Online lesgeven.

Ondanks de ongemakken is online lesgeven een blijvertje

Online lesgeven. ILLUSTRATIE JOB VAN DER MOLEN

Online onderwijs is op bijna elke hogeschool en universiteit inmiddels de norm. Dagelijks zitten miljoenen docenten en studenten achter hun computer of laptop om te leren of om les te geven. Verre van ideaal, vinden velen. Wat gaat er fout, waar storen docenten en studenten zich aan en hoe kan het beter?

Vijfentwintig zwarte schermen

Stel je voor: je gaat als docent aan de slag bij een nieuwe werkgever. Een nieuwe school en een nieuwe klas. Eerst even kennismaken met je studenten. Maar het is coronatijd, dus vindt het gesprek online plaats. Je klapt je laptop open, start de online vergadering en ziet vijfentwintig zwarte schermen. Bijna elke student heeft zijn of haar camera en microfoon uitstaan. Voor Maarten Dijk, docent aan een eerstejaars klas bij de Thorbecke Academie van de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden, was de kennismaking met zijn klas niet een warm welkom.

,,Een kennismaking met vijfentwintig zwarte schermpjes; dat was wel even heftig. Ik sprak er later met collega’s over. Die herkenden de situatie wel. Ze gaven voorbeelden van wat zij allemaal tegenkwamen in hun lessen. Studenten die nog in bed liggen of studenten die nooit reageren op vragen’’, vertelt Dijk.

Voor docenten is het heel belangrijk om interactie te hebben met studenten, zegt Dijk. ,,Vanuit onderwijskundig oogpunt is een reactie zien veel waard. Ik heb ook tegen mijn klas gezegd: ‘Ik wil jullie wel gewoon zien, jullie reactie, komt mijn verhaal wel over?’. Dat wordt beaamd. Maar de volgende les heeft maar een enkeling meer zijn of haar camera aangezet.’’

Even naar buiten om te roken

Niet alleen docenten, maar ook genoeg studenten vinden het belangrijk dat hun klasgenoten meedoen en van zich laten horen tijdens colleges. Zo ook Danique Visser (21), eerstejaarsstudente Ad Online content creator aan NHL Stenden Hogeschool. ,,In een fysiek lokaal gelden bepaalde huisregels. Het is niet meer dan logisch dat je je online ook fatsoenlijk gedraagt. Bij ons is het een ongeschreven regel om met werkcolleges gewoon de camera aan te doen. Dat snap ik volkomen’’, zegt Visser.

Ayla Elzinga (20), derdejaars Mediastudies aan de Rijksuniversiteit Groningen, maakt niet vaak mee dat klasgenoten zich storend gedragen. ,,Ik vind het wel fijn als klasgenoten goed meedoen met de les. Maar veel studenten volgen college vanuit een kleine studentenkamer. Je kunt ze het dan niet kwalijk nemen als ze tijdens college even wat eten of drinken pakken, bijvoorbeeld.’’

De 23-jarige Koen Leertouwer, masterstudent Geopolitics & Connectivity aan de Rijksuniversiteit Groningen, is het met Elzinga eens, maar hij vindt ook dat er een bepaalde grens is. ,,Ik heb weleens een klasgenoot gezien die tijdens de les met laptop en al naar buiten liep en daar een sigaret opstak. Dat doe je toch niet tijdens college? Ik kan me voorstellen dat zoiets enorm storend is voor docenten.’’

Praten tegen het luchtledige

Visser, Elzinga en Leertouwer maken allen regelmatig mee dat klasgenoten geen camera of microfoon aan hebben staan. De redenen verschillen. Slechte wifi, technische problemen en zelfs schaamte. Niet elke student vindt het eenmaal prettig om constant in beeld te zijn. Anderen hebben wel hun camera aan, maar vinden het onwennig om niet hun klasgenoten aan te kunnen kijken tijdens een gesprek.

Leertouwer: ,, Als je zelf aan het woord bent, weet je niet wie er luistert tijdens een online college. Normaal zie je mensen wel knikken, bijvoorbeeld. Of je hebt even oogcontact met iemand in de klas. Online voelt dat onnatuurlijk. Je praat maar wat in het luchtledige.’’

Adjunct hoogleraar Hanke Korpershoek en universitair docent Jolien Mouw, beiden werkzaam als onderwijskundigen aan de Rijksuniversiteit Groningen, herkennen de ongemakkelijkheid die Leertouwer ervaart. Korpershoek: ,,Laatst zei een student die moest presenteren dat hij het heel raar vond om tegen een scherm te praten. Dat vond ik fijn om te horen, want ik ervaar dat precies zo.’’

