'Museum aan de A' in Groningen gaat los in 2021

Jan Wiebe van Veen en Nicolette Bartelink. Foto: Duncan Wijting

In 2021 gaat het gebeuren. Dan begint de transformatie van het Noordelijk Scheepvaartmuseum tot Huis van de Groninger Geschiedenis: platform en vliegwiel ,,voor alles en iedereen die iets doet of wil met de cultuur en historie van deze provincie’’.

Dit najaar gaat de kogel definitief door de kerk. Dan presenteren het museum en de gemeente Groningen als initiatiefnemers een uitgewerkt plan voor de financiering van de 9 miljoen euro vergende ombouwoperatie.

‘Dit gaat echt een groot succes worden’

Maar na ruim vijf jaar van praten en enthousiasmeren lijdt het voor directeur en geestelijk vader Jan Wiebe van Veen eigenlijk al geen twijfel meer dat het nieuwe ‘Museum aan de A’ er komt. ,,Ik ben ervan overtuigd dat het echt een groot succes gaat worden.’’

Een complete metamorfose, die het museum volgens Van Veen en kwartiermaker Nicolette Bartelink in alle opzichten up-to-date maakt, óók op gebied van duurzaamheid en (rolstoel)toegankelijkheid. ,,Een bruisend centrum waar niemand omheen kan’’, vat Van Veen samen.

Van ‘stoffig museum’ tot bruisende spil

Samenwerking is het het kernwoord in het ‘masterplan’ dat Bartelink en collega-kwartiermaker Merijn Vos hebben gemaakt met alle partners in het project. De focus ligt straks niet meer alleen op eigen tentoonstellingen, maar het museum zoekt steeds meer een ‘moederrol’ in gezamenlijke themaprojecten.

Daarvoor wil het Museum aan de A ‘dwarsverbanden’ slaan binnen de provincie. Niet alleen met andere musea en cultuurhistorische organisaties, maar ook met het onderwijs, (amateur)kunstorganisaties en bedrijven. Van Noorderpoortcollege tot basisscholen en van Groninger Museum tot het nietige Blikmuseum in Uithuizermeeden.

‘Er ligt een enorme markt’

,,Er ligt een enorme markt’’, schetst Van Veen. ,,Er zijn zó veel mensen die wel zijn geïnteresseerd in geschiedenis, maar daarvoor niet per se naar het museum komen. Als we die doelgroep samen kunnen bereiken, is dat een win-winsituatie voor alle betrokken partijen.’’

Rondom het huidige scheepvaartmuseum groeit de komende jaren een heel ‘museumkwartier’. Langs de A, aan de westkant van de historische binnenstad, strekt het nieuwe museum zich straks uit van de A-brug tot aan de Museumbrug. Het complex, in twee rijksmonumenten aan de Brugstraat, de achterliggende Motorenhal en het achttiende-eeuwse Jonkheer Rheinvis Feithhuis, breidt uit naar het Pakhuis aan de Schuitemakersstraat.

Nieuwe entree komt aan water van de A

Daarbij wordt de hoofdingang verplaatst naar de Kleine der A. Daar komt aan het water een nieuwe entree in het Rheinvis Feithhuis. Dat gebouw, nu kantoor- en opslagruimte, is ook historisch maar geen Rijksmonument zoals het huidige onderkomen en dus minder belast met beperkende regels voor bijvoorbeeld reclame-uitingen op de gevel.

Een eerste begin met de metamorfose is inmiddels gemaakt met de verbouw van het monumentale Pomphuis aan de Kleine der A. Dat pand uit 1872 fungeert nu als Pomp Up-museumcafé met deze zomer een drukbeklant terras aan het water.

Museum blijft open tijdens metamorfose

De volgende stap wordt de aanpak van het Pakhuis, straks de centrale plek voor tentoonstellingen. ,,Als we daarmee beginnen, kunnen we daar door met exposities terwijl we verder bouwen’’, zegt Van Veen. Dat bespaart een aanzienlijk verlies van entreegeld bij volledige sluiting voor een langdurige verbouwing.

En dat heeft voordelen gezien het gat in de financiering. Een particulier fonds dat anoniem wil blijven, schenkt 2 miljoen. Maar met ook nog eens 2 miljoen van de gemeente, moet er nog altijd 5 miljoen van elders komen. Daarover zijn ‘goede gesprekken’ gaande met de provincie en fondsen, zegt Van Veen. ,,Dit was al de mooiste plek van Groningen. Daar staat straks ook het mooiste museum.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen