Louki Ennik laat in de Hippolytushal in Middelstum even haar mondkapje zakken om te bewijzen dat het echt haar ID-kaart is die ze heeft meegenomen. Inwoners van de gemeenten Appingedam, Delfzijl en Loppersum stemmen woensdag voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Eemsdelta.

Mondkapje op om te stemmen, mondkapje af om te laten zien wie je bent: zo gaat het eraan toe in de stemlokalen in Delfzijl, Appingedam en Loppersum

Louki Ennik laat in de Hippolytushal in Middelstum even haar mondkapje zakken om te bewijzen dat het echt haar ID-kaart is die ze heeft meegenomen. Inwoners van de gemeenten Appingedam, Delfzijl en Loppersum stemmen woensdag voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Eemsdelta. Foto: Corné Sparidaens

Stemmen in coronatijd is anders dan normaal met alle veiligheidsmaatregelen. Maar veel burgers vinden het eigenlijk wel prima zo. „Het is goed geregeld!”

„Mag het mondkapje heel even naar beneden? Dan kan ik zien of u het echt bent”, vraagt Niek Blaauw vanachter zijn kuchscherm. Hij is voorzitter van het stembureau in het gemeentehuis in Delfzijl en praat met een dame die net haar stempas heeft ingeleverd. Stemmen in coronatijd vraagt om allerhande veiligheidsmaatregelen, zoals het dragen van mondkapjes. Maar mensen herkennen met zo’n ding voor de mond is nog best lastig. „Daarom vragen we bij twijfel of ze het even kunnen laten zakken. Wel maar heel even hoor!”

Op naar de stembus

Inwoners van Delfzijl, Appingedam en Loppersum kiezen woensdag hun nieuwe gemeenteraad. De drie vormen vanaf 1 januari 2021 de gloednieuwe gemeente Eemsdelta. Er zijn maar twee provincies in Nederland waar vandaag gestemd wordt: in drie gemeenten in Groningen en vier gemeenten in Noord-Brabant. De verkiezingsdag krijgt veel aandacht omdat dit het eerste stemmoment is in coronatijd. Een soort oefenronde voor de verkiezingen in maart.

In het gemeentehuis in Delfzijl loopt het in de ochtend al lekker door. Een vrouw in een donkerblauwe jas komt naar buiten gewandeld via de uitgang. Die is aan de andere kant van het gebouw dan de ingang, zodat mensen elkaar niet tegenkomen en afstand kunnen bewaren. „Hartstikke goed geregeld dit”, zegt ze vrolijk. „Ik heb ze net een compliment gegeven.”

Een andere vrouw is vooral tevreden over het feit dat ze het rode potlood mee naar huis krijgt. Dat is een van de maatregelen om de verkiezingen coronaproof te laten verlopen. „Er is altijd wel een kleinkind dat daar lekker mee wil kleuren.”

‘Je moet stemmen, dat hoort zo’

De stemmers lijken het met elkaar eens te zijn: de boel is goed georganiseerd, de regels zijn duidelijk én wie niet stemt mag naderhand niet mekkeren. Dat laatste is voor veel mensen de reden om de trip naar het stembureau te maken. „Je moet stemmen”, zegt Jan Bos als hij het stemlokaal verlaat. „Dat hoort zo.” Het rode potlood heeft hij weer ingeleverd. „Ik heb potloden genoeg, dus die mogen ze desinfecteren voor het geval dat ze te weinig hebben.”

In totaal kon er op zesendertig plekken gestemd worden: dertig reguliere stembureaus en zes bijzondere in verzorgingstehuizen. Daar kunnen de kwetsbare bewoners hun stem uitbrengen.

Stemmen in de kerk

In het historische centrum van Appingedam is de Nicolaïkerk omgetoverd tot stemlokaal. De toren van de kerk staat in de steigers en de werklui zijn hard aan het werk, dus het is even zoeken naar de ingang. Wie eenmaal binnen is moet toegeven dat het misschien wel het mooiste stembureau is van allemaal. De hoge plafonds, de oude vloer, de glas-in-lood-ramen; helemaal niet erg om hier even te moeten wachten.

De stickers op de grond leiden burgers veilig van de desinfectiemiddelen via de stembureauleden richting de stemhokjes en dan, hup, weer naar buiten. Op de balie bij voorzitter Arie Schuur staat een bakje apart verpakte uitdeelchocolaatjes. Omdat het toch een beetje gezellig moet blijven, ook op afstand. Mensen identificeren is niet alleen lastig voor de leden van de stembureaus. Buren en dorpsgenoten lopen elkaar soms straal voorbij. „Ah, sorry ik herkende je niet!”, is een veel gehoorde zin in de stemlokalen.

Zorgen over opkomst

De opkomst is een punt van zorg. De partijen, het Rijk en gemeenten vrezen dat door corona minder mensen stemmen. „Mensen houden zich goed aan de regels”, zegt Schuur. „Het is nu 13:00 uur ‘s middags en er zijn zo’n 500 Damsters langsgeweest.” Daar is hij best tevreden over. „De dag is nog lang.”

„Ik ga altijd stemmen”, zegt Henk Stoffers uit Appingedam als hij de Nicolaïkerk verlaat. Het viel hem wel op dat er weinig campagne werd gevoerd dit jaar. „Sommige partijen heb ik helemaal niet gezien. Ook niet op de gewone verkiezingsborden langs de weg.”

‘Het had ook kunnen hagelen’

In Middelstum is het stemlokaal uit veiligheidsoverwegingen dit jaar niet in het verzorgingstehuis in het dorp, maar in de Hippolytushal. Een donkerblauwe rubberlaars fungeert als deurstopper zodat de inwoners niet met hun handen de klink aan hoeven te raken. Marion Hartman staat bij de deur en begroet de bezoekers. Ze maakt met iedereen een praatje: ze complimenteert bijzondere mondkapjes, legt uit hoe het werkt en vraagt of mensen hun handen willen desinfecteren.

Rond tweeën staat er een kleine rij voor de deur. „Maar het is mooi weer, dus buiten wachten is niet zo erg”, zegt Hartman. „Het is wel november, hè? Het had ook kunnen hagelen.”

Niet anders dan anders

Jan en Tineke Donkerbroek zijn op de fiets naar het stembureau gereden. Ze vinden het hele stemmen in coronatijd niet zo anders dan anders. Ze hebben zich van tevoren ook geen zorgen gemaakt over het virus. „Het aantal besmettingen is niet zo hoog hier”, zegt Tineke. Bovendien vinden ze stemmen veel te belangrijk om niet te gaan.

Dat vindt Cees Luurssen ook. „Bovendien vind ik het wel lekker zo. Mensen komen tenminste ook niet zo dichtbij je staan.”

loading

menu