Vermoeiend

De interactie van een fysiek gesprek is nauwelijks na te bootsen in een online vergadering. Dat resulteert er vooral in dat lesgeven moeizamer en langzamer gaat als docent. Mouw: ,,Stel je geeft aan 100 studenten les, maar er komen er maar 50 opdagen. Dan krijg je van die 50 input over waar ze behoefte aan hebben. Ze kunnen vragen stellen of het aangeven als ze ergens langer over willen praten. Als docent zelf zie je in fysieke lessen ook wel of iemand de materie lastig vindt. Studenten gaan moeilijk kijken of zuchten en gapen. Online is dat lastiger. Je moet veel explicieter vragen of iedereen het snapt en dat kost veel meer tijd.’’

Die snelheid van fysieke lessen missen studenten ook. Leertouwer: ,,Ik heb hoorcolleges die drie uren duren. Daar kom ik niet doorheen, het is te eenzijdig. Fysiek voel ik dan toch meer druk om constant op te letten. Tijdens werkcolleges is het ook lastiger om een goede discussie te houden. Een gesprek gaat online nou eenmaal minder vloeiend.’’

Visser merkt net als Leertouwer dat zij online college vermoeiend vindt. ,,Je zit het grootste gedeelte van je dag op je kamer naar je laptop te staren. Ik merk daardoor dat ik hoorcolleges minder goed opneem dan in een fysieke setting.’’

Ouwehoeren en samen een bak koffie drinken

Een neveneffect van online onderwijs is dat je je medestudenten en docenten niet meer in het echt ziet en spreekt. Het ontbreken van dat sociale aspect vinden docenten en studenten jammer. ,,Als jongere heb je veel behoefte aan het sociale component. Lekker ouwehoeren met medestudenten, in de pauze samen een bak koffie drinken. Dat aspect valt weg en maakt studeren een stuk zakelijker’’, volgens Dijk.

Mouw is het eens met Dijk. ,,Vooral voor eerstejaars is het lastig. Je hebt elkaar nog nooit gezien, kunt niet kennis met elkaar maken, een sociaal netwerk opzetten en erachter komen met wie het wel of niet klikt. Dat is online lastig vorm te geven. Wij vragen onszelf ook af welke rol een opleiding daarin heeft.’’

Afspraken maken

Voorlopig zal de werkelijkheid niet veranderen. Zolang het aantal coronabesmettingen per dag op een hoog niveau blijft, zal online onderwijs de norm blijven. Daarom moeten docenten en studenten er samen het beste van maken. Onderwijskundigen Korpershoek en Mouw onderstrepen het belang van samenwerking. ,,Het belangrijkste voor een docent om te doen is duidelijk aangeven wat je van studenten verwacht. Vraag andersom ook wat je studenten van jou verwachten. Als je dat naar elkaar uitspreekt dan zal het overgrote deel van de studenten zich daaraan houden’’, zegt Korpershoek.

Een perfecte manier van online lesgeven is er nou eenmaal niet, zegt Mouw. ,,Bij mijn studenten zeg ik: ‘onderbreek me wanneer je wil, stel je vragen’. Dat ben ik, maar er zijn genoeg collega’s die dat heel anders doen.’’

Maar hoe zit het dan met studenten die zich storend gedragen of die niet meedoen met de les? Zouden gedragsregels op zijn plaats zijn? Mouw: ,,Wat ik hieraan lastig vind is dat we dit ook niet bij fysieke colleges doen. Je zegt normaal ook dat je het fijn vindt als studenten vragen stellen, als ze goed mee doen met de les. Maar ook dan zal een deel daar geen gehoor aan geven.’’

Online onderwijs: een blijvertje?

Als het aan studenten Visser, Elzinga en Leertouwer ligt, dan schakelen ze zodra het weer kan terug naar volledig fysiek onderwijs. Hetzelfde geldt voor Korpershoek en Mouw, maar volgens Korpershoek en Mouw biedt online onderwijs toch ook voordelen: ,,Internationale studenten kunnen studeren aan een universiteit zonder te verhuizen naar een ander land. Voor studenten met een functiebeperking is het handiger om vanuit huis een studie te volgen. Studenten die liever bij hun ouders blijven wonen, hoeven minder te reizen door online onderwijs.’’

Een mix tussen online en fysiek onderwijs zou na de coronaperiode een heel reële vorm van lesgeven en les krijgen kunnen zijn, volgens Mouw. Docenten kunnen dan zelf bepalen welke onderwijsvorm het beste bij hun leerdoelen past. ,,Wanneer we dan wel fysiek bij elkaar komen, moeten we goed nadenken hoe we dat contactmoment zo waardevol mogelijk kunnen maken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu