Exact een halve eeuw geleden loste Jan Wolkers de ‘eenzame eilandbewoner’ Godfried Bomans af op Rottumerplaat. Vanuit hotel De Breedenburg in Warffum onderhield Willem Ruis dagelijks contact met hen voor de radioserie Alleen op een eiland . Het contrast tussen beide schrijvers had niet groter kunnen zijn.

Uitgedost als Robinson Crusoe betreedt schrijver/kunstenaar Jan Wolkers op 30 juni 1971 het parkeerterrein van het Apollo Hotel in Amsterdam. Voorzien van een garnalennet met kreeft, een speer, een parasol en op zijn linkerschouder een paradijsvogel kan het contrast met Godfried Bomans – jasje, dasje – niet groter zijn.

Het duo geeft er een persconferentie over de radioreeks Alleen op een eiland , waarin ze afzonderlijk van elkaar – Bomans van 10 tot en met 17 juli, Wolkers van 17 tot en met 24 juli – een week lang op het onbewoonde eiland Rottumerplaat zullen doorbrengen.

loading

Smikkelplank

Op het parkeerterrein staat de volledige kampeeruitrusting opgesteld: een oranje tent, kampeerstoelen, een koelbox. Wolkers vertelt de verzamelde pers vol bravoure dat hij wil ‘leven van de natuur’ en dat de voedselpakketten dus dicht zullen blijven. Een bewering die hij, blijkt decennia later, niet waarmaakt. In zijn in 2014 gepubliceerde dagboek schrijft Wolkers dat hij op 13 juli werkt aan een ‘smikkelplank’. ‘Twee plaatjes triplex met een latje om de rand, zodat het, als het gevuld is en gelijmd, een tekenplank lijkt.’ Er zitten boeken in, veertig Braziliaanse sigaartjes, drie platte sigarenkistjes vol rijst, een platgestampt pakje aardappelpuree en drie pakjes kerriesaus.

Maar de beeldvorming is duidelijk: Wolkers gaat als natuurmens naar Rottumerplaat, Bomans als ‘een heer uit Haarlem’ die kamperen ‘genoeg ascese’ vindt en niet kan wachten om op het eiland zijn eerste conservenblikje open te draaien. ,,Als men spijzen voor mij neerzet, dan nuttig ik die.’’

Op de avond voor Bomans’ vertrek treden beide mannen op in het tv-programma Zomaar een zomeravond . Wolkers – in de studio – stroomt over van de plannen. Hij wil een hek om het eiland bouwen, inclusief een naambordje en een drukbel, en is voornemens er naakt rond te lopen. Bomans zit inmiddels in Hotel De Breedenburg in Breede, bij Warffum, waarvandaan presentator Willem Ruis het contact met beide schrijvers zal onderhouden. Via de telefoon komt ook Bomans nog even aan het woord. ,,Je klinkt wat nerveus’’, stookt Wolkers. Bomans antwoordt timide dat hij dat helemaal niet is.

loading

Zaterdag 17 juli

Het is zeven uur ’s avonds en ik zit voor mijn tent in een felgebloemde Hema-stoel, doodmoe van de tochten die ik over het eiland heb gemaakt. Omdat ik alleen mijn groene hemd aanheb, heb ik een blauwe handdoek over mijn bruine dijen gelegd, niet voor de kou, maar omdat het zo’n kloterig gezicht is die kwispelstaartende lul onder aan je papier. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

’s Morgens om een uur of 6 is de wisseling van de wacht: onder het toeziend oog van tv-, radio- en krantenjournalisten schenkt Jan Wolkers de meegebrachte champagneglazen vol. Hij proost met Godfried Bomans, die dolblij is dat hij weldra de bewoonde wereld weer kan betreden. Wolkers daarentegen kan niet wachten tot iedereen is opgehoepeld en hij aan zijn eenzame avontuur kan beginnen.

Zes uur later, om 12.00 uur, is de eerste radio-uitzending op Hilversum II. Wolkers vertelt dat hij na de tent te hebben bezocht – ‘ziekelijk nauwkeurig opgeruimd’ – urenlang over het eiland heeft gezworven. ,,Ik heb een karmijnrode ligusterpijlstaart gevonden, dood weliswaar. (...) Ik heb hier al een dode wulp gezien; dat is heel tragisch. (...) Dan heb ik een dode jonge zeehond gevonden. (...) En nog een paar dooie eenden en nog wat vogels. Over.’’

Dode beesten; je vindt ze ook in 2021 in overvloed op Rottumerplaat. Ons gezelschap – drie journalisten, boswachter Jaap Kloosterhuis van Staatsbosbeheer, Jan-Theo IJnsen van Rijkswaterstaat en Erik de Graaf namens de Stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat – stuit binnen 10 minuten op het skelet van een kievit, op een dode houtsnip, een half verteerd konijn. Wat we verder zien: troep. Véél troep. Plastic flessen, tl-buizen, restanten van visnetten, ziekenhuisballonnen. ,,Dat zijn dingen die nooit vergaan’’, zegt Kloosterhuis. ,,Dit soort ballonnen zou verboden moeten worden.’’ Jan-Theo IJnsen: ,,En dit zijn alleen nog maar de dingen die je kunt zíen. Micro- en nanoplastics zijn mogelijk een groot probleem. Denk aan textielstof en slijtstof van autobanden dat via de wegberm in het oppervlaktewater verdwijnt.’’

‘Ik dacht dat ik een cactuscondoom op de grond waarnam’

Terug naar 1971. Presentator Willem Ruis moet na een week Bomans duidelijk wennen aan de ‘moderne, realistische’ toon die Wolkers aanslaat. Zeker wanneer die verhaalt over de ‘schuren en keten van Rijkswaterstaat’ waar hij een blik naar binnen heeft geworpen. ,,Even was ik verrast, want ik dacht dat ik een cactuscondoom op de grond waarnam, maar het was een worstvelletje. En dat stelde mij wel teleur, want dat zou bepaalde geneugten op dit eiland toch voor mogelijk gehouden hebben.’’ Ruis reageert: ,,Jan, we moeten ook rekening houden met de luisteraars boven de 50 jaar. (...) Heb je ook een verhaal dat niet met condooms te maken heeft en niet met dooie vogels? Maar gewoon iets moois?’’

loading

Zondag 18 juli

Vanmiddag heb ik een jonge scholekster met een gebroken achterpoot gevangen. (...) Nadat ik zijn pootje met een vochtig watje had schoongemaakt en met een lapje afgedroogd, heb ik er een leeg sigarenkistje onder gezet zodat het zo vlak mogelijk kwam te liggen. Daarna tastte ik voorzichtig met mijn vingertoppen zijn grijzige pootje af en drukte de botjes zo goed mogelijk tegen elkaar waarbij me eindelijk mijn vijftien jaar geleden op de academie geleerde anatomie, zij het reddend, te pas kwam. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

Na ’s ochtends in de weer te zijn geweest met ‘zijn’ jonge scholekster, die hij voedt met door hemzelf gevangen garnalen, vindt Wolkers ’s middags een dode zeehond aan het strand. Het lichaam is zo opgezwollen, dat de schrijver vermoedt dat het dier zwanger moet zijn. Hij neemt zich voor dat de dag erna te onderzoeken. ‘Morgen moet ik erheen met het grote mes om hem open te snijden. Afschuwelijk als ik eraan denk, maar het moet.’

Omdat Wolkers veel meer dan Bomans zijn eigen plan trekt, heeft de crew op De Breedenburg meer de handen vrij dan in de voorgaande week. Wim Meester, nu 79 jaar, lost Jan Burgemeester in die tweede week af als technicus. Op de radio in Willems sportauto, toerend door Noord-Groningen, horen ze dat Eddy Merckx voor de derde keer de Tour de France wint. ,,Willem bespeelde hier en daar kerkorgels, waar hij flink op tekeerging. We vermaakten ons wel’’, zegt Meester.

Volgens het Nieuwsblad van het Noorden leeft Ruis zich in Usquert zo denderend uit op Bach, dat de kostersvrouw een helm opzet wegens instortingsgevaar. ’s Avonds is het geregeld keet in Hotel De Breedenburg. Het eten is er voortreffelijk, het bier – Amstel Gold – vloeit rijkelijk. Willem Ruis zou later in het Nieuwsblad verzuchten dat hij het doodvermoeiend vond. ,,Altijd maar lollig wezen, we waren tenslotte de radiojongens…’’

De antenne op het dak van De Breedenburg ontvangt de mobilofoonberichten die door Bomans en Wolkers vanaf Rottumerplaat – vanuit ‘Studio 100’, een ouderwets groen Rijkswaterstaattoilet – worden verzonden. Deze berichten gaan via Meesters hotelkamer – hij slaapt naast de zendapparatuur – naar een PTT-centrale in de buurt, van waaruit het geluid naar Hilversum wordt geleid. ,,Zo’n live-verbinding was in 1971 al niet zo heel bijzonder meer’’, zegt Meester. ,,Maar ik zat aan het begin van mijn carrière, dat maakte het vrij spannend. Technisch is gelukkig alles goed verlopen.’’

loading

Luister ook naar de Podcast ‘Terug naar Rottumerplaat’ van Jeroen Kelderman, Frank von Hebel en Martin Groenewold.

Maandag 19 juli

Om tien voor tien kwamen er twee straaljagers heel laag precies over de tent. Ze kwamen van het land. Ik hoorde ze niet maar zag ze ineens uit het niets opdoemen. Uit een kleurloze werveling. (...) Toen denderde het geluid de helse machines achterna. In de verte vlogen vogelzwermen op alsof de modder achter ze opspatte. Mijn scholekster (...) schrok zich bijna een tweede gebroken poot. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

,,Rottumerplaat ontstond, aanvankelijk als zandplaat, vanaf 1833 ten oosten van Schiermonnikoog’’, zegt boswachter Jaap Kloosterhuis. ,,In de jaren 50 legde Rijkswaterstaat er een stuifdijk aan, omdat het werd beschouwd als werkeiland voor de toekomstige inpoldering van de oostelijke Waddenzee. Vanuit dat oogpunt was het niet zo verwonderlijk dat er midden in het broedseizoen twee schrijvers mochten rondlopen – gewoon voor de lol. Tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. Nog altijd worden we bedolven onder verzoeken van journalisten, schrijvers, programmamakers, studenten en kunstenaars om óók iets te mogen doen op Rottumerplaat, telkens met verwijzing naar Bomans en Wolkers. Maar anno 2021 heeft Rottumerplaat veel meer natuurwaarde dan een halve eeuw geleden.’’

Letterlijk eilanden van rust

Na hevig verzet verdwenen de inpolderingsplannen in 1979 van tafel. Inmiddels staat Rottum, waaronder ook de buureilandjes Rottumeroog en Zuiderduin vallen, als beschermd natuurgebied op de Unesco Werelderfgoedlijst. ,,Het zijn letterlijk eilanden van rust in die toch steeds drukker wordende Waddenzee’’, zegt Kloosterhuis. ,,Dat plaatst zelfs de vogelwachters voor een voortdurend dilemma. Zij bewaken in het zomerseizoen de natuur en de rust, maar tegelijkertijd verstoren ze die met hun aanwezigheid zelf ook. Al doen ze dat natuurlijk zo minimaal mogelijk.’’

Jan Wolkers wijst de luisteraars van Alleen op een eiland in 1971 al nadrukkelijk op het unieke karakter van het gebied. Vol vuur beschrijft hij de visdiefjes en de kwikstaartjes, de lila velden van zeeraket, de witte en rode klaver, duizendguldenkruid, duindoorns, lamsoor en zeealsem. De met teunisbloemen bedekte duinenrij. ,,Ik had helemaal niet verwacht dat het eiland zo vrolijk en goed begroeid zou zijn’’, jubelt hij.

Met hetzelfde vuur gaat hij tekeer tegen de in 1969 aangelegde smeerpijp waarmee afvalwater van de suikerfabrieken in Groningen en Hoogkerk wordt geloosd in de Waddenzee. ,,Mensen, het enige gevaar hier.’’ Hij stoort zich aan de lichtvervuiling op het nabijgelegen Duitse Waddeneiland Borkum – ‘daar vermoed ik dancings en al dat wereldse gedoe waar ik ver van wil blijven’ –, aan mensen die met hun jachtjes Rottumerplaat omsingelen – ‘het is net alsof ik hier in de Zomerdijkstraat ben’ (zijn toenmalige adres in Amsterdam, red.) – en aan de continue aanwezigheid van straaljagers in het luchtruim. Over het nieuwe, rechtse kabinet-Biesheuvel: ,,Je ziet dat stelletje bewindhebbers voor je met die gekonfijte krokodillenkoppen en dan denk je: daar worden we de eerste vier jaar weer door geregeerd.’’

loading

Dinsdag 20 juli

Vanmorgen ben ik naar de zeehonden gegaan. Met mijn meetlint, want ik wil precies noteren hoe groot ze zijn. (...) Ik heb bij de kop en de staart het stokje gelegd en zo over het zand de maat genomen. De kleine is 99 centimeter lang en de moeder 1 meter 66. Ik heb ook weer een paar foto’s van ze genomen. Dat ga ik iedere dag doen. De verrotting op de voet volgen. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

Zonder het te weten, deed Jan Wolkers in 1971 feitelijk hetzelfde als Rijkswaterstaat in 2021. Eind vorig jaar spoelde op Rottumerplaat een dode dwergvinvis aan, die algauw ‘Godfried’ wordt gedoopt. In samenspraak met Staatsbosbeheer en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is besloten het 4,7 meter lange kadaver op een veilige locatie te leggen – vlakbij de plek waarvandaan Bomans en Wolkers destijds dagelijks 10 minuten verslag deden. Onderzoekers van Wageningen University & Research monitoren op afstand het ontbindingsproces.

,,We zijn bijvoorbeeld nieuwsgierig of er veranderingen in de bodem optreden’’, zegt Jan-Theo IJnsen, terwijl hij op het strand van Rottumerplaat de zoetige kadaverlucht probeert te ontlopen. ,,Welke aaseters komen eropaf? Wat is het effect op de plantengroei? Rondom het lichaam zijn camera’s en sensoren geplaatst.’’

Jan Wolkers moet het een halve eeuw eerder met aanzienlijk minder technische hulpmiddelen doen. De dode zeehond die hij opensnijdt, blijkt inderdaad zwanger. Het kalfje stond op het punt geboren te worden. ,,Toen ik hem uit de buikholte van zijn moeder tevoorschijn haalde, was het net of ik hem zelf ter wereld hielp’’, vertelt hij de luisteraars van Hilversum II in een lange monoloog. ,,De tranen liepen gewoon over mijn smoel van ellende en van de stank.’’

loading

Woensdag 21 juli

Ik heb een jonge zeehond! Het is nu drie uur in de nacht. Ik ben doodop maar ik kan niet slapen. Ik heb lopen grienen van ellende. Mijn keel is dik van emotie. Omdat het lieve beest na een worsteling van vijf uur om hem wat eten te geven alles weer heeft uitgekotst. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

Bakker Gosselaar uit Assen heeft weer toegeslagen. Vanuit een vliegtuig zijn aan een parachuutje taartjes afgeworpen. Willem Ruis zegt in het voorgesprek op de uitzending dat hij die actie zeker niet op prijs stelt, maar vindt ook dat Wolkers het voorval niet moet verzwijgen. Een ander dringend verzoek: ,, Geen polletiek, Jan. Geen polletiek .’’ Formeel is Alleen op een eiland een Vara/Avro-productie en Wolkers’ opmerking over het kabinet-Biesheuvel is met name bij de Avro-achterban niet goed gevallen.

Zodra hij het woord krijgt, begint Wolkers over het pakketje van bakker Gosselaar. ,,Er zaten een paar taartjes in, een paar kano’s en twee gevulde koeken in een zakje waarop een gedicht stond: Ziehier wat taart mijn beste vriend / Dat heb je heus toch wel verdiend / Jij schrijft toch van die mooie boeken / Daarom nog twee gevulde koeken. Ik heb dus een gedichtje terug voor bakker Gosselaar: Wie gevulde koeken eet en weduwen trouwt / Weet niet wat daar is in gedouwd / Alleen bakker J. Gosselaar / Die maakt het met het fijnste klaar .’’

‘Is er een dokter in de zaal?’

Kees Gosselaar herinnert zich dat hij die dag met zijn zwager Johan Veltkamp opsteeg vanaf Eelde. In een twee jaar oude Cessna zetten ze koers naar Rottumerplaat. ,,Het pakketje kwam in het water terecht en spoelde met een golfje op het eiland aan. Een gelukkig toeval, zoals Jan Wolkers ook in de uitzending zei, omdat hij zich alleen zou voeden met wat uit de zee kwam. Of we de eenzaamheidsbeleving van Wolkers hebben verstoord? Daar waren we helemaal niet mee bezig. Het was natuurlijk een pure reclamestunt.’’

Tot ergernis dus van Willem Ruis, die zich erover verkneukelt dat met de taartjes ook een verrekijker uit het vliegtuig is gevallen. ,,God straft onmiddellijk.’’ Als presentator probeert hij telkens de nadruk te leggen op ‘de geestelijke beleving van het eiland’. ,,Jan is één stuk beweging, actie op die zandplaat. Hij rent steeds heen en weer, maakt nachtelijke wandelingen, maar het alleen-zijn – naar mijn smaak dan – beleeft hij geestelijk veel minder dan Bomans.’’ Wolkers vindt dat maar onzin: ,,Je zegt dat ik de eenzaamheid ontvlucht door me met dieren op te houden, maar die dieren lopen soms ziek rond. Het is net of ze roepen: ‘Is er een dokter in de zaal?’ En dan voel ik me verplicht om ze te helpen.’’

Op dat moment moet het grootste evenement van Wolkers’ waddenweek nog plaatsvinden: werkend aan zijn symbolische hek om het eiland ontdekt hij op het strand een uitgeput zeehondenjong. Hij neemt het beest mee naar de barakken van Rijkswaterstaat en vraagt in de ‘call’ – het controlegesprek – van 21.00 uur aan Willem Ruis contact op te nemen met een deskundige. Hij wil proberen het dier met gepasteuriseerde melk en aangelengde koffiemelk in leven te houden.

loading

Donderdag 22 juli

Halfeen. Erg treurig. Mijn zeehondje is weg. Ze hebben hem meegenomen. Met een helikopter. (..) Ik voel me verschrikkelijk eenzaam. Net of ik nu pas besef hoe alleen ik op dit eiland zit. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

De uitzending begint deze donderdag met een opgewonden ooggetuigenverslag. Drie mannen van de vliegbasis Soesterberg hebben zojuist Wolkers’ zeehond opgepikt met een helikopter. Het beest is met luid kabaal onderweg naar de opvanglocatie bij het Texels Museum (de Zeehondencrèche in Pieterburen bestaat dan nog niet). De verbouwereerde luisteraars weten dan nog van geen zeehond, omdat het avontuur zich tussen de uitzendingen door heeft afgespeeld.

‘Ik heb gauw mijn kleren aangetrokken’, noteert Wolkers in zijn dagboek, ‘want het zijn natuurlijk wel geharde jongens, maar ik was toch bang dat zo’n inboorling in natuurstaat te schokkend voor ze zou zijn. (...) Ik hoorde ineens zeggen: ‘Waar is het hek, verdomme. Ik wil twee keer bellen.’ En een ander: ‘Je ruikt hem hier helemaal, die smeerpijp.’

Het stinkt hier verschrikkelijk

Boswachter Jaap Kloosterhuis schudt nog maar eens meewarig zijn hoofd. ,,Wolkers stond dan wel bekend als een natuurmens, en hij deed erg zijn best om een zeehond te redden, maar ten koste van wat? Een helikopter die midden in het broedseizoen landt op Rottumerplaat… En dan waren er nog al die vluchten van de VVV, de middenstanders, de verbindingsvliegtuigjes.’’

De schrijver zelf vindt het allemaal prachtig. Hij is blij dat ‘zijn’ zeehondje naar Texel gaat, het eiland waar Wolkers dan al enkele maanden per jaar verblijft en waar hij in 1980 definitief zou gaan wonen met zijn Karina. ,,Ik kan hem daar zo vaak opzoeken als ik wil.’’

loading

Vrijdag 23 juli

Om vier uur vanmiddag ben ik afscheid van het eiland gaan nemen, want morgen heb ik daar geen tijd meer voor. Ze komen me om halfelf met de boot halen en dan moet ik de tent en alle spullen netjes ingepakt op de aanlegplaats hebben liggen. Langs de Noordzeekant naar de westelijke punt van het eiland gegaan. Ontspannen geslenterd met mijn voeten door het water. Soms kreeg ik een dikke keel want ik ben erg veel van dit eiland gaan houden. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

Het gezelschap dat in 2021 Rottumerplaat bezoekt, is ook bijna het eiland rond. Via de stuifdijk, met aan de linkerhand de Waddenzee en rechts de Noordzee, gaat het terug naar de plek waar schipper Theodoor de Jonge de boeg van de Noordster straks op het strand zal leggen. De ondergaande zon versterkt het idee van afzondering. Wolkers zette ’s nachts de wekker om lange wandeltochten te maken, Bomans wachtte zwetend in zijn tent tot het eindelijk weer ochtend zou worden. Wat zouden we zelf doen?

In de laatste reguliere uitzending van Alleen op een eiland vraagt Willem Ruis nog eenmaal naar Wolkers’ grootste verlangen, in de hoop op een persoonlijke observatie. In plaats daarvan volgt een politiek betoog over het milieu. ,,Het stinkt hier de laatste dagen verschrikkelijk. En er zijn ineens ook vijf of zes jonge vogels doodgegaan op een raadselachtige manier. Toen ben ik de beestjes gaan bekijken die ze eten, kleine mosselen en zo, en die zijn gewoon helemaal rot van binnen. En dat komt gewoon door die, je zou kunnen zeggen, stinkaars van ex-minister Bakker, die tegen alle raadgevingen in van biologen dat ding heeft laten uitspuien. Dat is van een lichtvaardigheid, vind ik, die aan misdadigheid grenst. Want het is zo’n ontstellend mooi gebied. De enige wens die je hebt is dat het zo blijft. Over.’’

loading

Zaterdag 24 juli

Acht uur vijftien. Krankzinnig! Zitten in een lege tent en luisteren naar de regen op het linnen. En naar het trippelen van de poten van mijn scholekster op de bodem van de doos. (..) Hij zal wel honger krijgen, want de garnalen die ik nog heb wil ik op een bord op tafel zetten, feestelijk versierd met wat zeesla zodat de mensen die mij komen halen kunnen zien hoe ik hier de inwendige mens versterkt heb. (..) Als de regen ophoudt ga ik hem aan de Noordzeekant vrijlaten. (Uit Groeten van Rottumerplaat , Jan Wolkers)

De 43-jarige schipper Klaas Meijer is vanuit Noordpolderzijl met de UQ10 onderweg naar Rottumerplaat. Aan boord zijn producer Gé Gouwswaard, een cameraploeg van de Avro en een stel journalisten. Alleen Willem Ruis en Wim Meester zijn achtergebleven in De Breedenburg, om in het programma Z.O. het laatste contact met Jan Wolkers tot stand te brengen. Ook dit podium grijpt de schrijver aan om zijn punt te maken: ,,Dit eiland is geboren aan het worden, dat ontstaat momenteel uit de zee. Zoals in de Bijbel staat: de natuur ligt in barensnood hier. En wij zijn verdomme het kind met het vervuilde wadwater aan het weggooien.’’

