Het academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.

Promotiestudenten kunnen promoveren dankzij experiment, maar ze zijn er niet blij mee. Hoe zit dit nu eigenlijk?

Het academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Foto: Archief DVHN

Het experiment met de promotiestudenten leverde meer promotieplekken op, maar moet nu echt stoppen, aldus de studenten zelf en de belangenbehartiger voor promovendi in Nederland. Maar wat is een promotiestudent eigenlijk? En waar ging het mis?

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) maakte al lang voor het experiment, dat op initiatief van minister Jet Bussemaker in september 2016 begon, gebruik van de zogeheten ‘promotiestudenten’. Zij doen promotieonderzoek, maar zijn geen medewerkers van de universiteit. In plaats van een salaris, waarover universiteiten werkgeversbelasting en pensioenkosten betalen, krijgen ze een studiebeurs voor hun werk. De belastingdienst trok aan de bel, maar de RUG ging in hoger beroep en won.

Het maakte de weg vrij voor de minister om een landelijk experiment te beginnen met 2000 plekken. De RUG wilde 850 plekken, de Erasmus Universiteit Rotterdam 15. De andere universiteiten in Nederland wilden niet deelnemen. Voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), belangenbehartiger voor promovendi in Nederland, Lucille Mattijssen: „Wij horen van de andere universiteiten dat zij principieel tegen het experiment zijn, omdat zij promovendi wel als volwaardige medewerkers zien en daar meer waarde aan toekennen dan een beurs van 1800 euro per maand.”

Kritiek

De Vereniging van Universiteiten (VSNU) verzamelt ieder jaar gegevens over promovendi in Nederland. De organisatie onderscheidt 2 categorieën promovendi: degenen die wel in dienst zijn, en degenen die dat niet zijn. „Een beurspromovendus wordt op één of andere wijze gefinancierd voor zijn of haar promotie (beurzen), maar heeft geen arbeidsovereenkomst met de universiteit of UMC”, aldus VSNU. Vorig jaar had de RUG 2.200 promovendi. Vijfhonderd van deze plekken werden dat jaar gevuld door promotiestudenten.

Hoewel er vanuit het PNN kritiek was op de arbeidsomstandigheden voor deze groep promovendi, bleek uit een evaluatie van het eerste jaar van het experiment dat de promotiestudenten net zo tevreden waren – ook met de arbeidsvoorwaarden – als de werknemer-promovendi. Een groot deel van deze promotiestudenten komen uit het buitenland, waar deze constructie gebruikelijk is.

Rozengeur en maneschijn

Minister Ingrid van Engelshoven wilde dat jaar juist het experiment stoppen vanwege de aanhoudende kritiek en het geringe animo. Na de evaluatie werd echter voor een tweede ronde gekozen. Wel met minder plekken, namelijk 1.135 in plaats van 2000. Mattijssen: „Die evaluatie is volgens ons niet degelijk uitgevoerd.” Er kwam kritiek op de tussenevaluatie, omdat data uit de interne evaluatie van de RUG werd gebruikt (lees hier de samenvatting van dat onderzoek) en omdat de promovendi die door het onafhankelijke onderzoeksbureau geïnterviewd werden, aangedragen waren door door de RUG.

„Het manifest laat zien dat het toch geen rozengeur en maneschijn is voor deze promovendi.” Een voordeel van het programma was dat de studenten meer vrijheid zouden krijgen om hun eigen onderzoeksvoorstel te schrijven. Volgens Mattijssen is dat negen van de tien keer niet het geval. Daarnaast hoeven de promotiestudenten geen onderwijs te geven, maar worden ze wel onder druk gezet dat toch te doen, omdat de ervaring van het lesgeven belangrijk is als ze na hun promotie carrière willen maken in de academische wereld.

Salaris

Maar voor het geven van onderwijs worden de promotiestudenten dus niet betaald. Dat kan ook niet, want dan zou er volgens de rechter wel sprake zijn van een arbeidsovereenkomst en zou het hele programma met de beurzen niet opgaan. „Het komt erop neer dat de promotiestudenten hetzelfde werk doen, maar daar niet voor betaald krijgen”, zegt Mattijssen. De reguliere promovendi vallen onder de cao Nederlandse Universiteiten. Het salaris voor een startende promovendus is bepaald op 2.325 euro bruto. In het vierde jaar van het promotieonderzoek is dat minimaal 2.972 euro. De beurs voor de promotiestudenten (bij de RUG) is ‘ongeveer 1.766 euro’ en die blijft in die vier jaar vrijwel gelijk. „Het bedrag van de beurs is vastgesteld op basis van het nettoloon van een eerstejaars promovendus in dienst. Vanaf het tweede jaar ontstaan dus verschillen”, legt Mattijssen uit.

En daar zijn degenen die het manifest ondertekenden het dus niet mee eens (op moment van schrijven 145 promotiestudenten en 255 ‘ondersteuners’, klik hier voor de actuele cijfers). Maar in de voorwaarden van het experiment op de website van de RUG zijn alle voorwaarden heel duidelijk. De studenten weten waar ze zich voor aanmelden. Volgens Mattijssen moeten deze jonge studenten echter meer tegen zichzelf in bescherming worden genomen: „Deze mensen hebben zo veel passie voor de wetenschap en zijn daarom bereid om genoegen te nemen met minder. Natuurlijk willen universiteiten meer promovendi, ze ontvangen een promotiepremie van 80.000 euro voor iedere promotie, maar dit experiment stimuleert een race to the bottom en dat is helemaal niet wenselijk.”

***

De reactie van de RUG

De Rijksuniversiteit Groningen laat weten dat hun reactie op het manifest ongewijzigd is sinds gisteren. Ze hebben het manifest gelezen en zijn blij dat de ondertekenaars dit aankaarten. „Wij gaan graag persoonlijk met hen in gesprek. Wij gaan niet in discussie in de media en voeren het gesprek waar het hoort”, aldus de woordvoerder.

menu