Onderzoekers Universitair Medisch Centrum Groningen tonen aan dat donornieren voor de transplantatie zijn gebaat bij extra zuurstof

Foto: Shutterstock

Donornieren hebben baat bij extra zuurstof voorafgaand aan de transplantatie. Nieren die zuurstof krijgen worden veel minder vaak afgestoten en overleven vaker. Dat blijkt uit onderzoek van onder meer het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), dat vrijdag is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Donornieren kunnen tijdens het wachten op transplantatie op verschillende manieren - koud - worden bewaard: op ijs of op een machine die een koelvloeistof door de nier pompt.

‘Tien jaar geleden is al bewezen dat machinebewaring beter is voor de nieren. Wat echter nog niet is onderzocht, is de impact van het zuurstofgebrek dat tijdens koude bewaring optreedt’, licht transplantatiechirurg Sijbrand Hofker van het UMCG in een persbericht toe.

Toedienen van zuurstof aan donornier

Onderzoekers van het UMCG, én UZ Leuven en Oxford University, hebben daarom onderzocht of het toedienen van zuurstof aan een donornier gunstig is voor het orgaan. De beide nieren van de donoren werden hierbij aan twee verschillende mensen gegeven. Slechts één van deze nieren kreeg zuurstof. Een jaar na de transplantatie werd de nierfunctie van de ontvangers gecontroleerd; door te meten hoeveel bloed de nier per minuut kon zuiveren.

Minder afsterving en afstoting

Als beide nieren van dezelfde donor na een jaar nog goed functioneerden, was er geen significant verschil in nierfunctie tussen de nieren met en zonder zuurstoftoediening.

‘Toen we echter keken naar de nieren die in dat jaar helemaal niet meer functioneerden en daarom ‘verloren’ waren, of acute afstotingsverschijnselen vertoonden, was er een verschil. Het relatieve risico op acute afstoting was met bijna de helft verminderd in nieren die zuurstof hadden gekregen, en het nier-verlies was sterk verminderd’, weet Ina Jochmans, transplantatiechirurg in het UZ Leuven.

Deze resultaten komen overeen met wat wetenschappers weten over het mechanisme waarmee zuurstoftekort schade kan veroorzaken.

Jochmans: ‘Zuurstoftekort vóór transplantatie zet een complexe reactie in gang die een ontstekingsreactie in de nier na transplantatie veroorzaakt. Deze ontstekingsreactie kan het orgaan gevoeliger maken voor afstoting. Dit kan op zijn beurt leiden tot littekens in het weefsel, waardoor de nierfunctie afneemt en de nier zelfs helemaal niet meer functioneert.’

‘Hartdood’ of hersendood

Het onderzoek is uitgevoerd op organen van zogeheten hartdode donoren. Dit betekent dat het overlijden van de donor wordt bepaald op basis van het stilvallen van de circulatie. Het hart pompt dus geen bloed meer op het moment van donatie.

De organen van hartdode doneren hebben een ernstig zuurstofgebrek voordat de orgaandonatie plaatsvindt. Daarom kunnen ze mogelijk meer baat hebben bij zuurstoftherapie dan organen van ‘hersendode’ donoren, van wie de dood wordt bepaald op basis van neurologische criteria.

De afgelopen jaren is het aantal hartdode donoren sneller gestegen dan het aantal hersendode donoren.

menu