De manier waarop de gemeente Groningen omgaat met inwoners die bij Roodehaan en Lageland respectievelijk een wind- en zonnepark in hun directe omgeving krijgen is ontluisterend.

De afgelopen weken gaven de raadsvergaderingen een treurige inkijk in de ‘onze wil is wet’-methode die Groningen hanteert. De boodschap is: het besluit is genomen. U zult het niet leuk vinden, maar het is niet anders. De aarde warmt op. We hebben een klimaatopgave en die voeren we uit.

Over de precieze omvang en de locatie van het wind- en zonnepark bij Roodehaan en Lageland wil de gemeente het niet meer hebben. Daarmee ervaren omwonenden de inspraak als een wassen neus. Het gemeentebestuur geeft dat ook gewoon toe. Inwoners zijn voor een voldongen feit gesteld. Ze mogen voor de vorm nog even sputteren.

‘Meegenomen in traject’

Eerder waren omwonenden die geschrokken deelnamen aan informatiesessies al volgepompt met technische informatie. Er was heel veel procespraat, wat de boosheid alleen maar groter maakte. De beloofde burgerparticipatie stelt niets voor, omdat niet te tornen valt aan het uitgangspunt. Mensen worden volgens de gemeente ‘meegenomen in het traject’.

In Roodehaan zijn zes windmolens gepland en dat blijft zo. Daar waar betrokken burgers nog niet bekomen zijn van de schrik of maar half weten wat er gaat gebeuren, zegt de gemeente: ‘We hebben een opgave’, doelend op het Klimaatakkoord. Dat maakt burgerparticipatie tot een farce.

Ieder stapje afvinken

Omwonenden wordt de mond gegund en kleine aanpassingen zijn mogelijk, als ze binnen de ‘kaders’ van de gemeente Groningen blijven. En die zijn strak. Een ambtelijk informatietraject is een verplicht nummer, waarin ieder stapje met de inwoners gretig wordt afgevinkt.

Van geven en nemen is geen sprake. Er is geen boter bij de vis. De omwonenden resten de lasten en mogelijk wat kruimels. De gemeente geeft de projecten mogelijk in handen van goedgezinde energiecoöperaties waar ze een vinger in de pap heeft. Daarmee is niets geleerd van bijvoorbeeld Windpark N33 bij Meeden. Dat is, zo bleek uit de infosessies, een schrikbeeld voor stad-Groningers die zich overvallen voelen door plannen voor wind- en zonneparken. Ze voelen zich genegeerd en ervaren de ingrepen in hun directe woonomgeving als een soort huisvredebreuk.

Overheid claimt ruimte

Geen vat hebben op wat er in je directe leefomgeving gebeurt, voelt slecht. Dat komt door de klassieke manier waarop de overheid ruimte claimt en daarover met mensen in gesprek gaat. De vraag is niet óf maar hooguit hóe het gebeurt. Gelet op de opmerkingen van de inwoners die stuiteren als ze horen hoe hun leefomgeving ingrijpend verandert, organiseert de overheid haar eigen verzet. Tot aan de Raad van State, want als het om alternatieve voorstellen gaat is de overheid zo flexibel als een betonpaal. The show must go on .

Lusten en lasten

Omdat alles om geld gaat, is de verdeling van lusten en lasten over ontwikkelaars en inwoners scheef. Er is druk van de raad nodig om nog iets voor de mensen af te dwingen. De wethouder houdt de raad voor dat meebewegen met de inwoners geld kost. En dus praat de wethouder liever alleen over de kleur van de windmolens en het groen rond het windpark. Zijn ambtenaren vertellen de raad dat het een uitvoerig burgertraject is geweest. Dat was het ook, zij het vooral ambtelijk en bestuurlijk.

Geen vat op plannenmakerij

,,Doe het lokaal of doe het niet’’, zegt een omwonende die er nog iets voor de omgeving wil uitslepen en het plan voor het windpark bij zijn buurtschap Roodehaan een ‘black box’ noemt. Mensen hebben geen vat op wat hen overkomt.

Kan het anders? Jazeker. Kijk naar Denemarken, waar de gemeente pas een vergunning verstrekt als ontwikkelaar en bewoners het eens zijn over de verdeling van lusten en lasten. In die situatie stelt de gemeente de raad op de hoogte van een onderhandelingsresultaat. Daarna beslist de raad of de kwaliteit van het overleg en de uitkomsten van dien aard zijn dat ze er een klap op kan geven.

De uitkomst van een gesprek waarin mensen zich serieus genomen voelen, bepaalt of er genoeg draagvlak is voor het plan. Uitgangspunt is dat de ontwikkelaar bereid is inkomsten royaal te delen met de omgeving. De uitkomst moet niet onderhandelbaar zijn, maar duidelijk en uitvoerbaar. Onderzoek wijst uit dat mensen hinder als minder erg ervaren als ze meeprofiteren.

Boter bij de vis

In Roodehaan zegt de gemeente dat ze nog niet uitgepraat is met de inwoners. De gemeenteraad moet er maar op vertrouwen dat de wethouder zijn woord houdt en tot zaken komt met de omgeving. Daarmee houdt de gemeente de mensen een worst voor die al uitgepakt had moeten zijn.

Windpark N33 bij Meeden heeft geleerd dat mensen de overheid niet op haar woord kunnen geloven. Van overlast zou geen sprake zijn. De plaatselijke huisarts die liever niet in de publiciteit wil, onderschrijft de toename van gezondheidsklachten. De overheid die met de ontwikkelaar betoogde dat het allemaal reuze meeviel, is het mikpunt van kritiek.

Wethouder Roeland van der Schaaf (PvdA) zegt niet te weten hoe je het draagvlak voor wind- en zonneparken vergroot. De wethouder vindt dat de gemeente haar best heeft gedaan. Hij erkent dat de gang van zaken een hypotheek legt op het vervolg van de besprekingen met de inwoners. Zijn conclusie: we zullen het op een betere manier moeten doen. We moeten hiervan leren.

Onderdeel van het verplichte nummer is de wijze waarop Van der Schaaf woensdag in de raad plichtmatig de hand in eigen boezem stak. Maar wat is dat waard als bestuurders te laf en te lui zijn om niet vroegtijdig maar achteraf indringend met mensen te spreken over de locatiekeuze, de impact, compensatie en hun eventuele deelname aan het energieproject? Niets.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen