.

Groningen en Assen onderzoeken of gemeente Joodse inwoners belasting liet betalen over Holocaustjaren

. Foto: DvhN

Het is goed denkbaar dat in Groningen en Assen na de oorlog Joodse inwoners belasting moesten betalen voor de jaren dat hun woning was afgepakt door de Duitsers.

Dit zegt historicus Robin te Slaa, die eerder onderzoek naar deze praktijken heeft gedaan in Den Haag en Rotterdam. De gemeenten Groningen en Assen willen weten of er ook hier sprake is geweest van naheffingen op bezittingen van Joodse inwoners (en hun nabestaanden), over de oorlogsjaren waarin ze geen gebruik konden maken van hun woning omdat ze zaten ondergedoken, in een concentratiekamp zaten of waren omgebracht.

De provinciehoofdsteden hebben tot het onderzoek besloten na vragen hierover van de redacties van De Monitor en journalistenplatform Pointer .

De gemeente Oldambt heeft eerder dit jaar al vooronderzoek laten doen naar de fiscale afhandeling van de eigendommen van de uitgemoorde Joodse gemeenschap in Winschoten. Later in de week beslist de gemeente of verder onderzoek nodig is.

'Erkenning voor nabestaanden heel belangrijk'

Groningen en Assen volgen het voorbeeld van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam waar als gevolg van de onderzoeken een kleine 15 miljoen euro is uitbetaald aan Joodse nabestaanden en organisaties.

,,Heel goed dat gemeenten dit doen”, zegt historicus Te Slaa. ,,Die belastingen zijn destijds niet terecht geheven, dus hebben gemeenten de plicht om te onderzoeken hoe dit precies is gegaan en dit waar nodig goed te maken. Die erkenning is voor nabestaanden heel belangrijk.”

Duizenden Joodse Nederlanders zijn met name in 1941 en 1942 van hun woning beroofd door de Duitse bezetter. De Joden doken onder of werden op transport gezet naar concentratiekampen.

Hun panden gingen vaak naar een ‘beheersorganisatie’, die als doel had om ze te verkopen. Regelmatig lukte dit niet. In de jaren na de oorlog kregen de eigenaren die de Holocaust hadden overleefd of hun nabestaanden dan een naheffing over de jaren dat er geen belasting was betaald. Of, zoals in Amsterdam, zelfs een boete omdat er niet op tijd was betaald.

,,Absurd natuurlijk, omdat de Joodse eigenaren werden vervolgd en waren beroofd van hun woning”, zegt Te Slaa. ,,Maar er werd door gemeenten na de oorlog op een hele kille en juridische manier naar gekeken.”

Belastingaanslagen meestal vernietigd

Het is voor gemeenten niet makkelijk om bewijs te vinden voor het mogelijk foute handelen van de eigen organisatie in de jaren 40, weet de historicus. Het gaat om belastingaanslagen en die zijn na het vervallen van de wettelijke bewaartermijn in de meeste gevallen vernietigd. Soms gingen Joodse benadeelden in beroep en van die zaken is vaak nog wel bewijs te vinden.

Hoe en wanneer ze precies onderzoek gaan doen, weten Groningen en Assen nog niet. Oldambt heeft al wat meer ervaring. Stadshistorici merkten eerder dit jaar dat er inderdaad maar weinig te vinden is over de vraag of de toenmalige gemeente Winschoten belastingen heeft geheven over de 85 onteigende woningen van Joden in de stad.

menu