Studenten leren Groningen door corona eerst vooral digitaal kennen tijdens KEI-week: 'Niets maakt zo’n hechte band als in een groepje voor het eerst ver van huis'

Groningse introductieweek kan gewoon doorgaan ANP

Vandaag begint de KEI-week in Groningen. Vanwege corona zullen de aankomende studenten de stad eerst vooral digitaal moeten verkennen. Drie bekende RUG-alumni vertellen hoe hun eerste weken waren als student.

Ellen Deckwitz (Nederlands, 2002)

loading

Schrijver en dichter Ellen Deckwitz denkt nog altijd met warme gevoelens terug aan die eerste weken in haar nieuwe studentenstad Groningen. Ze groeide op in het Twentse Borne, en koos voor Groningen omdat ze er weinig mensen kende. „Eindelijk weg van huis met een eigen plek”.

„Je tuimelt van de eindexamens, waar je jezelf toch echt wel de man vond, zo in het studentenleven en opeens ben je een feut. Het is ook een hele romantische periode. Veel mensen kunnen hun identiteit opnieuw bepalen”. Voor haarzelf speelde dat minder. „Ik was altijd al wel een buitenbeentje hoor”.

Ze besloot de KEI-week over te slaan. Als geheelonthouder leek het haar niet heel verstandig mee te doen. „Misschien was ik door het drankgebruik toch wat afgeschrikt”, zegt ze lachend. Ze kreeg daar later spijt van en maakte het goed door met commissiewerk veel te beteken voor de nieuwe studenten.

Met haar studie Nederlands ging ze wel op introductiekamp. „Ergens in the middle of nowhere op een kampeerboerderij. Ik zou niet eens meer weten waar het was. Niet bepaald de trip van mijn leven dus”. Ze leerde er vrienden kennen waar ze nog altijd mee afspreekt. „Die eerste weken zijn heel belangrijk. Niets maakt zo’n hechte band als in een groepje voor het eerst ver van huis”.

Jeroen Smit (Bedrijfskunde, 1981)

loading

Jeroen Smit’s gedachten dwalen de laatste dagen weer af naar die eerste periode in Groningen, nu introductietijden veel vanwege corona veel besproken zijn. „Ik heb er alleen maar goeie herinneringen aan. Het was een heel hoopvolle tijd, met nieuwe verwachtingen en mensen die ontzettend veel zin hebben om nieuwe vrienden te maken”, zegt de schrijver van het boek ‘De Prooi’.

Smit groeide op in Diepenveen, vlak boven Deventer. Groningen was een toevallige keuze. „Meer mensen uit de regio gingen naar Groningen. Mijn toenmalige verkering ook. Dat kwam goed uit”, zegt Smit. Zijn vader hielp hem verhuizen naar een kamer aan de Muurstraat in het centrum. „Die eerste weken had ik nog niets. Ik ontbeet bij de bakker op de hoek. Ik ruik de puddingbroodjes nog”, lacht hij.

De KEI-week was een ontzettend belangrijke week voor Smit. „Je stort je op een nieuwe stad. Het is een soort welkomstcomité voor de stad. Je leert nieuwe mensen kennen. Wat is er te doen? Waar is cultuur? Waar is sport? Welke verenigingen zijn er? Zo’n week biedt veel structuur”. Aankomende studenten moeten dat nu veel meer op eigen initiatief doen.

Smit werd lid van studentenvereniging Vindicat. „Door incidenten staat de ontgroening er niet goed op. Maar ik herinner me dat als een hele intensieve maar ontzettende vriendelijke tijd. Mijn jaarclub en mijn huis. De mensen die ik toen leerde kennen spreek ik nog altijd”.

Izaline Calister (Bedrijfskunde, 1987)

loading

Koud vanuit Curaçao kwam jazzzangeres Izaline Calister in de zomer van 1987 naar Groningen om bedrijfskunde te studeren. De keuze voor Groningen was snel gemaakt. „Mijn zus studeerde er. Een paar jaar daarvoor zocht ik haar op voor vakantie. Zes weken lang was ik op bezoek en ben niet buiten Groningen geweest. Zo leuk vond ik het. En nog steeds”.

Buiten haar zus kende ze nog niemand in haar nieuwe studentenstad. Calister had daarom enorm veel aan de introductietijd die speciaal voor aankomende Antilliaanse studenten georganiseerd was. „Wij hadden hele andere problemen dan andere studenten. Je spreekt dan wel Nederlands. Maar echt alles is anders”.

Die eerste maanden stonden in het teken van aarden in Nederland. „Ik had echt tijd nodig en was soms in paniek. Als het regende dacht ik bijvoorbeeld dat college’s niet doorgingen. Ik moest echt aan alles wennen.” De KEI-week was haar toen nog veel te veel. „Samen met een andere Antilliaanse student hielden we het maar één dag vol. Dat had ook wel met het drankgebruik te maken.”

Door de aanpassingsproblemen leerde ze de stad in die eerste fase minder goed kennen. „Maar ik was daar ook helemaal nog niet mee bezig”. Na een jaar kwam dat goed. „Lekker op jezelf wonen. De stad in. Laat thuiskomen en de grenzen op zoeken. Heerlijk”.

menu