Als het schip aankomt op Rottumerplaat, staat Wolkers – ongeschoren, bruin, woest – gekleed in een paarse zwembroek en een groen hemd voor een zelfgebouwd hek van een meter of 25. Boven de deur, met naambordje en bel, prijkt een buste van Beethoven. Derk Meijer, nu 64 en woonachtig in Zandeweer, ziet het beeld zo voor zich. De zoon van schipper Klaas Meijer heeft zich als 14-jarige stiekem in het vooronder verstopt en komt pas tevoorschijn als de UQ10 het ruime sop heeft gekozen. ,, Wat most doe hier ’’, zei mijn vader toen hij me zag. ,,Maar we konden al niet meer terug.’’

loading

Terwijl hij gefilmd wordt, eet Wolkers achter een tafeltje een bord garnalen met zeesla. Dan gooit hij met een driftig gebaar een jampotje met troebel water leeg op het witte bord. ,,Moet je verdomme nou eens zien! Dat is nou zeewater. Heb ik opgeschept hier aan de kust. Is het geen schandaal?’’

Bij terugkomst in Noordpolderzijl ziet het zwart van de mensen. Wolkers, nog steeds in zwembroek en hemd, staat op de voorplecht met een bord: ‘Deze kotter is te koop’. ,,Mijn vader had mij gevraagd om dat bord omhoog te houden’’, zegt Derk Meijer.

Het is een schande, noteert het Nieuwsblad van het Noorden uit de mond van Wolkers, dat een schipper als Meijer zijn schip moet verkopen omdat de Waddenzee vervuilt. In werkelijkheid was dat niet de reden voor verkoop, zegt diens zoon Derk in 2021. ,,Mijn oom voer op een schip van Rijkswaterstaat, de Javanka, waarmee hij elke maandag de werklui naar Rottumerplaat bracht en ze vrijdags weer ophaalde. Omdat mijn oom hartproblemen kreeg en de garnalenvisserij bepaald geen vetpot was, nam mijn vader dat werk van hem over. Daarmee werd zijn eigen kotter overbodig.’’

‘Jan spoelde als een nog niet geëxplodeerde zeemijn aan land’

Wolkers kan het prima vinden met Klaas Meijer, die hij tijdens de terugreis vergezelt in de stuurhut. In de chaotische drukte in Noordpolderzijl drukt de schrijver hem het gipsen beeldje van Beethoven in handen – althans, dat denkt hij. Per abuis geeft Wolkers het aan Klaas’ tweelingbroer Bé. Acht maanden later, in maart 1972, herstelt de schrijver zijn ‘fout’. Hij stuurt Klaas Meijer een getekende bos bloemen en zijn boekje Groeten van Rottumerplaat , waarin ‘wel enkele woordjes gewijd zijn aan die machtige juli-ochtend op de Waddenzee’, zoals hij het in een begeleidend briefje verwoordt. Een halve eeuw later koestert Derk Meijer de tekening en de brief.

Zaterdagmiddag rond half 3 wordt in De Breedenburg een definitieve punt gezet achter Alleen op een eiland . Voor de gelegenheid is ook Godfried Bomans weer in Warffum. ‘Het was of ik een trommel opendeed met veel oud brood’, schrijft Bomans later in zijn dagboek. ‘Jan spoelde als een nog niet geëxplodeerde zeemijn aan land. Ook onze gezamenlijke einduitzending beheerste hij volledig: alles wat er rondom hem was, niets over hemzelf. (..) Ik was veel minder boeiend, maar zei eigenlijk meer. Hoe dan ook, twee grotere contrasten waren niet denkbaar en daar zat iets aardigs in.’

loading

BRONVERMELDING

- Godfried Bomans. Dagboek van Rottumerplaat. Relaas van een angstige ervaring (De Boekerij)

- Jan Wolkers. Groeten van Rottumerplaat (Elsevier)

- Jan Wolkers. Dagboek 1971 (De Bezige Bij)

- Gijs Groenteman. De Willem Ruis Show (Nijgh & Van Ditmar)

- Onno Blom. Het litteken van de dood (De Bezige Bij)

- Nienke Denekamp. Alleen op een eiland (Rubinstein)

- CD’s: Alleen op een eiland. Dagboek van een eilandbewoner (Rubinstein)

- Evert Jan Prins. 61 eilanden in de Waddenzee. Een ontdekkingsreis . (NB)

EXPOSITIE HOOGELAND

In Het Spijslokaal bij openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum is tot en met de herfstvakantie de expositie Rottumerplaat, 50 jaar later te zien.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Het Nieuwe Noorden