Minister De Jonge: ’Nederland kan in derde kwartaal zijn gevaccineerd’

De Jonge geeft toe dat hij GGD te laat vroeg om voorbereiding ANP

De inwoners van Nederland zouden vóór het vierde kwartaal van dit jaar gevaccineerd kunnen zijn, als alle bestelde vaccins tijdig worden geleverd. Dat blijkt uit de vaccinatiestrategie die zorgminister Hugo de Jonge maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

„De levering van de vaccins is leidend voor de snelheid van de vaccinaties”, benadrukte De Jonge in een toelichting.

Kabinet gaat ervanuit dat niet iedereen vaccin wil

Vaccinatie is niet verplicht, dus het kabinet houdt er rekening met dat een deel van de mensen dit niet zal doen. Er komt meer voorlichting over de vaccins en de verschillen daartussen. Het is niet mogelijk dat mensen zelf een vaccin kiezen, zegt De Jonge. Aan de doelgroepen worden de best passende en beschikbare vaccins gekoppeld.

Kinderen onder de 18 jaar worden vooralsnog niet ingeënt tegen het coronavirus. Op dit moment is dat volgens de minister niet aan de orde, maar dit kan wel wijzigen als bijvoorbeeld de besmettelijkere coronavariant daartoe zou nopen. Niet alle vaccins worden geregistreerd voor de toepassing bij kinderen. Daar is nog niet genoeg gericht onderzoek naar gedaan, zei de minister. Hij zal deze optie voorleggen aan de Gezondheidsraad en de deskundigen in het OMT-team, dat het kabinet adviseert.

’GGD te laat gevraagd’

De Jonge geeft toe dat de coronavaccinatie in Nederland waarschijnlijk eerder had kunnen beginnen als hij de GGD’en eerder had gevraagd de systemen alvast klaar te maken voor grootschalige vaccinaties. De Jonge schrijft in een brief aan de Tweede Kamer „dat we onvoldoende wendbaar zijn gebleken om de veranderingen die zich voordeden snel genoeg te kunnen accommoderen. Dat had wellicht anders gekund en gemoeten.”

In een toelichting maandag zegt de minister dat de eerste inentingen dan „mogelijk enkele dagen eerder” hadden kunnen worden gezet. In het buitenland gebeurde dat wel, eind december. De Jonge hield steeds vast aan 8 januari, onder meer omdat het onderliggende IT-systeem van de GGD’en nog niet in orde was. Maandag werd bekend dat de vaccinaties toch iets eerder, op 6 januari beginnen.

Nederland is het laatste land van de Europese Unie dat hiermee begint. Het leverde de minister veel kritiek op, vanuit de Tweede Kamer maar ook van deskundigen.

In november werd al duidelijk dat het vaccin van BioNTech/Pfizer eerder op de markt zou komen dan dat van AstraZeneca. Het Pfizervaccin komt in grootschalige tranches en moet diepgevroren worden bewaard, waardoor het vaccin niet goed in kleine doses kan worden verspreid. Daardoor konden de aanvankelijk beoogde doelgroepen van bewoners in verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking niet worden bereikt, stelde de minister.

Moderna in kleine doses

Daarop is de strategie veranderd en is besloten de medewerkers van de instellingen van deze kwetsbare personen als eersten in te enten. De bewoners zouden later het Moderna-vaccin krijgen, dat binnenkort wordt verwacht en wel in kleine doses kan worden verspreid. Maar voor de grootschaliger vaccinaties op centrale locaties waren de GGD’en nog niet klaar.

Het vaccin van AstraZeneca is nog niet goedgekeurd, maar De Jonge gaat ervan uit dat dit snel gaat gebeuren. In de strategie gaat hij ervan uit dat dit vaccin vanaf half februari kan worden toegediend. Het is een belangrijk vaccin, omdat de grote bulk van de bevolking hiermee zal worden ingeënt

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus