Nabestaanden verkeersslachtoffer vinden verdenkingen OM onvoldoende ernstig

De rechtbank in Groningen. foto: Rob Zijlstra / DVHN Foto: DVHN

Nabestaanden van Sabrina Vlaskalic (29), de vrouw die in januari 2019 bij een verkeersongeluk in Groningen om het leven kwam, vinden de beschuldigingen van het Openbaar Ministerie aan het adres van de verdachte te gering.

De broer van het slachtoffer heeft een klaagschrift ingediend bij het gerechtshof in Leeuwarden. De strafzaak die volgende week voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zou dienen gaat nu niet door. De nabestaanden worden bijgestaan door de Groningse letselschadeadvocaat Liesbeth Poortman De Boer.

Sabrina Vlaskalic fietste over het fietspad van de Van Iddekingeweg in Groningen. Op de rotonde met de Vondellaan werd ze geschept door een vrachtwagen die op de rotonde rechtsaf sloeg. De vrouw raakte zwaar gewond en overleed later op de dag aan haar verwondingen.

Er zijn twee mogelijke scenario’s

De politie heeft de toedracht van het ongeluk onderzocht. Er zijn volgens dit onderzoek twee mogelijke scenario’s. Of de vrouw reed op het fietspad of de vrouw reed met de fiets over het voetpad. Dit laatste zou een verklaring kunnen zijn voor de lezing van de chauffeur. Die zegt dat hij de fietser niet heeft gezien. De politie vindt het eerste scenario logischer dan de tweede.

Volgens advocaat Liesbeth Poortman de Boer is het meest aannemelijke dat Sabrina Vlaskalic over het fietspad reed. Een getuige bevestigt dat ook. Poortman gaat er vanuit dat de chauffeur de fietser niet heeft gezien omdat hij niet goed uitkeek. ,,Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze over het voetpad fietste’’, zegt de advocaat.

Artikel 6 geldt als een misdrijf, artikel 5 als een overtreding

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de vrachtwagenchauffeur gedagvaard op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Daar in staat - vrij vertaald - dat je als verkeersdeelnemer medeweggebruikers niet in gevaar mag brengen. Juridisch betreft het overtreding wat doorgaans een geldboete oplevert. Artikel 6 van diezelfde wet gaat uit van onvoorzichtigheid tot roekeloosheid wat wordt beschouwd als een misdrijf en wat kan worden afgedaan met een taakstraf, maar ook met gevangenisstraf.

Met het klaagschrift bij het hof willen de nabestaanden bereiken dat niet alleen artikel 5 maar ook artikel 6 ten laste wordt gelegd. In de praktijk is dit, zeker bij verkeerszaken met dodelijke afloop, ook gebruikelijk. Het is dan aan de rechtbank om te beslissen over de juiste kwalificatie en vervolgens over de daarbij passende straf. Waarom het OM in deze zaak alleen artikel 5 wilde opvoeren, is onbekend.

Vijf momenten waarop de chauffeur Sabrina had moeten zien

Volgens Poortman De Boer is ook vastgesteld dat de vrouw niet het slachtoffer is geworden van ‘de dode hoek’. De raadsvrouw: ,,Er zijn naar onze mening vijf momenten geweest dat de chauffeur Sabrina had moeten zien fietsen. Dat hij haar niet heeft gezien betekent dat hij als een ervaren beroepschauffeur op z’n minst onvoorzichtig is geweest.’’

Het indienen van een klaagschrift (de zogenaamde artikel 12-procedure) gebeurt doorgaans als het OM heeft besloten een zaak niet te vervolgen en aan de rechtbank voor te leggen. Dat de procedure wordt gebruikt omdat de slachtoffers (nabestaanden) vinden dat de beschuldigingen te licht zijn, komt niet heel vaak voor.

Wanneer het hof een beslissing neemt is nog niet bekend.

menu