Als een berg had hij tegen de rechtszaak opgekeken. Overgeven, diarree. Als hij, een veertiger uit Oost-Groningen, donderdagochtend plaatsneemt in de verdachtenbank rilt het lichaam van de zenuwen, als hij een uur later de strafeis hoort, laat hij met een schok het hoofd zakken.

De rechters zien dat. Ze vragen: ,,U schrikt van de eis. Kunnen we doorgaan of moeten we even kort pauzeren?’’ We kunnen doorgaan.

Kinderporno. Hij had het vergaard, bekeken en verspreid. Hij deed dat als hij onder invloed was van speed. Daar raakte hij hyper van. Soms was hij nachten bezig. En wanneer hij dan ontwaakte, na een diepe slaap, voelde hij de walging. Hij heeft zelf kinderen.

Ranzige foto’s en filmpjes

Hij klinkt in de rechtszaal eerlijk. Menig verdachte die zich heeft ingelaten met kinderporno probeert de rechtbank te doen geloven dat ze niet weten hoe de ranzige foto’s en filmpjes waarop is te zien hoe kleine kinderen worden misbruikt, verkracht, op hun computer terecht zijn gekomen. Maar hij niet, hij wist dat wel. Hij zocht het op.

Hij vertelt hoe het is gegaan. Hij had een twitteraccount, zocht contact, deed zich voor als een meisje en ging dan los. Hij noemde zich Silvia, sletjesilvia en allerlei pornografische variaties daarop. Kijken hoe ver hij kon gaan. Hoe ver de anderen wilden gaan, steeds in de hoop nieuwe ranzigheid binnen te halen.

Uw computer weet dat.

En ondanks de walging die hij keer op keer voor zichzelf voelde, ging hij door. Hoe lang het heeft geduurd? Zeker twee jaar. De eerste zoektermen die wijzen richting kinderporno dateren uit 2017. Een computer weet dat.

In april 2019 was bij de Nederlandse politie een melding binnengekomen van een Amerikaanse organisatie die probeert kinderporno op het internet te bestrijden. Zijn account was opgevallen en kon worden gekoppeld aan een ip-adres dat weer te linken was aan de verdachte. Toen de politie voor zijn deur stond, draaide hij er niet omheen.

Mannen in vergelijkbare schuitjes

Dat hij dat ook in de rechtszaal niet deed, zal te maken hebben met de therapie die hij inmiddels volgt. Hij krijgt professionele hulp. Elke donderdag praat hij met zijn zedengroepje, met mannen die in vergelijkbare schuitjes zitten.

Rechters: ,,Hoe is dat?’’
Verdachte: ,,In het begin natuurlijk eng, maar nu is het heel prettig. We steunen elkaar.’’

Hij weet het zeker: het was eens maar nooit weer. Spijt, spijt, spijt. Hij wil de behandeling graag voortzetten, want hij is er nog niet. Hij is, zegt de reclassering, crisisgevoelig. Beetje tegenslag, beetje speed en dan is-ie zo weer hyper.

Het advies is dan ook om geen gevangenisstraf op te leggen. Dat zou niet goed zijn voor de behandeling, hij zou terug bij af zijn.

Officier haalt vol begrip de schouders op

De officier van justitie begrijpt dat wel, maar haalt vol begrip de schouders op. ,,Ook in de gevangenis kan hulp worden geboden. Ik eis tien maanden celstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.’’ Dat is vier maanden zitten.

De verdachte schrikt en laat het hoofd zakken. Zegt, zachtjes: ,,De gevangenis, dat trek ik denk ik niet.’’

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Rechtbank
zeden