Henk wortelboer heeft met zijn broer Jan een boerderij in Jipsingboertange.

Op 't randje: Henk Wortelboer uit Jipsingboertange komt op voor zijn vak en protesteert tegen landbouwbeleid van minister Scholten

Henk wortelboer heeft met zijn broer Jan een boerderij in Jipsingboertange. Foto: Marcel Jurian de Jong

Het jaar 2020 ligt achter ons en blijft in onze herinnering als het coronajaar. Desondanks draaide de wereld gewoon door en berichtten wij over gebeurtenissen in Groningen. Op het randje van 2020 naar 2021 is het tijd om achterom en vooruit te kijken.

Gieten, juli. Bij het distributiecentrum van Coop is het een drukte van belang. Trekkers versperren de hoofdingang van het terrein. Urenlang kan er geen muis door de opgetrokken trekkermuur. Bijeengekomen is een kluit agrariërs. Ze protesteren tegen het landbouwbeleid van minister Carola Schouten. Onder hen Henk Wortelboer (42) uit Jipsingboertange, een bekend gezicht tijdens de boerenprotesten.

'Geen activistische inborst'

Naar eigen zeggen heeft hij geen activistische inborst. Toch loopt Wortelboer allerlei boerendemonstraties af. „Ik strijd voor mijn eigen bedrijf. Ik wil een boerderij achterlaten waar mijn kinderen later ook een boterham kunnen verdienen.”

De Jipsingboertangerweg, op een steenworp afstand van de grens met Duitsland. Boerderijen lijken hier door een grote hand lukraak neergezet in de eindeloze landerijen tussen Mussel en Bourtange. De dichte mist drukt zwaar op het land. Halverwege de langgerekte straat doemt het erf van maatschap Wortelboer op, het domein van de gebroeders Henk en Jan.

Het is stil op het erf. Geen teken van leven. De kalveren, die normaal gesproken zij aan zij staan in de stallen, zijn weg. Richting slachthuis. Verderop ritselen drachtige koeien in het stro, wachtend op het wonder van Moeder Natuur. Maar dat is het dan ook. De coronacrisis is een slechte tijd voor veehouders. Restaurants dicht. Stallen leeg.

Protest tegen de stikstofwet

Het boerenbedrijf, waar vele generaties Wortelboer de scepter zwaaiden, spitst zich toe op het afmesten van honderden rosékalveren. Daarnaast telen de broers suikerbieten, zetmeelaardappelen en snijmais.

Henk Wortelboer is lid van de Trekker Club Westerwolde (TCW), een verzameling bloedserieuze boeren uit de regio, die op hun trekkers heel het land doorkruisen om te protesteren, aanvankelijk tegen de stikstofwet, later ook tegen de bodemprijzen die supermarkten betalen voor hun producten. Op zijn trekker reed hij naar protesten in Gieten, Beilen, Groningen, de Eemshaven, Den Haag en Bremen.

Wij hebben wat te verliezen. Ik wil als boer niet afgaan

Gradus (14), oudste van de drie kinderen, mag soms mee. Vindt-ie prachtig. In colonne richting Den Haag, de avond ervoor al vertrekken. Soms neemt hij het stuur even over van pa. Op de terugweg een hotelovernachting in de polder. Met alle boeren aan de dis. Hoe zijn vader is bij die demonstraties? Gradus onderdrukt een grijns, terwijl hij toekijkt hoe zijn vader op de gevoelige plaat wordt vastgelegd. „Kijk maar eens op YouTube, daar kun je hem wel zien.”

Naast hem broertje Henk (10), groene overall, hoge laarzen. Met fonkelende ogen: „Ben jij voor of tegen de boeren?” Beide jongens laten er geen misverstand over bestaan: zij volgen papa en oom Jan op.

'Negatieve beeldvorming'

Wortelboer barst in lachen uit als hij hoort van de vraag van Henk junior. „De jongens voelen echt met ons mee.” Dan is er nog dochter Therese (12), die ook maar wat graag rondscharrelt op de boerderij. Net zo fanatiek, zegt moeder Margeret (43). „Als de juf op school begint over de voordelen van vegetarisch eten, dan gaat ze er fel tegen in.” Wortelboer lacht. „Ja, aan de keukentafel gaat het geregeld over het boerenleven.”

Die betrokkenheid komt hem bekend voor. Als kwajongen ging Wortelboer in de jaren tachtig al met z’n vader mee naar de Grote Markt in Groningen om te protesteren. Ook bij TCW groeide hij in zijn rol. Hij is onderhand een van de aangewezen personen om met de media te praten. De meeste andere boeren zijn daar te schuchter voor, legt hij uit. Hij verwijt bijvoorbeeld de NOS negatieve beeldvorming.

Natuurlijk, hij kent ook de beelden van boerenprotesten met een rafelrand. Boeren, al dan niet onder invloed van alcohol, die over de schreef gaan. „Als je dat dan ziet, kan ik me best indenken dat mensen denken: wat is dit? Maar dat schetst een verkeerd beeld.” Hij vergelijkt het met een vol voetbalstadion. „Daar zitten ook altijd wel een paar wappies tussen.” In zijn groep van TCW is relgedrag uit den boze. „We hebben een hechte groep. Natuurlijk heb je wel eens iemand die te ver gaat, maar bij ons wordt diegene gelijk teruggefloten.” Alcohol is uit den boze. Een grijns. „Wel alcoholvrij en bitterballen.”

Bij het protest in Gieten weigerde een boer bijvoorbeeld om zijn trekker voor de poort weg te halen. Het protest was over, de boeren gingen huiswaarts, op één vervelend sujet na. Met stemverheffing: „Toen heb ik een hartig woordje met hem gesproken. Dat soort gedrag kunnen we niet hebben. Hij heeft hem ook weggehaald, hoor.”

Strijd voor idealen en voor thuis

Na Gieten volgden nog meer demonstraties in Nederland. Wortelboer was er maar wat druk mee dit jaar. Even is hij stil. „Weet je wat het is: wij hebben wat te verliezen. Ik wil als boer niet afgaan.”

Dan komen Gradus en Henk binnen stuiteren. Aan weerszijden van Wortelboer staan ze, de stoere boerenzonen. Een trotse blik bij papa. De boerenprotesten samengevat in één oogopslag: een trotse boer die strijdt voor zijn idealen, maar vooral voor zijn thuis, voor zijn jongens die straks als de volgende generatie Wortelboer de scepter willen zwaaien halverwege de Jipsingboertangerweg.

menu