Pieter Sijpersma en Hans Wiegel aan tafel met de biogafie.

Pieter Sijpersma uit Groningen publiceert biografie over Hans Wiegel: 'De beste premier die Nederland nooit gehad heeft'

Pieter Sijpersma en Hans Wiegel aan tafel met de biogafie. Foto: Niels Westra

Hoe een zoon van een Amsterdamse meubelmaker het schopte tot een van de meest besproken politici van Nederland. Hans Wiegel – De biografie is een lijvig boekwerk. Auteur Pieter Sijpersma deed er zeven jaar over. Hij moest opschieten, grapte Wiegel vorig jaar nadat een herseninfarct hem trof.

Hans Wiegel stiefelt door de achterdeur naar zijn boothuis in Oudega (SWF), door zoon Eric spottend ‘het mausoleum’ genoemd. Naast de deur hangt de Sneker Pan uit 1994. Binnen opent zich een bibliotheekkamer uit de jaren 50. Alles ademt sigaren.

Aan de muur hangen foto’s van de Britse staatsman Churchill, van VVD-kopstuk Harm van Riel, een spotprent van Opland – gepubliceerd ter ere van zijn eerste huwelijk. Een handgeschreven bedankkaart van koningin Beatrix en prins Claus bij zijn afscheid als commissaris der Koningin van Friesland. Er staat een leren fauteuil, een eikenhouten bureau en meterslange eiken boekenkasten, gemaakt door Wiegels vader, meubelmaker van professie.

Het is precies dit wat biograaf Pieter Sijpersma dreef. Hoe kon het dat een zoon van een eenvoudige Amsterdamse meubelmaker een van de meest besproken politici van Nederland werd?

Sijpersma troeft de concurrentie af met een 'Wiegeliaanse' truc

Sijpersma was in de jaren 80 ‘statenverslaggever’ – de journalist in het provinciehuis in Leeuwarden– van de Leeuwarder Courant . Daar kwam hij in contact met de VVD-mastodont, die iedere keer dat hij zich manifesteerde in de landelijke politiek een schokgolf teweegbracht. Wiegel wond journalisten om zijn vinger. Hij hield van het politieke spel. Hij was op het podium ongeëvenaard. Wiegel was ‘de beste premier die Nederland nooit heeft gehad’.

Sijpersma wilde meer weten. Wie was deze man die door diepe dalen ging, tweemaal zijn vrouw verloor en ondanks alles overeind bleef? Iedereen kende de politicus, slechts weinigen kenden de mens. ,,Ik kon hem niet doorgronden.”

Het onderwerp zelf hield de boot af. Er lagen meer kapers op de kust, onder wie Jan Tromp, de vermaarde journalist van de Volkskrant . Met een Wiegeliaanse truc wurmde Sijpersma zich naar voren. Hij ging op de koffie bij Wiegels beste vriend, makelaar Folkert Popma in Leeuwarden, en pochte dat hij met Wiegels biografie was begonnen.

loading  

Een paar dagen later ging de telefoon. Het was Hans Wiegel. Ze moesten maar eens praten.

Er volgden dertig gesprekken. Het schrijven nam zeven jaar in beslag. Sijpersma moest opschieten, grapte Wiegel vorig jaar nadat een zwaar herseninfarct hem had getroffen. Nu ligt er een boek van 784 pagina’s dik: Hans Wiegel. De biografie .

Wiegel, de onderhandelaar

Ze gaan door het leven als de 3H’s ; het trio dat de VVD groot maakte in de Nederlandse politiek. Het zijn Hans Wiegel, Harm van Riel en Haya van Someren. Van Riel was Wiegels mentor. Van Someren, een voormalig journaliste, brengt Wiegel in de politiek en leert hoe belangrijk het is om een goed contact te hebben met de media.

Wiegel staat bekend om zijn kordate manier van onderhandelen. De bodem wordt gelegd in zijn jeugdjaren; vader Wilhelm is een Amsterdamse meubelmaker die zich de kaas niet van het brood laat eten.

