Nike Store Groningen in opspraak. 'We moeten klanten op basis van huidskleur in de gaten houden'

Het personeel in de Nike Store in Groningen stuurde een brief naar het hoofdkantoor. Foto: SIKKOM/DVHN

Racisme, seksueel overschrijdend gedrag en een angstcultuur. In de Groninger Nike Factory Store wordt volgens (ex-)werknemers een bewind gevoerd dat haaks staat op de waarden waar Nike zich wereldwijd mee afficheert. Het hoofdkantoor is op de hoogte, maar grijpt volgens het personeel niet in en hult zich in stilzwijgen.

Het is hommeles in de winkel aan de Westerhaven. Zes (ex-)werknemers trekken aan de bel over een manager die zich racistisch uit, discrimineert en seksueel overschrijdend gedrag vertoont. De bronnen schetsen een opvallend beeld dat zorgt voor een angstcultuur op de werkvloer waarbij mensen zich niet durven uitspreken.

Laura uit Groningen is een van hen en doorbreekt het stilzwijgen. Ze werkt als leidinggevende in de winkel, maar neemt begin vorige maand ontslag. Ze schrijft een brief aan het hoofdkantoor die bol staat van de voorbeelden: „In vier korte weken ben ik persoonlijk getuige geweest van grof racisme, seksisme en discrepantie van mijn direct leidinggevende, de winkelmanager.” (De volledige brief is onderaan het artikel te lezen.)

‘Mensen met donkere huidskleur in de gaten houden’

Vijf anderen onderstrepen het door Laura geschetste beeld. Drie van hen werken nog in de winkel. Constante factor in alle aantijgingen is de winkelmanager. Volgens de bronnen moet het personeel op last van hem klanten met een donkere huidskleur strak in de gaten houden.

Laura ondervindt dat al op haar eerste werkdag: „Tijdens de rondleiding door de winkel vertelde de winkelmanager dat stereotypen niet voor niks bestaan. Het waren, volgens hem, meestal zwarte en bruine mensen die spullen jatten. Hij gaf zelfs een demonstratie van dat beleid door tijdens de rondleiding een zwarte man onnodig lang te volgen in de winkel.”

‘Personeel moet elkaar controleren’

Het blijft niet bij het controleren en monitoren van klanten. De werknemers zeggen dat ze ook elkaar in de gaten moeten houden. Het zorgt voor onderling wantrouwen.

De Groningse Nathalie werkte ook in de winkel als leidinggevende. Tot eind oktober. Ook zij schrijft een brief aan het hoofdkantoor over haar ongenoegen. Nathalie vertelt over een situatie waarbij ze van de manager een tas van een collega moet controleren. Er zou sprake zijn van diefstal.

De aantijging sloeg volgens Nathalie nergens op en ze weigert. „Toen werd hij erg boos op mij. Ik moest mijn personeel constant bespioneren.” Ze is dat zat en gaat tegen hem in. „Daarna pestte hij mij structureel en langdurig.”

Net als Laura valt Nathalie over de, in haar ogen, racistische en laatdunkende opmerkingen en motieven van de winkelmanager. „Hij noemde donkere mensen vaak ‘die zwarten’ en hij maakte constant racistische grappen.”

Nathalie gaat uit hoofde van haar leidinggevende functie mede over het personeel. Zo heeft ze een gesprek met de manager over de kwaliteit van het personeel die hier en daar beter zou kunnen. Nathalie: Hij zei: „Who will come here working for peanuts? Monkeys.”

Dat de geschetste situaties nog steeds bestaan, blijkt uit de verklaringen van drie werknemers die nog steeds in de winkel werken. Harold is één van hen: „We worden er constant bij geroepen als er een zwarte familie binnenkomt. Van de manager moeten we ze strikt volgen, ook als de familie niks geks doet en gewoon winkelt zoals ieder ander.”

Een andere werknemer geeft als voorbeeld van racistisch gedrag het mondkapjesbeleid. „We gaven altijd gratis mondkapjes weg. Omdat volgens de manager bepaalde etnische groepen alleen maar kwamen voor de gratis mondkapjes zijn we daar mee gestopt.”

‘We moesten mini-jurkjes voor hem aan doen’

Twee van de drie ex-werknemers schetsen daarnaast een beeld over een manager die seksueel overschrijdend gedrag vertoont. Nathalie: „Hij zat vaak achter de beeldschermen te gluren naar beelden van vrouwelijke werknemers die dozen uitpakten. Zelf heb ik hem een paar betrapt terwijl hij mij stiekem bekeek.”

Eén situatie die ze zich goed herinnert is die met de mini-jurkjes. De manager draagt Nathalie en een andere vrouwelijke collega op jurkjes aan te trekken en die te showen aan hem. „Dat gebeurde onder de nodige dwang. We wilden het niet doen, maar omdat hij aandrong hebben we de jurkjes aangetrokken en lieten we die zien in zijn kantoor. Hij vroeg waarom ik mijn legging er nog onder droeg. Ik zou er veel beter uitzien zonder.”

Meldingen bij hoofdkantoor van Nike

De ex-werknemers maken de aantijgingen kenbaar bij het hoofdkantoor. Twee van hen schrijven een prangende brief. De derde beschrijft de situaties in een persoonlijk gesprek. Het leidt tot niets, zo stellen ze alle drie. Nathalie: „Over het voorval met de mini-jurkjes had ik wel een gesprek, maar er werd niet ingegrepen. Uiteindelijk werd mijn contract niet verlengd. Ik denk omdat ik me tegen dit beleid afzette.”

Dat overkomt ook Marloes, zo schetst ze. Ze wordt na haar brief uitgenodigd voor een gesprek met HR. „Ze wuifden al mijn bezwaren weg en ze zouden geen actie naar de manager ondernemen.” Het enige dat gebeurt is dat haar contract niet wordt verlengd. Ze dacht net als Nathalie en Laura een belangrijke functie te hebben met een grote toekomst binnen Nike.

Dat Nike niet ingrijpt, geeft het personeel het gevoel dat het hoofdkantoor de ogen sluit voor de problemen en zich schaart achter de manager. Het zorgt voor een angstcultuur op de werkvloer.

Nathalie: „Het personeel is erg gestrest. Er is (onderling) totaal geen vertrouwen meer. We hebben een geweldig team en zijn tot grootse dingen in staat, maar deze manager maakt alles kapot. Dit kan toch niet de manier zijn waarop Nike werkt?”

Nike profileert zich in racismedebat: ‘De praktijk bleek anders’

De werknemers zeggen juist van Nike te verwachten dat dit gedrag niet getolereerd wordt.

Nike lanceert wereldwijd herhaaldelijk grote campagnes die racisme veroordelen. Laura: „Ik was onder de indruk van hoe Nike zich profileerde in het racismedebat en was blij dat ik in dat bedrijf een managementrol had.” De praktijk blijkt anders, zo stelt ze.

De (ex-)werknemers menen dat kritiek op de manager niet mogelijk is. Er zou sprake zijn van selectief straffen. „Mensen die commentaar hadden op zijn werkwijze werden keihard en publiekelijk aangepakt. Werknemers die er niks van zeiden werden juist weer voorgetrokken en kregen een veel fijnere behandeling.”

‘Dit moet naar buiten’

De werknemers die nog in de winkel werken bevestigen het beeld dat de ex-werknemers schetsen. Harold zegt te hopen dat Nike iets onderneemt: „Ik hoop echt dat dit naar buiten komt. Het is een grof schandaal dat Nike niet ingrijpt.”

Laura zegt met haar brief ook op te willen komen voor mensen die nog bij de Nike-winkel werken, maar geen actie durven te ondernemen. Dat is ook voor Nathalie belangrijk. Zij schrijft dat de manager personeel grof behandelt en uitscheldt. „Na drie weken ging ik al met lood in de schoenen naar het werk, iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Ik voelde me onheus behandeld en was bang. Praten met collega’s hielp gelukkig. Zo kwam ik erachter dat ik niet gek was, maar dat iedereen het zo ervoer.”

De namen van de (ex-)werknemers zijn gefingeerd. Voor dit artikel zijn gesprekken gevoerd met 3 ex-werknemers en 3 werknemers.

Hieronder is de volledige brief te lezen die Laura verstuurde aan Nike.

menu