Oude Surinaamse belevenissen in Veenkoloniaal Museum

Museumdirecteur Hendrik Hachmer met het boekje van de 19de eeuwse dominee Willem Boekhoudt. Foto: Harry Tielman

Een klein, smoezelig boekje ligt ten grondslag aan een tentoonstelling over de wonderbaarlijke Surinaamse belevenissen van de Winschoter predikant Willem Boekhoudt. Hij was onder de indruk van ‘het schonen land’ dat hem zeer had bekoord, maar ook geschokt door de gruwelijke uitwassen van de slavernij.

Trekt het avontuur, gaat hij uit zendingsdrift of is het een combinatie van beiden? Willem Boekhoudt is pas 22 als hij Groningen verlaat en op 4 april 1845 aan boord stapt van fregatschip Catharina dat vanuit Amsterdam naar Suriname zeilt. Hij is er benoemd als ‘evangeliedienaar’ voor zowel de hervormde gemeente als de Lutherse gemeente in Paramaribo. Hij zal er tot 1849 blijven. Vier jaren die hem tekenen voor het leven. Boekhoudt reist, observeert en beschrijft de volken, talen en culturen en wordt verliefd op het land. Als eerste blanke predikant preekt hij in het Nengri Tongo, een inheemse creoolse taal.

Suriname-kenner

In 1849 wordt Boekhoudt in Scheemda aangesteld als predikant, maar zijn Surinaamse avontuur laat hem niet los. In 1874 verschijnt zijn boek Uit mijn verleden, bijdrage tot de kennis van Suriname . Zijn studie wordt een bron voor wetenschappelijk onderzoek over het Suriname van de 19de eeuw. Als Suriname-kenner is hij tot zijn overlijden in 1894 een graag geziene gast bij zeemanscollege’s en Nutverenigingen. ,,Sedert mijn terugkomst in het Vaderland was ik gewoon veel met mijne gedachten te vertoeven in het schonen land, dat mij zoo zeer had bekoord en tevens zoo gastvrij had geherbergd, en niet zelden gaf ik hiervan in gezellige kringen sprekend getuigenis’’, laat de predikant optekenen. Na zijn dood raakt hij vergeten.

Tot 2016. Medewerkers van het Veenkoloniaal Museum verhuizen intern de museumbibliotheek. Niet alle boeken kunnen blijven, zegt museumdirecteur Hendrik Hachmer. ,,We houden alleen boeken die betrekking hebben op de Groninger en Drentse Veenkoloniën, Westerwolde en een deel van het aangrenzend Oldambt. Boeken die niet in de collectie passen gaan na een nauwkeurige selectie naar de Groninger Archieven of de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.’’

Toeval

Haast bij toeval valt het oog op een onooglijk boekje met een smoezelig kaft. ,,Het stelt niks voor. Een beduimeld exemplaar. Maar met een nieuwsgierig makende titel. Uit mijn verleden, bijdrage tot de kennis van Suriname , door W. Boekhoudt, predikant te Winschoten. In 1874 gedrukt bij Van der Veen te Winschoten’’, stelt Hachmer.

Wanneer het verschijnt is de slavernij afgeschaft. In het boek is het een groot thema. Boekhoudt is zelf ook niet vrij van vooroordelen. ‘De eerste aanblik van den neger boezemde mij angst in. Dat domme en dierlijke wat het gelaat van den Afrikaan kenmerkt is waarlijk niet in staat den Europeeër voor hem in te nemen.’ Maar hij gruwt van de wreedheden van de slavernij. Zo schrijft hij: ,,Zwijgend denk ik aan de Justitieplaats aan de landzijde der stad Paramaribo, waar ook de doodstraf wordt voltrokken. Een binnenplaats met ijzingwekkende toestellen, zoals den Spaanse bok waar slaven, jong en oud, man of vrouw werden gefolterd, aan de strafpaal werden opgehesen en onbarmhartig met stokslagen en zweepslagen werden toegetakeld en in de meest beklaaglijkste toestand huiswaarts keerden onder de Nederlandse driekleur, die trots wapperde in de Surinaamse wind.’’

,,Nog staat mij op het netvlies hoe ik hoogst vriendelijk door een plantage-eigenaar werd ontvangen en in de morgen wakker werd van een luid sissend en snerpend geluid en ik, toen ik de luiken opende, zag dat een jonge negerin door dezelfde familie was opgehangen aan een boom en jammerende onder de zweepslagen die hare lendenen kerfden door twee Bastiaans (negerofficieren) werden toegebracht. Mijn vriendelijke gastheer van de avond ervoor stond nu vloekende en met de zwaarste bedreigingen de Bastiaans tot meer wreedheid aan te sporen. Afschuwelijk was het mij en met sidderende handen sloot ik de luiken. Bij het ontbijt was mijn gastheer weer minnelijk en gastvrij als ware er niets voorgevallen.’’

Boeroes

Op een van zijn tochten komt hij ook nazaten van Groningers tegen, boeroes, die vol optimisme naar Suriname waren getrokken om daar moerassen te ontginnen en zich in de landbouw te bekwamen. ,,Tijdens een van mijne reizen trof ik, toen ik een tocht maakte langs de Saramacca en Coppename, in de buurt van de voorpost Groningen een kolonie ongelukkige noorderlingen aan. Tot mijn verbazing is één van hen mijn oude leermeester uit Steendam, dominee Van den Brandhoff. Het is een ongelukkig oord, diep in verval waar de dood heeft rondgewaard.’’ Het Surinaamse klimaat bleek niets voor de Groningers. En toch, als zijn boek verschijnt roept hij juist de Groningers op naar Suriname te gaan. Om daar een nieuw bestaan op te bouwen. ‘Door de afschaffing van de slavernij is er immers werk genoeg.’

Boekhoudt die op 8 juni 1822 in de Stad wordt geboren, blijft zijn hele werkzame leven in Groningen. Hij predikt in de Stad, Krewerd, Delfzijl en Winschoten waar hij 22 november 1894 overlijdt. Suriname blijft altijd in zijn gedachten. ,,Behouden betrad ik in 1849 weer den dierbaren Vaderlandschen grond en dankte vurig God, die mij niet slechts gespaard, maar boven bidden en verdienste eindeloos veel had doen ervaren en genieten beide!’’

Tentoonstelling en boek

De expositie De wonderlijke Surinaamse belevenissen van de Winschoter predikant Boekhoudt in het Veenkoloniaal Museum wordt zaterdagmiddag geopend in aanwezigheid van de Surinaamse kunstenaar Rudi Pinas wiens werk wordt tentoongesteld. Het boekje is ook te vinden op www.dbnl.org (digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren).

menu