Vrouwe Justitia in de rechtbank Groningen.

OM eist taakstraf tegen jongeman die op uitkijk staat bij inbraak in politiebureau Haren

Vrouwe Justitia in de rechtbank Groningen. Foto: Rob Zijlstra / DVHN

Tegen een 20-jarige man uit Groningen is een taakstraf van 100 uur en een half jaar voorwaardelijke jeugddetentie geëist wegens zijn betrokkenheid bij een inbraak in het politiebureau in Haren, in mei 2018. Bij die inbraak werd een groot aantal politie-uniformen, kogelwerende vesten, patroonhouders en handboeien gestolen.

De verdachte legde in de rechtszaal, net als eerder bij de politie, een bekentenis af. Hij gaf toe betrokken te zijn bij de kraak: hij had in de bosjes op de uitkijk gestaan. Mededaders waren het pand via een raam naar binnengegaan. Het alarm was niet ingeschakeld. De schade voor de politie bedroeg zo’n 7000 euro.

Anderhalve week voor de kraak was hij benaderd om als chauffeur op te treden. Op de avond van de kraak werd hij opgehaald. Hoewel de politie een groot onderzoek uitvoerde naar de inbraak in eigen huis, zijn er geen andere verdachten voor deze zaak voor de rechter gebracht.

Verdachte is niet heel spraakzaam

De 20-jarige verdachte was in de rechtszaal niet heel spraakzaam. Hij beriep zich grotendeels op het zwijgrecht. Eerder was hij op straat ietwat loslippig geweest wat hem een afranseling had opgeleverd. Hij heeft geweigerd aangifte te doen van de mishandeling en wilde daar nu ook niets over kwijt.

Politie-uniformen zijn in het criminele circuit veel geld waard. Dat wist de verdachte. Wel 3.000 euro per uniform, had hij gezegd. De verdachte wist ook waar gestolen uniformen voor worden gebruikt: overvallen plegen. Of dat ook daadwerkelijk is gebeurd, is niet bekend.

Niet terug naar de gevangenis

Volgens de reclassering is de 20-jarige verdachte in zijn gedrag verre van volwassen. Op advies van de reclassering nam de officier van justitie met enige twijfel het advies over om bij het bepalen van de strafeis uit te gaan van het jeugdstrafrecht. Het verschil: hij hoeft wat het Openbaar Ministerie betreft niet terug naar de gevangenis.

Behalve zijn rol bij de opmerkelijke inbraak zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting en aan flessentrekkerij: tanken zonder te betalen. Dit laatste bekende hij, over de oplichting wilde hij geen vragen beantwoorden.

Impulsief en nogal een flapuit

De advocaat verklaarde dat haar cliënt zich op haar advies beriep op het zwijgrecht. ,,Client is impulsief en nogal een flapuit. Hij hoeft zichzelf niet in de problemen te brengen. Vandaar mijn advies.’’

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

menu