Het Groninger Museum.

Mijn Streek: Het littekenweefsel van de stad Groningen

Het Groninger Museum. Foto: Marcel van Kammen

Door de maatregelen rond het coronavirus kon in april de tentoonstelling En tóch staat de Martini, over de impact van de oorlog op de stad Groningen, niet van start gaan. Per 1 juni mogen musea weer open. Conservator Egge Knol leidt rond langs (iets meer dan) tien plekken in de stad.

,,Je kunt aan de panden precies zien tot hoever de stad in brand heeft gestaan. Ik laat het je dadelijk zien.” Egge Knol (1956), conservator van het Groninger Museum gaat met gezwinde pas kriskras door de binnenstad van Groningen.

De handen gevouwen op de rug, het bovenlijf iets voorover alsof hij sneller wil dan mogelijk is. Het is behoorlijk druk in de straten, het zijn met name studenten, verhoudingsgewijs lijken ze meer aanwezig dan voor corona, wat verklaarbaar is; probeer met dit mooie weer maar eens binnen te blijven op een kleine kamer als je geen tuin hebt.

De museumdeuren mogen open

Corona zette dit jaar veel op zijn kop. Een van die dingen was de viering van 75 jaar bevrijding. Die bevrijding bezorgde de stad Groningen grote littekens. Tussen 13 en 16 april 1945 werd hier zwaar gevochten. De Duitsers verdedigden de stad, net als de stellingen rond Delfzijl, met hand en tand tegen de Canadezen, om hun vluchtende troepen de mogelijkheid te geven via het water Bremen te bereiken.

(Tekst gaat verder onder de foto)

loading  

Het Groninger Museum richtte een expositie in over de oorlog: En tóch staat de Martini . Twee dagen voor die zou starten, werden de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus van kracht en moesten de museumdeuren dicht. Nu die per 1 juni onder strikte voorwaarden weer open mogen, kunnen belangstellenden er alsnog terecht. De expositie is verlengd.

Een lijst met tien plekken ‘met een verhaal over de oorlog’ heeft Knol opgesteld. Wie hem kent, weet dat het een prestatie op zich is dat hij zich wist te beperken. Een aantal van de punten komt aan bod in de expositie, andere niet, werk van de losse pols. Een compleet verhaal over de oorlog is niet zijn streven, zou ook nooit kunnen.

Zorgen over de wederopbouwarchitectuur

Nu hij door de stad loopt, valt uit zijn relaas echter wel degelijk een constante op te maken: zijn zorgen over de wederopbouwarchitectuur, het ‘littekenweefsel’ van de stad. Op de Grote Markt wijst hij naar de oostzijde van de open ruimte, de nieuwe panden die recentelijk verrezen, met daarin onder andere studentenvereniging Vindicat.

(Tekst gaat verder onder de foto)

loading

,,Niet oud genoeg is per definitie vogelvrij, heeft nog niet de status van monument. Van een deel van de wederopbouwarchitectuur wordt de schoonheid nog niet ervaren.” Hij wijst naar de nieuwe gevels. ,,De oostzijde uit de jaren vijftig was veel interessanter dan mensen zich realiseerden.”

Het is een klein wonder dat te midden van al het oorlogsgeweld de Martinikerk met zijn toren de oorlog overleefde. Al scheelde het een heel dun haartje. Knol, lachend: ,,De Duitsers hadden een radio-installatie in de toren. Om die onklaar te maken, brachten ze springstof aan. Er zijn toen Stadjers zo slim geweest hen hamers te brengen, zo van: gebruik die dan daarvoor. En zo geschiedde.”

Bij de Martinitoren gaat Knol op zoek naar kogelgaten in het zandsteen aan de voet van het gebouw. Hij heeft ze gauw gevonden, sommige zijn door overijverige stukadoors gedicht, andere niet. In de muren van het stadhuis zitten ze ook. Het oude stadhuis, wel te verstaan. Het nieuwe stadhuis, ook wederopbouw, is allang en breed verdwenen. Of Knol blij is met de vervanging, de Waagstraat, laat hij ,,maar wijselijk in het midden”.

(Tekst gaat verder onder de foto)

loading  

Nieuwe en oude gevels

Zoveel te zien, zoveel te vertellen. Tot waar het centrum van de stad brandde? In de Oude Ebbingestraat laat Knol het zien aan de hand van de gevels. Vanaf de Grote Markt tot en met huis nummer 40 zijn ze ‘nieuw’, daarna oud. Aan de overzijde van de straat is hetzelfde te zien.

Op een andere plek, waar de Oude Kijk in ‘t Jatstraat overgaat in Stoeldraaierstraat, gaan de gevels ook abrupt over van oud naar nieuw. De plek stond niet op Knols lijstje maar toch. ,,Hier is een Duitse munitiewagen ontploft”, luidt de verklaring voor de overgang in type panden.

