Op zoek naar geheimen van de rivier Eems die verdween in het veen

Jana Fries (in groenblauwe trui) en Henny Groenendijk (rechts van haar) geven uitleg over de proefboring. Foto: Huisman Media

Archeologen gaan in het Gronings-Drents grensgebied op zoek naar de geheimen van de Verdwenen Eems. Dinsdag gaven ze het startschot voor hun project.

Heel, heel lang geleden stroomde in het Gronings-Drents grondgebied een rivier. Die is inmiddels verdwenen maar geeft de komende tijd, als het aan enkele archeologen ligt, een aantal van zijn geheimen prijs.

Henny Groenendijk en Jana Fries zijn twee van die archeologen. Hij is bijzonder hoogleraar Archeologie en maatschappij in Groningen, zij houdt zich in dienst van de deelstaat Nedersaksen bezig met bijzondere archeologische projecten.

Deze dinsdagochtend staan ze op een parkeerplaats in Sustrum-Moor, klein dorp net over de grens bij Sellingen, om uitleg te geven over de start van het grensoverschrijdende project De Verdwenen Eems. Ze doen dat ten overstaan van een klein aantal genodigden: lokale gemeentebestuurders en ambtenaren, een afgevaardigde van belangrijke subsidiegever Eems-Dollard Regio en LTO Noord.

Enthousiasme archeologen is groot

Het gezelschap is vanwege de coronacrisis klein, het enthousiasme van de beide archeologen groot. Gewapend met vele landkaarten vertellen ze over die rivier waarvan bekend is dat hij ooit door dit grensgebied liep maar die nog vele vragen oproept.

,,Zijn naam bijvoorbeeld’’, vertelt Groenendijk. ,,We noemen hem de Verdwenen Eems omdat hij een aftakking van de zichtbare Eems is. Maar misschien werd hij wel anders genoemd, misschien heette hij wel de Ruiten Aa.’’ Want naar dat riviertje in Westerwolde loopt de verdwenen stroom toe.

Lang geleden liep de stroom nog zichtbaar door het land, zeker tot het jaar 1000, zo schatten Fries en Groenendijk. Inmiddels ligt hij begraven in het grote Bourtangerveen dat de grensstreek zijn heel eigen karakter geeft en is hij een bron van fascinatie voor beide archeologen.

Op drie plekken boringen

Mede daarom storten ze zich de komende anderhalf jaar op hun project. ,,Dat doen we door op drie plekken boringen te verrichten’’, zegt Groenendijk. ,,Op plekken in huidige natuurgebieden waar hij volgens satellietkaarten heeft gestroomd. We moeten zo’n 4 meter de grond in, dan zitten we ongeveer op de bodem van de verdwenen rivier. Via de boringen willen we een reconstructie maken van zijn geschiedenis maar ook meer te weten komen over de boeren die er toen leefden, over wat ze verbouwden. De analyse van stuifmeel dat we naar boven halen, kan daarbij helpen.’’

Een van de plekken waar geboord gaat worden, ligt niet zover van Sustrum, in het Rütenbrocker Moor. Na de uitleg rijden de beide archeologen en hun genodigden daar naar toe. Via vele stille wegen wordt een afgelegen bosje bereikt, ver weg van huizen en de drukte van mensen.

Bevolking wordt bij project betrokken

Een smal slootje wordt overschreden en daar liggen, tussen de bomen, de sporen van een proefboring. ,,We hebben hier inderdaad al geboord en met succes’’, zegt Groenendijk. ,,Want we hebben de loop hier inderdaad gevonden. Hier heeft ooit de mysterieuze rivier gestroomd. De komende tijd gaan we hier aan de slag en op de andere twee beoogde locaties, waarvan eentje aan de Nederlandse kant ligt, in de buurtschap Ter Walslage. We willen de plaatselijke bevolking bij ons project betrekken. Niet alleen de mensen die hier ooit leefden, tellen voor ons maar ook de mening van de huidige bewoners.’’


menu