, plagerig: ,,Ze heeft thuis geen televisie, vandaar die film.’’

Ton: ,,Ik hou van films. En van tradities. Ik voel me verantwoordelijk zonder dat ik me verplicht voel. Ik ben zo vrij als een vogel.’’

Vandaag, dinsdag, is haar vrije dag. ,,Ik sluit vanavond’’, zegt ze. ,,Meestal sluit ik.’’ Om daarna haar witte fiets van het slot te halen en naar huis te karren.

menu