Sterke regio’s in Nederland willen snelle treinen naar Europese metropolen. Wordt er vanuit het Noorden wel hard genoeg geknokt voor een verbindende schakel als de Lelylijn?

Een aantal politieke partijen heeft de Lelylijn in zijn landelijke verkiezingsprogramma gezet. CDA, PvdA, ChristenUnie, SGP, SP en D66 vinden dat het Noorden een snelle spoorlijn nodig heeft. Groningen ziet de Lelylijn (Amsterdam−Groningen) als een ‘missing link’ tussen de Randstad, Noord-Duitsland en Scandinavië.

Maar papier is gewillig. De kans dat de Lelylijn er komt, is sterk afhankelijk van de gecombineerde inzet van overheid en bedrijfsleven, die geen moment mogen verzaken. Dus niet af en toe een onderzoek met een gedroomde uitkomst, maar een keiharde politieke lobby die zich niet zomaar laat wegzetten. Op dat punt heeft het Noorden geen rijke traditie.

Veredelde boemels

Als het gaat om de bereikbaarheid van het Noorden rijden er vanuit de Randstad nog steeds veredelde boemels. Erg veel zicht op veel verbetering is er niet. De reistijdwinst die het rijk met wat maatregelen op het noordelijke spoornetwerk biedt, heeft te weinig om het lijf. Het gaat om minuten, daar waar het om een halfuur zou moeten gaan. Dat is te mager als je op lange termijn een slinger wil geven aan het economisch verkeer en nieuwe woningmarkten.

Wat dat betreft kan Noord-Nederland met jaloerse blikken volgen hoe andere regio’s te werk gaan. De regio’s Eindhoven, Twente en de Randstad hebben hun zaken beter op orde. Kijk naar de internationale treinverbindingen die zij najagen. Het gevoel van urgentie spat van de stukken. Daar waar het Noorden vaak met een vriendelijk pleidooi komt, hebben andere regio’s figuurlijk het mes dwars in de bek.

Het Noorden stelt zich tamelijk timide op

Andere regio’s beroepen zich op zware allianties met buitenlandse metropolen. Ze hebben hun huiswerk gedaan. Haalbaar of niet, ze komen met uitgewerkte voorstellen, inclusief eigen bijdragen. Vergeleken daarbij stelt het Noorden zich ook over de grens tamelijk timide op. Het is alsof het iets vraagt waarop amper aanspraak kan worden gemaakt. De toon is te lief en vol ontzag voor de Nationale Monitor Capaciteitsanalyse (NMCA). Die gaat bij investeringskeuzes van het rijk uit van constante opstoppingen en gebrek aan capaciteit op wegen en treintrajecten. Het NMCA kijkt niet naar ontwikkelkansen voor iets dunner bevolkte regio’s op de lange termijn.

In politiek Den Haag is bekend dat bewindslieden van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat pittig worden bejegend als zij plannen voor Zuid-Nederland en de Randstad naast zich neer willen leggen. Het gaat hard tegen hard. Daarbij vergeleken zijn ambtelijke en bestuurlijke gesprekken tussen rijk en Noord-Nederland een theekransje.

Afgelopen vrijdag was er een noordelijk convent, een onderhoud tussen regiobestuurders en Tweede Kamerleden afkomstig uit de drie noordelijke provincies. Op de agenda stonden onderwerpen als mobiliteit, landbouw, energie, brede welvaart, et cetera. Voor elk thema was welgeteld tien minuten uitgetrokken. De bevolking van Noord-Nederland mag hopen, maar zeker is dat niet, dat het ook nog even over de Lelylijn is gegaan.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen