Mattias Gijsbertsen (GroenLinks) stopt als wethouder in Groningen en wordt directeur van het overheidsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’.

Oud-wethouder Mattias Gijsbertsen blikt terug op zijn jaren in Groningen: 'Dat we een scheurtje gemaakt hebben in het systeem, vind ik mooi'

Mattias Gijsbertsen (GroenLinks) stopt als wethouder in Groningen en wordt directeur van het overheidsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Foto Corné Sparidaens

Mattias Gijsbertsen dacht in Groningen te komen studeren en daarna snel weer te vertrekken. Hij bleef, belandde in de politiek en stortte zich vol overgave op de complexe sociale problemen van de stad. „Het systeem tilt mensen niet op, maar laat ze wegzinken.”

Toen Mattias Gijsbertsen 17 jaar was en eerstejaarsstudent geschiedenis, leek het hem wel wat om iets met politiek te gaan doen. Hij pakte dat aan zoals veel mensen van 17 doen: hij zocht de actuele standpunten op van partijen die hem aanspraken, keek waarmee hij het bovengemiddeld eens was, en belandde zo bij de Partij van de Arbeid.

Dat werd wat je noemt een sof.

Veertien jaar actief in de Groningse politiek

„Ik vond het helemaal niks en daar was ik ook heel snel achter”, vertelt Gijsbertsen, een lange man van inmiddels 35 met jongensachtige, donkerblonde kuif en hemelsblauwe ogen. Hij is net geen wethouder meer namens GroenLinks; de partij die hij probeerde na de blauwe maandag PvdA. Daar vond hij wat hij eigenlijk had gezocht: geen mensen met dezelfde standpunten, maar met dezelfde kijk op de wereld. Daar werd het wél wat. Of, met zijn eigen woorden: „Dat liep heel snel uit de hand’.

Veertien jaar was Gijsbertsen actief in de Groningse politiek. Hij werd in 2006 gemeenteraadslid, in 2014 wethouder, hij stond als formateur aan de basis van het huidige Groningse college en bekleedde ook daarin een wethouderspositie. Nu heeft hij het college verruild voor een baan als directeur van het overheidsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’, en daarmee Groningen voor Den Haag.

‘Geweld hoort nergens thuis’: tegen huiselijk geweld en kindermishandeling

„In mijn jeugd verhuisde ik voortdurend omdat mijn vader predikant was”, zegt Gijsbertsen. Van ‘s Gravendeel bij Dordrecht naar Zoetermeer, toen van Zoetermeer naar Kampen. „En voor de studie ging ik naar Groningen. Ik had altijd ergens in mijn achterhoofd dat ik daarna waarschijnlijk wel naar het westen zou gaan. Maar ja”, met een glimlach, „toen greep Groningen me natuurlijk, hè?”

Zich losmaken uit de omarming van de stad vond hij niet gemakkelijk, maar Gijsbertsen moest wel. ‘Geweld hoort nergens thuis’ was te mooi om voorbij te laten gaan. Het landelijke programma streeft ernaar om kindermishandeling en huiselijk geweld te verminderen en eerder te kunnen ingrijpen in onveilige situaties.

Zijn hele wethouderschap ging over thema’s zoals kindermishandeling en huiselijk geweld, maar ook armoede, bijstand, de Wet maatschappelijke ondersteuning, volksgezondheid: de sociale portefeuille. Geen onderwerpen waar doorgaans om gevochten wordt, als stadsbestuurders de taken verdelen. Maar Gijsbertsen wilde ze per se hebben.

Soepeler regime in de bijstand

„Veel politici willen graag iets als verkeer of ruimtelijke ordening, want dat kun je zíén, hè?” Schalks: „Leg je een weg aan of zet je een gebouw neer, en dan kun je door de stad lopen en zeggen: kijk, daar ben ik allemaal bij betrokken geweest. Leuk hoor, maar ik heb dat zelf meer met verhalen. De berichten die ik krijg nu ik wegga, van mensen voor wie ik iets heb betekend, daar kan ik prima op teren.”

Het zijn veelal mensen die op de een of andere manier in de financiële problemen terecht waren gekomen, maar daar ook weer uit wisten te klauteren. Dankzij beleid van Gijsbertsen.

In 2017 begon hij een proef met Bijstand Op Maat. Voor enkele honderden Groningers met een uitkering ging een soepeler regime gelden; zo mocht één groep meer bijverdienen naast de bijstand, werd een andere vrijgesteld van de sollicitatieverplichting en voor een derde groep kwam er meer begeleiding. Het uitgangspunt veranderde van ‘wat mag jij en wat niet’ in ‘wat heb jij nodig om weer op eigen benen te kunnen staan?’

‘Groningse’ benadering krijgt overal navolging

„Ik wil dat mensen gezien worden in hun eigen situatie en met hun eigen perspectief”, zegt Gijsbertsen, „en dat ze regie ervaren over hun eigen leven. Maar onze overheid en instellingen werken niet zo. De systemen, de regels, de hele manier van denken is gebaseerd op wantrouwen.”

Gijsbertsen zit een beetje naar voren in zijn stoel, zo nu en dan slaan zijn druk gesticulerende handen op het glimmende tafelblad. „De bedoeling van Bijstand Op Maat, maar ook van al onze andere sociale projecten, was om een scheurtje te maken in dat ongelooflijk weerbarstige regelsysteem. Want dat systeem tilt mensen met een probleem niet op, maar laat ze alleen maar verder wegzinken.”