Tekenend in het boek is de anekdote over Wilhelm die zich met zoon Hans aan zijn zijde meldt voor een timmerklus bij Maurits Maup Caransa, de rijke vastgoedhandelaar en hotelier:

Wilhelm Wiegel kent Caransa wel: hij zal niet veel aan het karwei voor de hotelmagnaat verdienen. Daarom heeft hij in de offerte de leverantie van tapijt en gordijnen toegevoegd. Daar kan hij voldoende marge mee maken.

Het gesprek vindt plaats in Caransa’s kantoor aan de Herengracht. Caransa heeft de opzet in de offerte doorzien en zegt: ‘Wiegel, ik zal het je gemakkelijk maken. Jij levert de bar en ikzelf doe het tapijt en de gordijnen wel.’

Waarop vader Wiegel antwoordt: ‘Dat is heel goed, meneer Caransa. En als het klaar is, kom ik met mijn familie bij u eten in het hotel en dan nemen we onze eigen spinazie mee.’ Caransa schiet in de lach en zegt: ‘Ach. Nou, lever alles maar.’

Van elitair naar volkspartij

De mist klaart op in Oudega. Wiegel snijdt appeltaart. Biograaf Pieter Sijpersma vertelt over dat eerste begin. ,,Voor mij was het een raadsel hoe een zoon van een meubelmaker het lef had om zó jong voor een VVD-partijvergadering het spreekgestoelte te beklimmen en daar een toespraak te houden die zó link in elkaar zat. Ongelooflijk.’’

Door het ontrafelen van onbekende jeugdjaren zag hij puzzelstukjes op hun plek vallen. ,,Het was ambitie en wilskracht. Pure wilskracht. Hij heeft zichzelf over zijn verlegenheid heen gezet. En het lukte.’’

Wiegel: ,,Ik wilde van die elitaire partij een echte volkspartij maken. Dát was wat ik wilde. En dat is gelukt.’’

loading  

Feiten uit Wiegels jeugd zijn volgens Sijpersma veelzeggend. De Wiegels waren volks, gezellig en vrolijk. Opa van moederskant was een man met streepjesbroek en bolhoed. Van hem erfde Wiegel zijn gevoel voor decorum.

De jonge Hans leert bij zijn grootouders kaarten. Hij blijft er een meester in. De formatie van het beroemde kabinet-Van Agt-Wiegel (1977-1981), dat van die iconische kaarslichtfoto in Le Bistroquet, is in een paar uur gepiept.

loading  

Van Agts aarzeling lost op als Wiegel meteen zijn kaarten op tafel legt. ‘We kunnen uitgaan van een kabinet van zestien ministers. Dries heeft 49 Kamerzetels, ik heb er 28. En we hebben een professor in ons midden. Die is niet voor niks professor. Kan die niet uitrekenen of 10-6 een redelijke verhouding is?’

Prompt keert de informateur zijn doos met gepoederde bolknakken van Agio om en begint te cijferen. De beide partijen beschikken samen over 77 van de 150 zetels. Dat levert bij zestien ministers de volgende verdeling op:

CDA: 49/77 x 16 = 10,18

VVD: 28/77 x 16 = 5,8

Dus inderdaad: een verdeling van tien-zes. Van Agt is perplex: dat het zo gemakkelijk kan! Doen? vraagt Wiegel. Ja, ja, maar doen, zegt de verblufte Van Agt.

Een soortgelijke truc haalt Wiegel vele jaren later uit als commissaris der Koningin van Friesland tijdens het beroemde Herenakkoord van 1987. Hij en collega Henk Vonhoff moeten onderwijs- en cultuurinstellingen verdelen tussen Friesland en Groningen. Ze gooien alles in één mand en pakken er om beurten iets uit. Zonder tussenkomst van Gedeputeerde Staten.

