Column Achter het behang #28: Ongewenste intimiteiten

Illustratie: Infographics DvhN

Wekenlang geen school, wekenlang thuiswerken, wekenlang op elkaars lip. Verslaggever Maaike Borst schrijft over haar gezin in tijden van corona.

De man steekt hartelijk zijn hand naar me uit. Hij doet dat zo enthousiast en vol overtuiging dat ik een stap achteruit zet en mijn handen achter mijn rug hou om het gebaar te ontwijken. ,,Dat doen we niet meer toch’’, hoor ik mezelf raar streng zeggen. Ik ben echt even geschrokken.

Het is wonderbaarlijk hoe zo’n volstrekt normaal gebaar van beleefdheid ineens kan voelen als een ongewenste intimiteit. Dat het brein na een paar weken conditioneren gevaar ziet in een handeling die het een heel leven als vanzelfsprekend heeft aangestuurd.

Ik denk terug aan 11 maart, de woensdag waarop Mark Rutte een bezoek bracht aan Groningen - waarschijnlijk zijn laatste activiteit die niets met corona van doen had. Die maandag daarvoor had hij het advies gegeven om geen handen meer te schudden, waarna hij RIVM-baas Jaap van Dissel een hand gaf.

Ik volgde hem die woensdag voor de krant. Het ging in Groningen niet over corona maar over aardbevingen, toch lette iedereen op de handen van Rutte. Hij maakte geen fout meer. Bij wijze van begroeting vouwde hij zijn handen tegen elkaar en maakte een lichte buiging. Of hij gaf een elleboog. De mensen lachten er nog een beetje om. Die luchtigheid verdween de volgende dag.

Het lijkt al een eeuwigheid geleden. We passen ons zo snel aan de nieuwe werkelijkheid aan dat de oude meteen een ver verleden lijkt. Dat heeft iets moois. In geval van nood laat het brein gewoontes van jaren, van hele mensenlevens, los alsof het niets is. Je kijkt naar mensenmassa’s in oude films en series en voelt je ongemakkelijk. Alsof dát raar is, en dit gewoon.

Toch vind ik het ook een beetje eng, hoe mijn lichaam in een reflex terugdeinst voor een man die niets anders wil doen dan vriendelijk zijn. Het is onhandig, maar ergens ook sympathiek dat hij de regels na vijf weken van totale crisis nog gewoon kan vergeten omdat hij een mens wil begroeten.

De man verontschuldigt zich. Hij zegt dat zijn vader die beleefdheid er nu eenmaal goed heeft ingestampt en dat hij wel regelmatig zijn handen ontsmet. Ik volg hem op anderhalve meter afstand de trap op.


menu