In Den Haag waren ze aanvankelijk bepaald niet enthousiast over Gijsbertsen en z’n ideeën. Het heeft een fikse lobby gekost voor Groningen inderdaad samen met drie andere gemeenten mocht gaan experimenteren met de bijstandsregels. In de jaren na 2017 kreeg de benadering in de ene gemeente na de andere navolging. Het scheurtje was er. „Dat is wel iets belangrijks dat ik vasthoud van de afgelopen jaren.”

‘Je moet je nek uitsteken voor de lange termijn’

Voor Gijsbertsen is het bewijs dat een politicus moet pionieren. „Je moet niet denken: ik ben een passant en bij de volgende verkiezingen wil ik iets leuks kunnen laten zien in de krant, maar je moet je nek uitsteken voor de lange termijn. Anders kom je nergens. Maar dat kan twee kanten opgaan. Als iets je lukt, ben je een geweldige held. En als het niet lukt, wil iedereen weten wie dít nou in vredesnaam verzonnen heeft.”

Ongeveer zo klonk de maatschappelijke verontwaardiging toen een grootscheeps Gronings project voor geothermie al mislukt bleek voor het goed en wel was begonnen. De gemeente, met Gijsbertsen als verantwoordelijke wethouder, gaf in 2014 groen licht voor de exploitatie van heetwaterbronnen nabij de Zernike Campus. Projectorganisatie WarmteStad zou er duurzame warmte mee kunnen leveren aan zo’n 12.000 huishoudens in Paddepoel en Selwerd.

Maar drie jaar later moest de gemeente het hele project staken, na forse kritiek van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). De landelijke toezichthouder waarschuwde voor aardbevingen als gevolg van de aardwarmtewinning, en trok de deskundigheid van WarmteStad in twijfel.

Stekker uit geothermie: ‘Ik vergeet de krantenkoppen nooit meer’

„We liepen zo voorop met het project, dat op een bepaald moment de landelijke spelregels als het ware tijdens het spel veranderden”, blikt Gijsbertsen terug. De waarschuwingen die SodM pas uitte toen WarmteStad al volop met het voorbereidende werk bezig was, kwamen daardoor als een verrassing. „Die veranderende context hebben we niet genoeg zien aankomen.”

Het was een moeilijke tijd, zegt hij. „Ik vergeet de krantenkoppen nooit meer. ‘Stad riskeerde aardbevingen’; dat was absoluut niet zo, de veiligheid is nooit in het geding geweest. En ik trok het me zelf erg aan. Als ik iets doe, wil ik het goed doen, ik ben geen bestuurder die zo nu en dan eens komt kijken hoe het gaat. Dus in de allereerste periode vroeg ik me ook af: wat heb ik hier nou gemist?”

Er kwam, op verzoek van de gemeenteraad, een onderzoek naar het verloop van het geothermieproject. Het eindoordeel was genuanceerd. Ja, de gemeente had alerter kunnen zijn - maar grove fouten zijn er niet gemaakt en SodM drukte zich ook niet altijd even duidelijk uit.

Kindermishandeling: iedereen is tegen, toch blijft het bestaan

„Toch ben ik nog steeds trots dat we als Groningen hebben gezegd: we moeten naar een andere wereld en we moeten van dat gas af”, merkt Gijsbertsen op. „Dat we destijds gewoon zijn begonnen, heeft ertoe geleid dat er nu een warmtenet wordt aangelegd met duurzame energie.”

Dat het op de lange termijn beter wordt, dat vindt hij belangrijker dan quick wins. „ Het is gek, ik ben best een ongeduldig type, maar van grote, fundamentele veranderingen kan ik heel goed accepteren dat ze lang duren. Ik geloof ook niet zo in revoluties, maar in stap voor stap. En met de stappen kan ik dan tevreden zijn.”

Een handige eigenschap voor iemand met de schone taak om een einde te maken aan kindermishandeling en huiselijk geweld. Want hoe begin je daaraan? „Ik worstel er zelf ook wel wat mee”, bekent hij. „Het rare van kindermishandeling is dat het heel moeilijk is om op de agenda te houden, terwijl eigenlijk iedereen er tegen is. Ook ouders die hun kinderen als het ware uit onmacht niet kunnen geven wat ze nodig hebben, doen dat niet opzettelijk. Niemand wil het.”

‘Dit programma kan echt het verschil maken’

Toch is het moeilijk om het onderwerp aan te pakken, heeft Gijsbertsen gemerkt. „Dat heeft ermee te maken dat we liever niet praten over opvoedingsvraagstukken. En bestuurlijk is vaak niet duidelijk wie er iets aan moet doen. Bij een verkeersprobleem weten we precies of het van de provincie is of van de gemeente. Bij kindermishandeling doet iedereen een stukje en het komt maar niet samen.”

Precies dat moet ‘Geweld hoort nergens thuis’ eindelijk gaan oplossen. Het programma kent drie opdrachtgevers: de ministeries van volksgezondheid en justitie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Projectleiders zitten niet alleen in Den Haag, maar in alle regio’s. Er zijn specialisten betrokken van zorg en onderwijs tot politie en justitie.

„Die structuur maakt het sterk”, denkt Gijsbertsen. „En de toewijding van de mensen die meewerken is heel groot. Daarom kan ik me hier echt aan verbinden. Natuurlijk, het blijft een complex probleem en een zaak van lange adem. Je lost huiselijk geweld niet in een paar jaar op. Maar we hebben hier echt iets staan dat het verschil kan maken voor huiselijk geweld.” Korte pauze, kleine glimlach: „Dat hoop ik.”

menu