Molukkers in Hoogkerk protesteren tegen Indonesische intimidatie: 'Eén voor allen, allen voor één!'

Tientallen Molukkers uit Hoogkerk kwamen donderdagavond bij elkaar op het centrale plein in hun wijk. Ze tonen zich solidair met hun volksgenoten op de Molukse eilanden, waar de Indonesische politie afgelopen weekend gewelddadig optrad.

Op het centrale plein in de Molukse wijk in Hoogkerk hangt een vlag in de mast. Blauw, wit, groen en rood. Eronder staat wijkraadvoorzitter Emi Kaidel. Hij draagt een zwarte trui en bomberjack en ziet een beetje gespannen toe hoe zijn buren vanuit hun huizen de straat op druppelen. Ze dragen zwart, net als hij. „Letten jullie op de anderhalve meter!” roept hij nu en dan in een megafoon.

Straf voor het hijsen van de RMS-vlag

Al die mensen samen op een plein oogt op z’n zachtst gezegd bijzonder in coronatijd, maar de Hoogkerkse Molukkers zijn hier niet voor niets. Na wat er afgelopen weekend gebeurde op de Molukse eilanden, kunnen ze niet binnenblijven.

Zaterdag 25 april was de zeventigste verjaardag van de Republik Maluku Selatan (RMS), de onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. In Nederland verliep de viering sober, op Ambon en de andere Molukse eilanden gewelddadig. De Indonesische regering dreigde met zware straf voor het hijsen van de rood-wit-groen-blauwe RMS-vlag, of het roepen van Molukse kreten.

„Zo gaat het daar ieder jaar en de laatste tien jaar wordt het steeds erger”, zegt Kaidel somber. Hij slaat zijn armen over elkaar en is even stil. „Maar de jongeren gingen toch de straat op, lieten toch onze kleuren zien. Dat doet me wel iets. Je voelt pijn, onmacht, omdat wij hier wel alle vrijheid hebben om onze vlag te laten zien en feest te vieren.”

Burgemeester en politie staan achter de demonstratie

De Molukse gemeenschappen in Nederland willen laten zien dat ze zich verbonden voelen met hun volksgenoten ver weg. Overal gaan ze daarom de straat op, mét hun geliefde RMS-vlag, voor een korte demonstratie.

In Hoogkerk stellen tientallen Molukkers, van de eerste tot en met de vijfde generatie, zich netjes op; de anderhalve meter is met krijt op de tegels gemarkeerd. De wijkagent kijkt op een afstandje toe. „We hebben van tevoren overlegd met de burgemeester en hij staat hierachter”, zegt Kaidel. Hij is er dankbaar voor. „Heel fijn dat dit in goed overleg kan.”

Wat ons ook tegemoet komt, wij gaan nooit opzij

Een stereo speelt muziek. In het midden van de groep brult Kaidel: „Mena!” De rest antwoordt als één man: „Muria!” Mena Muria : één voor allen, allen voor één. Vier tieners dragen plechtig een groot spandoek naar voren, waarop ook een spreuk staat: Apa datang dari muka, djangan unduree. „Wat ons ook tegemoetkomt, wij gaan nooit opzij”, vertaalt Kaidel.

Een buurtbewoner legt de hele ceremonie vast op film. Dat gebeurt ook bij de andere demonstraties in het land. Samen worden ze uiteindelijk één compilatievideo, die op 5 mei - Bevrijdingsdag - online wordt geplaatst. „Zodat de hele wereld kan zien dat de RMS leeft.”

menu