Foto: ANP

Nog altijd schrijnend tekort aan beschermingsmiddelen voor zorgpersoneel

Foto: ANP

Ondanks beloftes van het kabinet voelen zorgmedewerkers in verpleeghuizen, de GGZ en wijkverpleging zich onveilig. Ze zien nog een groot tekort aan mondkapjes, worden door leidinggevenden onder druk gezet om onbeschermd te werken en vinden de richtlijnen van het RIVM tekortschieten.

Dat blijkt uit een enquête van de beroepsvereniging V&VN onder ruim 10.000 verpleegkundigen en verzorgenden.

Onvoldoende

De helft van de respondenten zegt dat er op hun werkplek onvoldoende beschermende middelen zijn. In de wijkverpleging, verpleeghuizen en geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geven ruim twee keer zoveel medewerkers (bijna 60 procent) als in ziekenhuizen aan dat er te weinig mondmaskers, schorten, brillen en handschoenen zijn.

Begin april beloofde minister Hugo de Jonge, na flinke kritiek, beterschap aan deze zorgsectoren. Inmiddels zijn er volgens hem voldoende mondkapjes beschikbaar. Maar, erkent hij, er zijn nog altijd te weinig jassen en schorten. Daar wordt ‘hard aan gewerkt’.

Maar beroepsvereniging V&VN ziet weinig verbetering. ,,Het is schrijnend dat we na twee maanden nog steeds in deze situatie zitten’’, zegt voorzitter Gerton Heyne. ,,De minister maakt zijn belofte niet overal waar.”

Dwang

Ruim een op de drie ervaart druk om zonder beschermingsmiddelen zorg te verlenen. Die druk komt ook van leidinggevenden, zegt een op de vijf. ,,Dat is verwerpelijk’’, zegt Heyne. ,,Een werkgever die dwang toepast, hoort niet thuis in de zorg.’’

Een op de vier wil zijn collega’s en patiënten niet laten zitten. Zo ook wijkverpleegkundige Annelies* uit Flevoland die doorwerkte, nadat ze coronasymptomen kreeg als keelpijn, hoesten en benauwdheid. ,,Ik wist dat het lastig zou worden om mij te vervangen, dus ik heb doorgewerkt.’’

Hetzelfde deed Eva, verzorgende in een Gelders verpleeghuis. ,, We hebben te weinig mensen. Ik ging door, maar ik moest zeuren om een test. Die kreeg ik pas, nadat ik verhoging kreeg.’’

Eva bleek niet besmet. Toch voelt ze zich niet veilig. De beperkte voorraad beschermingsmiddelen wordt door haar werkgever achter slot en grendel bewaard en alleen gegeven wanneer de medewerker erom vraagt. ,,Ik wil helemaal niet bezig zijn met de vraag of ik wel recht heb op een extra mondkapje of handschoenen. En tijdens een nachtdienst werkt dit systeem niet. We krijgen drie mondkapjes. Als die op zijn, kun je niet zomaar nieuwe pakken. Zo zat mijn collega op de corona-afdeling laatst zonder mondmasker. Ik heb overal moeten zoeken om er één te vinden.’’

V&VN vindt het ‘beschamend’ dat de verpleeghuizen en wijkverpleging zo lang achteraan in de rij stonden bij de verdeling van beschermende middelen. Dat is later wel bijgesteld. ,,Maar een nieuw verdeelmodel leidt nog niet tot voldoende beschermingsmiddelen’’, zegt Heyne. ,,Waar het misgaat? Ik weet het niet. Dat is de taak van de overheid en werkgevers.’’

Aanscherping RIVM-richtlijnen

De beroepsvereniging wil dat de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor het gebruik van beschermende middelen aangescherpt worden. Volgens het RIVM heeft personeel in verpleeghuizen, de GGZ en wijkverpleging geen mondkapje nodig zolang de 1,5 meter afstand bewaakt wordt, zelfs bij bewezen coronapatiënten. ,,Dit geldt ook voor het snel iets aangeven aan een patiënt of iemand te hulp schieten’’, staat in de richtlijn.