Het waren appels en peren, niet met elkaar te vergelijken, maar toch (...) in één mand gegooid. Als we het niet hadden gedaan, was er niks van terechtgekomen.

Verlegen en huiselijk

Hans Wiegel ziet feilloos waar de camera’s draaien. Hij weet wat de mensen willen horen. Als 29-jarige fractievoorzitter van de VVD wordt hij onthaald als een man ‘met de wijsheid van een 55-jarige’.

Achter al die poses schuilt een heel verlegen, huiselijk mens. Als kind is hij introvert. Zijn jongere broertje eist thuis alle aandacht op. Wiegel leert te kijken. Hij neemt de wereld in zich op. Als zijn ouders van Amsterdam naar Laren verhuizen voelt hij zich een vreemde eend in de bijt. Hij past niet tussen de Gooise kak.

Zijn scherpe inzicht houdt hem staande. De biograaf spreekt van wilskracht. De Amsterdamse opvoeding bezorgt Wiegel bovendien een fijne neus voor de zorgen van de gewone man. ‘De mensen in het land’, ‘De kiezer is niet dom’, ‘De krant lezen en eropuit’ – het is typisch Wiegeliaans.

In zijn tijd als oppositieleider trekt hij fel van leer. Hij wordt soms overmoedig en draaft door. Dat leidt tot conflicten binnen de VVD; volgens Henk Vonhoff prijst de VVD zichzelf uit de markt.

Wiegel maakt naam (tegen Joop den Uyl: ‘Sinterklaas bestaat en hij staat daar!’) maar hij noemt het zelf achteraf ,,geen leuke tijd’’. ,,De oppositie bereikt niks. Ik was blij dat verkiezingen in zicht kwamen. Maar dan moet je doorzetten en ervoor zorgen dat je in debatten zo opereert dat er in ieder geval genoten kan worden.’’

Achter het schild van die, zoals de media dan bijtend schrijven, ‘volksmenner’ en ‘standwerker van de middle class ’ zit een genuanceerd persoon. Dat blijkt pas als Wiegel minister wordt. Dan krijgt een andere kant de overhand: die van een gematigd man, die harmonisch is ingesteld en gelooft dat iedereen wel een beetje gelijk heeft.

Vrijage met Baudet

Wiegel houdt zijn leven lang een zwak voor dwarsliggers en mensen met flair. Vandaar ook zijn recente vrijage met Thierry Baudet. Hij mag graag mensen op de kast jagen; het levert aandacht op en Wiegel is gek op aandacht. Aandacht en invloed. Géén macht.

Bij onderhandelen kunnen grapjes de stemming breken. ,,En drank’’, mompelt Sijpersma. Van gemopper is nog nooit iemand beter geworden. Wiegel ziet dat al in 1968 als hij zich als jonge secretaris van het Liberaal Beraad moet buigen over het taaie onderwerp bestuurlijke vernieuwing.

Er wordt volgens Wiegel te veel geklaagd over en in de politiek. Zijn recept is de spreekwoordelijke korrel zout. ‘Een beetje meer relativeren in de politiek, bereid zijn naar anderen te luisteren en af en toe ook eens om jezelf kunnen lachen, zonder de ernst van de zaken waar het in de samenleving om gaat te vergeten, zou een bijdrage tot politieke vernieuwing zijn, waar we wat aan zouden kunnen hebben.’

Op zijn 36ste wordt hij in 1977 minister van Binnenlandse Zaken. Dat is jong, heel erg jong. Natuurlijk breekt het zweet hem weleens uit, maar Wiegel houdt vast aan het adagium van oud-premier Jelle Zijlstra: ontspannen zijn, dan lukt alles.

In het boek wordt uw ministerschap genoemd als de tijd waarop u het meest trots bent. U had moeilijke dossiers. De herziening van de Grondwet, herschikking van de provincies.