Op weg naar de Folkingestraat steken we Vismarkt over. Knol wijst op de ongeschonden staat van het plein in vergelijking met de Grote Markt. Rond de Folkingestraat, met zijn synagoge, woonden voor de oorlog veel Joden, al benadrukt Knol dat zij door de hele stad woonden. Ruim drieduizend Joden uit de Stad keerden niet terug.

Knol: ,,De synagoge was voor de naoorlogse Joodse gemeenschap natuurlijk veel te groot. Die nam zijn intrek in een ander gebouw. In de synagoge kwam een wasbedrijf/wasserette. In de jaren zeventig bepaalde de gemeente dat het gebouw zijn oorspronkelijke functie weer moest krijgen. Ik vind het vanzelfsprekend dat wij als Groninger gemeenschap die synagoge in stand houden.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

loading  

De tien punten van Egbert Knol

1 Groninger Museum/botenhuizen/wederopbouw

Rond de plek van Groninger Museum werd in april 1945 zwaar gevochten. Veel panden aan de Ubbo Emmiussingel werden verwoest. Thans is er veel ‘wederopbouwarchitectuur’ te zien. Ook de botenhuizen van roeiverenigingen De Hunze en de Groninger Motorbootclub, op de plek van het museum, werden verwoest.

2 Glaudé Werkman

De rijwielhandel van Eelke Glaudé was gevestigd ter hoogte van de brug over de spoorlijn, de naam van de zaak staat nu nog op de gevel. Glaudé waarschuwde wielrijders op de Hereweg dat er controles waren waarbij fietsen werden gevorderd, hij werd daarvoor opgepakt. In het Huis van Bewaring zat hij vast met Hendrik Werkman, de bekende kunstenaar die in de nadagen van de oorlog werd gefusilleerd bij Bakkeveen. Glaudé zette zijn herinneringen op papier. Dit herdenkingsjaar kwam er een boekje van.

3 Huis van bewaring/Rabenhaupt/Joods monument

Tegenover de Mesdagkliniek stond de Rabenhauptkazerne, deze is in de oorlog verwoest en werd niet herbouwd. Het terrein bleef van Defensie, veel mannen kennen het van de keuring voor militaire dienst.

In het Huis van Bewaring aan de overkant, naast de Mesdagkliniek zaten veel verzetsstrijders vast. Aan de rand van het Sterrebos staat het Joods Monument, gemaakt door Eduard Waskowsky. De kunstenaar overleed in 1976 voordat hij het monument had afgerond. Daarom bestaat het uit zes handen en een lege sokkel voor de zevende hand.

4 Tabaksfabriek Gruno

Op de hoek van de Radesingel en de Winschoterkade stond de tabaksfabriek Gruno. De fabriek werd verwoest. Op de plek verrees een gebouw voor de GGD dat tegenwoordig dienstdoet als hotel.

5 Begin Oosterstraat, Bettie Bossina

Aan het begin van de Oosterstraat woonde de familie Bossina. Dochter Bettie overleed aan de verwondingen die ze opliep tijdens de gevechten in april 1945. De expositie vertelt daarover.

6 Einde brand

Aan de huizen van de Oude Boteringestraat is volgens Egge Knol precies te zien tot hoever het centrum van de stad in brand stond. Tot en met huis nummer 40 is ‘nieuw’, de huizen verder richting de Diepenring zijn van voor de oorlog. Aan de overzijde van de straat is hetzelfde patroon te zien.

7 Huis met den schone gevel

Naast het pand op de hoek van de Grote Markt en de Boteringestraat stond het Huis met den schone gevel. Van de kapot geschoten gevel zijn stukken zandsteen bewaard in het depot van het museum, net als van vele andere gevels. Enkele zijn op de tentoonstelling te zien.

8 Vulpen Van der Woude

In het pand Oude Kijk in ‘t Jatstraat 36 bevond zich in de oorlog het bedrijf van A. van der Woude voor stempels en vulpennen. Van der Woude sluisde veel kopieën van stempels voor documenten van Duitsers door aan het verzet. De Duitsers kwamen daar achter en pakten hem op. Van der Woude werd vlak voor het einde van de oorlog gefusilleerd in Bakkeveen, met Hendrik Werkman.

9 Rootje van Beugen

Op Zuiderdiep 128 woonde in de oorlog de Joods familie Van Beugen. Hun dochter Rootje gaf haar theeserviesje in bewaring aan een bevriend buurmeisje toen zij met haar familie moest verhuizen naar Amsterdam. Het meisje en haar familie overleefden de oorlog niet. Het buurmeisje heeft het theeserviesje altijd bewaard. Het staat in de tentoonstelling.

10 Bren Carrier

In de Ubbo Emmiusstraat werd in april 1945 een Universal Carrier – een licht bepantserd rupsvoertuig, vaak aangeduid als Bren Gun Carrier – kapotgeschoten. Er volgde een enorme ravage. Een gevelsteen in een pand herinnert daaraan.

De expositie En tóch staat de Martini is ook virtueel te bezichtigen, via www.groningermuseum.nl . Wie het museum wil bezoeken moet een ticket, voorzien van een tijdslot, online bestellen.

menu