Verzorgende Eva is daar niet over te spreken. ,,Het RIVM lijkt de maatregelen aan te passen aan de omstandigheden. Het is bijvoorbeeld nog altijd onduidelijk of een chirurgisch mondmasker voldoende beschermt tegen corona, maar met die laatste werken we wel. En weten we zeker dat het virus niet overdraagbaar is als je maar eventjes bij een besmette bewoner in de buurt bent?’’

In de enquête van V&VN zegt ruim driekwart van de medewerkers dat de corona-richtlijnen van het RIVM niet of nauwelijks aansluiten op de praktijk buiten de ziekenhuizen. Daar hebben medewerkers vaak te maken met cliënten die gedragsproblemen hebben, plotseling agressief kunnen worden of juist behoefte hebben aan een knuffel. Bovendien vindt 38 procent dat de richtlijnen hen onvoldoende beschermt tegen het virus.

Onvoorspelbaar gedrag

,,Er wordt onvoldoende rekening gehouden met onvoorspelbaar gedrag’’, zegt Heyne. ,,Een psychiatrisch patiënt of verstandelijk gehandicapte houdt geen rekening met die anderhalvemeterregel. Zo’n richtlijn is leuk op papier, maar het RIVM moet zich eens verplaatsen in verpleegkundigen en verzorgenden. Het mag niet zo zijn dat kappers straks wel mondkapjes dragen en zij niet.’’

Wanneer wijkverpleegkundige Annelies tijdens haar ronde twijfelt of een cliënt besmet is, mag ze beschermingsmateriaal op kantoor ophalen. ,,Maar dan ben ik dus al in de buurt van de cliënt geweest. Onbeschermd.’’

De beroepsvereniging adviseert leden om altijd – dus ook buiten de cirkel van 1,5 meter - een mondmasker te dragen bij cliënten die hoesten, niezen of symptomen van het coronavirus hebben. Dat is conform de ‘gewone’ richtlijn voor influenza. Ook in de leidraad van de Federatie Medisch Specialisten staat dat personeel in poliklinieken altijd een mondmasker en bril moet dragen bij (vermoedelijke) coronapatiënten.

Werkweigering

Als het RIVM niet snel met een strengere richtlijn komt, zal V&VN zelf een leidraad opstellen. De beroepsvereniging adviseert personeel zelf een inschatting te maken of onbeschermd werken verantwoord is, en desnoods te weigeren.

Dat laatste deed wijkverpleegkundige Martine* uit Limburg bij een verdachte cliënte, omdat ze vanwege haar diabetes zelf tot de risicogroep behoort. ,,De cliënte bleek het coronavirus te hebben, en heeft waarschijnlijk een collega besmet.’’

Hoe vaak weigering zal voorkomen, vindt voorzitter Heyne moeilijk in te schatten. ,,Als werkgevers verstandig zijn, gaan ze mee in onze richtlijnen. Het gaat om de veiligheid van hun werknemers.’’

Tegelijk beseft Heyne dat het plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel medewerkers voor duivelse dilemma’s plaatst. Ondanks het tekort en de risico’s blijven de meesten doorwerken. Zelfs als ze corona gerelateerde klachten hebben, is bijna de helft blijven werken, blijkt uit de enquête. Heyne: ,,Verpleegkundigen en verzorgenden kunnen tegen een stootje, maar het wordt ze wel heel moeilijk gemaakt.’’

Inspectie

Minister De Jonge adviseert zorgmedewerkers die zich ‘onzeker voelen over de richtlijn’ om met de werkgever te praten over alternatieven. ,,Als dit geen oplossing biedt, dan is het belangrijk dat zij hiervan melding maken bij de inspectie’’, laat zijn woordvoerder weten.

De helft van de respondenten is ook gevraagd naar de mentale gezondheid. Zeventig procent voelt meer psychische druk. Ze zijn vermoeid, hebben meer stress, en voelen zich onzeker en machteloos.

Wijkverpleegkundige Annelies is onlangs geplaatst in een ‘coronateam’, waarbij ze alleen coronapatiënten verzorgt in volledig beschermingsmateriaal. ,,Maar als ik straks weer de reguliere zorg op me neem, en onbeschermd mijn werk moet doen, zal ik opnieuw bij elke cliënt de neiging voelen om mijn adem in te houden wanneer ik bij hem in de buurt ben.’’

De namen van wijkverpleegkundigen Martine en Annelies zijn gefingeerd.

menu