Wiegel: ,,Uiteindelijk heb ik nooit harder gewerkt dan toen. Ik vond de Grondwet het mooist. Heel moeilijk, maar mooi. De debatten daarover verliepen heel hoffelijk. Het grootste probleem was dat mijn geachte ambtsvoorganger had bedacht dat er 24 provincies moesten komen.’’

,,Op enig moment moest ik bij koningin Juliana komen. Zij riep (Wiegel zet zijn stem vijf octaven hoger): ‘Mijn-heer Wiegel, wat móet ik met al die provincies!?’ Toen zei ik: ‘Majesteit, ik weet het ook niet’. Die arme Elco Brinkman had als hoogste ambtenaar alle stukken voorbereid. Hij moest de leiding nemen om alles weer terug te draaien. Dat is verder keurig gegaan hoor, behalve dat Flevoland erbij is gekomen. Dat vond ik onzin.’’

Nog steeds?

,,Natuurlijk. Dat stukkie had toch mooi bij Overijssel gekund? Of bij Friesland. Toen ik commissaris was kreeg ik Urk op bezoek. Die Urkers wilden wel naar Friesland.’’

Zoals Jelle Zijlstra u dus ooit schreef: ontspannen zijn. Dan lukt alles.

,,Je hoeft als minister heus niet alle stukken te lezen. Als je maar weet wat noodzakelijk is. Zo deed ik dat ook toen ik commissaris was. Toen kreeg ik iedere week van die heel dikke pakken papier van Gedeputeerde Staten. Dan zei ik tegen Dieuwke de Graaff, die was van het CDA en heel serieus: ‘Op bladzijde 153 staat iets dat niet klopt, Dieuwke! Dan was zij heel verschrikt. Maar wat er natuurlijk gebeurde; zij dacht, en al die gedeputeerden met haar: die man leest alles!’’

Die Statenvergaderingen aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden konden trouwens oeverloos lang duren en Wiegel zet met een harde plof zijn kopje op tafel. ,,De bode kwam dan om half vijf met een glas en zei: ‘Commissaris, uw appelsap!’ En dan kwam de whisky binnen. Ik weet niet of ze ooit geweten hebben dat het whisky was.’’

Sijpersma: ,,Er gingen vermoedens.’’

Het orakel uit Leeuwarden

Als commissaris van de koningin komt hij bekend te staan als het Orakel uit Leeuwarden . Wiegel koketteert met een terugkeer naar Den Haag. Hij blijkt een meester in het schimmenspel. In 1986 gaat het mis. Wiegel overweegt om terug te keren als minister van Binnenlandse Zaken. De Friese Staten zijn woest.

De wrevel en achterdocht barsten door het fineer van de Friese beleefdheid heen wanneer Wiegel in 1986 nadenkt over het verzoek minister Rietkerk op te volgen, die op 20 februari plotseling in het harnas is gestorven.

De Staten van Friesland reageren als een vrouw die haar man van overspeligheid verdenkt – in ieder geval sjanst hij te veel. En net als in de liefde eisen de Staten duidelijkheid. Het wordt hem in ronde termen verteld: Wiegel moet kiezen. Hij moet ja of nee zeggen. Van een tijdelijk ministerschap kan geen sprake zijn. Als hij gaat, hoeft hij niet terug te komen.

Het was Ed Nijpels die dit nieuws voortijdig bekendmaakte. Was dat een misrekening?

,,Dat is toen niet goed gegaan’’, erkent Wiegel nu. ,,Het werd onverstandigerwijze naar buiten gebracht zonder dat ik had kunnen praten met Gedeputeerde Staten.’’

loading  

,,Maar hoor eens. Je had vroeger Herman Witte. Die werd burgemeester in Eindhoven. Witte is in het kabinet-Zijlstra (een kort overgangskabinet van november 1966 tot februari 1967, red.) minister geworden voor drie maanden. Intussen werd Eindhoven gewoon voor hem vrijgehouden. Dat vond ik een goede procedure. Dát wilde ik. Tijdelijk. En dan terug.’’

U blééf het idee van een terugkeer cultiveren.

,,Ik had er ook een ander doel bij. Zolang ze in Den Haag dachten dat ik misschien terugkwam, kreeg ik als commissaris van Friesland eerder mijn zin. Je krijgt dan toch meer gedaan. Het is anders als ze denken: die vent is opgehoepeld.’’

Wiegel blijft commissaris, tot 1994. In 1999 luidt hij als senator tijdens de befaamde Nacht van Wiegel het einde in van het tweede Paarse kabinet wanneer hij als enige VVD’er tegen de referendumwet stemt.

Frits Bolkestein vindt dat Wiegel op een gluiperige manier iedereen een loer heeft gedraaid. Van Loek Hermans mag de VVD Wiegels erelidmaatschap wel intrekken. (…) De JOVD stelt zich vierkant op achter haar erevoorzitter. Triest dat anderen onder druk overstag zijn gegaan, aldus de jonge liberalen. Hans Wiegel was de enige met ruggengraat.

Diepe wonden

Twee maal verliest Hans Wiegel zijn vrouw. Dat slaat diepe wonden. Tijdens de reconstructie voor de biografie blijkt hij na het fatale auto-ongeluk van zijn eerste vrouw Jacqueline, op 6 november 1980, complete perioden uit zijn hoofd te hebben gewist.

Verschillende geïnterviewden, en ook Hans Wiegel zelf, menen dat hij weken niet meer in Den Haag is verschenen; hij zou pas in januari voor het eerst weer in de Tweede Kamer zijn geweest. Die herinnering is bedrieglijk. De kabinetsnotulen maken duidelijk dat Wiegel in de hele maand november in de ministerraad ontbreekt. (…) Op donderdag 27 november is minister Wiegel terug in de Kamer, waar hij vragen van Maarten Engwirda van D66 beantwoordt. Wiegel is de kalmte zelf en maakt zelfs kleine grapjes.

Zijn kinderen Eric en Marieke en de twee kleinkinderen zijn voor Wiegel degenen om wie het leven draait.

Hoe graag hij ook in de belangstelling staat, Wiegel hecht het meest aan ouderwetse gezelligheid in kleine kring. Tweemaal heeft hij de vrouw verloren van wie hij hield. Toch heeft hij steeds gezegd dat hij een mooi leven heeft gehad, groot geluk heeft gekend. Hans Wiegel kan hard zijn voor zichzelf. Dat heeft hem die beide keren overeind gehouden.

Geheim gesprek

Iedere biograaf hoopt op een historische onthulling. Sijpersma stuitte tijdens zijn spitwerk op een geheim keukentafelgesprek in Amsterdam tussen Dries van Agt en Ruud Lubbers, waar beide KVP’ers zwoeren dat er na de verkiezingen van 1977 geen tweede kabinet-Den Uyl mocht komen. Ten tijde van hun afspraak waren ze allebei minister onder Den Uyl.

De formatie die volgde duurde vele maanden. Wat de informateur ook probeerde met welke latere CDA-vleugel, het lukte niet, ook omdat er binnen Den Uyls PvdA op iedere slak zout werd gelegd. Uiteindelijk gingen Van Agt en Wiegel er in een paar uur samen met de buit vandoor. Zo ontstond het kabinet-Van Agt-Wiegel. Een kabinet met de VVD en zonder Den Uyl.

De grootste vraag die boven de markt hing: wilde Wiegel na zijn vertrek naar Friesland écht terug naar de Haagse politiek? Of speelde hij slechts een spel?

Sijpersma: ,,Hij wilde wel, maar hij heeft op cruciale momenten geaarzeld of besloten om het niet te doen. Misschien heeft hij zichzelf ook wel een beetje verkeken. Het voorbeeld was professor Oud. Die kwam ook terug. Maar Oud kwam terug als de grote man, als partijleider.’’

,,Het moment waarop het het beste kon was het moment dat Bolkestein bij de VVD net was aangetreden. Bolkestein ging voor niemand aan de kant. Als Wiegel toen had gezegd: ik kom terug, ik laat Bolkestein de boel aanvoeren en ik word zelf minister, dan was het misschien gelukt. Dan was hij teruggekomen. Maar dat is speculeren.’’

Wiegel veert op.

U bent de enige die het antwoord weet.

,,Jazeker, daar wil ik best wat op zeggen. Kijk, tweede man onder Bolkestein, of überhaupt tweede man, daar was ik absoluut tegen. Nóóit had ik dat gedaan. Dat is één. Twee: ik had Friesland iets beloofd. Ik had gezegd: ik blijf hier twaalf jaar commissaris. Dus dan ga ik niet weg.’’

Hoe is het afgelopen tussen u en Bolkestein?

,,We zijn geen vrienden maar ik heb groot respect voor wat hij heeft gedaan. Er kan er maar één nummer 1 zijn. En het was inmiddels in de tijd zo laat dat Bolkestein terecht zei: ik zit hier en ik blijf hier zitten.’’

Spijt?

,,Zo zit ik niet in elkaar. Dit is de lijn en zo is het.’’

Maar u vond het wel leuk om af en toe een beetje …

,,... rotzooi te schoppen? Dat woord zou ik zelf niet gebruiken. Maar als ik word gevraagd om ergens in een zaaltje een verhaal te houden, dan moet het ook een goed verhaal zijn, nietwaar?’’

Sijpersma begint over die historische avond in Bleiswijk. Hij was er bij. Het was maandag 4 september 1989 en de VVD hield haar slotmanifestatie in de bloemenveiling. Het Orakel uit Leeuwarden kwam spreken.

De avond bracht 6500 mensen op de been. De VVD stond er matig voor en het gonsde: Hans Wiegel zou zijn comeback aankondigen. Sijpersma wist niet wat hij zag. ,, De Telegraaf was er met een man of acht. Voor het eerst zag ik iemand met een mobiele telefoon: Kees Lunshoff van De Telegraaf .’’

Wiegels chauffeur Sietse Dijkstra had hem vooraf de toespraak in de handen gedrukt. Sijpersma wist dus dat er van een comeback geen sprake zou zijn. ,,Wiegel werd in Bleiswijk op het schild gehesen. Hij kreeg meer applaus dan lijsttrekker Voorhoeve. En wat deed-ie op het eind? Het was bijna zielig voor Voorhoeve. Hij tilde de arm van de lijsttrekker omhoog en ik zág het gebeuren: de grote teleurstelling van het publiek. De zaal liep leeg. Nog voordat Voorhoeve zijn slotwoord had uitgesproken.’’

En Wiegel voelde feilloos aan wat hij had teweeggebracht.

Sijpersma: ,,Jazeker.’’

Wiegel, vrolijk: ,,De mensen wilden iets anders. Maar ze hadden dit kunnen wéten.’’

Zijn lach schalt nog eens over de keukentafel in Oudega. Hij vindt het een prachtig boek, zegt hij. ,,Ik heb volgens de heer Sijpersma niet alle slagen gewonnen. Hij is hier en daar kritisch, maar dat vind ik niet erg.’’

Er staan veel periodes in om trots op te zijn. Er staan ook inktzwarte periodes in. Periodes van rauw verdriet, zoals de biograaf ze noemt. Het was sprokkelen om alle informatie op een rij te krijgen. Wiegel wil het daar liever niet over hebben. ,,Want daar word ik heel beroerd van.’’ Hij refereert aan zijn jeugdjaren. ,,Je krijgt van alle grootouders iets mee. Mijn oma van moederskant was spijkerhard voor zichzelf. Die eigenschap heb ik óók geërfd.’’

menu