De Drentse en Groningse streektalen lijken net als de regionale klederdrachten gedoemd tot uitsterven. Steeds minder jongeren worden ermee grootgebracht.

Als de huidige ontwikkelingen doorgaan, dan spreekt er over vijftig jaar bijna niemand meer Drents of Gronings. Uit onderzoek blijkt dat het streektaalgebruik van het Nedersaksisch de aflopen 65 jaar enorm is afgenomen. Van de noorderlingen die in 1955 zijn geboren is bijna 40 procent het dialect machtig. Van de mensen die ter wereld kwamen in 1975 is dat gehalveerd en van de jongeren met het geboortejaar 2005 spreekt hooguit een paar procent dialect.

loading  

Volgens Arjen Versloot, hoogleraar Germaanse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is er sprake van een ‘sluipende taaldood’. Er zijn volgens hem ongeveer zesduizend verschillende talen in de wereld, waarvan tweeduizend met uitsterven worden bedreigd. ,,Daarbij denken we altijd aan exotische talen in verre oorden, maar het gebeurt bij ons om de hoek.’’

‘Slechts 1,5 procent van ouders geeft streektaal door aan kinderen’

Martijn Wieling, hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal aan de Rijksuniversiteit Groningen, wijst erop dat het onderzoek waarop Versloot zich baseert dateert uit 2011. Daaruit blijkt dat in dat jaar 15 procent van de ouders in het Nedersaksische taalgebied onderling nog in streektaal sprak. Van hen gaf slechts een tiende de taal door aan hun kinderen.

Het onderzoek is verricht onder ouders van kinderen in groep 2 van vierhonderd Nederlandse basisscholen. De onderzoeksvragen richtten zich onder meer op de overdracht van het Nedersaksisch, waartoe ook het Gronings en het Drents behoren. Om meer inzicht te krijgen hoe het met de taaloverdracht in het Noorden zit, start Wieling in het kader van Lifelines in het najaar een groot onderzoek. ,,Het kan best zo zijn dat op het Hogeland de streektaal veel meer door ouders aan kinderen wordt doorgegeven dan in de stad Groningen.’’

‘Steeds meer artiesten zingen in streektaal’

Wieling constateert dat er ook sprake is van een tegenbeweging. ,,In het onderwijs is tegenwoordig meer aandacht voor streektaal. Ook zijn er steeds meer artiesten die zingen in de streektaal, ook in de popmuziek.’’

Volgens Versloot is de opleving van de streektaal in muziek en andere cultuuruitingen juist een teken van de ondergang ervan. ,,Het zijn uitingen van het besef dat streektaal gedoemd is tot verdwijnen. Ga maar eens naar een Gronings schoolplein. Daar hoor je nauwelijks nog kinderen Gronings praten.’’

‘Algemeen Nederlands heeft groter bereik en meer prestige’

In concurrentie met de standaardtaal leggen de dialecten volgens Versloot het loodje. ,,Het Algemeen Nederlands heeft een groter bereik dan de eigen provincie. Het heeft ook meer prestige. Ook institutioneel is het spreken van streektaal in het verleden ontmoedigd.’’

Wieling meent dan veel noorderlingen ten onrechte denken dat dat het Gronings en het Drents dialecten van het Nederlands zijn. ,,Ze zien het mogelijk als een minderwaardige variant en concluderen dat ze hun kinderen daarom beter de standaardtaal kunnen aanleren. Als ze beter beseffen dat het Nedersaksisch een zelfstandige taal is, dan kijken ze er misschien anders tegenaan. Het is juist voordelig meerdere talen naast elkaar te spreken, net zoals mensen dat bijvoorbeeld met Engels, Duits of Frans doen.’’

Fries en Limburgs kalven minder snel af

Binnen het Nederlandse taalgebied zijn er twee uitzonderingen. Het Fries en het Limburgs kalven veel minder snel af dan de overige dialecten en streektalen. In Friesland heerst volgens Versloot een ‘sterker identiteitsgevoel’ dan in Groningen en Drenthe. ,,Hoe groter het contrast met het Nederlands, hoe zelfbewuster zijn de sprekers van de streektaal. Dat geldt ook voor het Limburgs. Die provincie heeft een eigen geschiedenis, waarin de katholieke identiteit een aparte plaats innam tegenover het protestantse noorden.’’

Versloot vreest dat veel streektalen die in Nederland worden gesproken hetzelfde lot zijn beschoren als de regionale klederdrachten, die in sommige streken tot eind vorige eeuw in ere werden gehouden. ,,Als je het van een afstandje beschouwt, dan gaat die vergelijking zeker op. Toen ik in mijn jeugd op vakantie ging naar Zeeland, liepen oudere mensen daar nog in klederdracht. Dat is in relatief korte tijd verdwenen.’’

‘Verdrietige ontwikkeling’

Wieling: ,,Als nog maar zo weinig kinderen de streektaal machtig zijn, dan is dat een verdrietige ontwikkeling. Het betekent dat jonge mensen die het nog wel spreken het met bijna niemand kunnen delen.’’

Arja Olthof, streektaalfunctionaris van Huus van de Taol in Drenthe, is bang dat Versloot gelijk heeft. ,,Als mensen nog maar heel selectief streektaal gebruiken, dan krijgen de kinderen het niet meer mee. Ouders moeten het hun kinderen bewust aanleren. Daar moeten ze zo vroeg mogelijk mee beginnen. Nederlands krijgen ze op school wel mee. Het Drents is rijkdom, een extraatje.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Cultuur