Opinie: Eén jaar na Zeerijp: Opstaan of afzakken in gasregio?

Hekken rond een beschadigde woning in Zeerijp. Foto: Jan Zeeman

Een jaar na de beving in Zeerijp overheerst de onzekerheid over de versterking. Wat is nodig om uit het moeras te komen?

De Groningse bestuurders balden geen vuist toen de Mijnraad en minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat) aan de hand van een discutabele technische exercitie de versterking van het bevingsgebied terugbracht van 22.000 naar 1500 woningen. Huizen die na jarenlange inspecties als onveilig waren aangemerkt, bleken aan de hand van een vaag computermodel van de versterkingslijst gehaald.

Groningse bestuurders hebben bijgedragen aan de chaos

Sterker nog, het nieuwe versterkingsplan voor de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) werd door Rijk, provincie en gemeenten geaccepteerd, maar niet bestuurlijk vastgesteld. Wat zoveel betekent als: we gaan het uitvoeren maar als daar iets mis gaat, is onduidelijk wie daar nu precies op aanspreekbaar is.

Het plan is niet democratisch gelegitimeerd. Juist daarom is het vreemd dat de Groningse bestuurders het niet hebben verworpen. Ze dachten: we moeten verder, maar te goeder trouw hebben ze in hun onwetendheid bijgedragen aan de chaos.

Medewerkers van de Nationaal Coördinator Groningen, het orgaan van Rijk, provincie en gemeenten, vertellen tijdens dorpenrondes dat de gemaakte keuzes in het nieuwe versterkingsplan niet uit te leggen zijn. Ze noemen het zelfs een rampzalig gebeuren. De Groningse bestuurders zijn daar collectief medeverantwoordelijk voor.

Regie in de regio is nodig

Goede versterkingsplannen en regie in de regio. Dat is nodig om de problemen in de bevingsregio Groningen op te lossen. Bijna een jaar na de beving in Zeerijp zijn de problemen nog altijd groot.

Wat Groningen met ‘Den Haag’ eindelijk eens moet regelen is wie er bij de versterkingsoperatie aan het roer staat. ‘Den Haag’ of de regio? Het uitblijven van een duidelijke uitkomst, bevordert de chaos.

Als de verantwoordelijkheden belegd zijn in een vage coproductie van Rijk, provincie en gemeenten, blijven deze naar elkaar wijzen. Dan volgen nog ontelbare gasdebatten in de Tweede Kamer en bestaat de kans dat Groningen permanent wordt gezien als een vervelende kostenpost.

Het heft in eigen hand nemen en een getekende afspraak met het Rijk afdwingen, dat er zoveel geld als nodig is naar Groningen gaat, is de enige oplossing. Alleen dan is Groningen verlost van het eeuwige gesoebat met de Haagse politiek over nut en noodzaak van maatregelen .

Bij het uitgeven van het geld, zullen ongetwijfeld lokale spanningen ontstaan, maar als daar desnoods over geruzied moet worden, gebeurt dat in Groningen zonder inmenging van de landelijke politiek.

Welke bestuurder durft te luisteren naar bevolking?

Dat geldt ook voor de verdeling van de 1,15 miljard euro in het Nationaal Programma Groningen (NPG), bedoeld om de gehavende regio economisch en sociaal weer een ‘kontje’ te geven. Voor de besteding van die gelden wordt onder wakend oog van het Rijk weer een tijdrovend en ingewikkeld tafel- en praatcircus opgetuigd. Delen van het NPG moeten juist zonder inmenging van het Rijk naar de regio worden getrokken.

Belangrijk is wel dat Groningen met goede plannen komt. Daarvoor zijn bestuurders nodig met gedurfde en baanbrekende visies die hun oor te luister leggen bij de bevolking.

 

menu