Provincie haalt bakzeil en stuurt ambitieus bod voor groene opwek energie nog niet naar Den Haag

Foto: Archief DvhN

Provincie en gemeenten houden het aanbod voor meer duurzaam opgewekte energie door wind- en zonneparken nog even in de zak. Het stuk gaat niet voor 1 juni naar ‘Den Haag’.

Provinciale Staten hebben het onderwerp voor de Statenvergadering van aanstaande donderdag niet op de agenda staan. Over het bespreken en het mogelijk daarna direct al wegsturen van deze Regionale Energie Strategie (RES) was een politieke discussie losgebarsten.

In het concept RES gaan provincie, waterschappen en twaalf Groningse gemeenten vanaf 2030 uit van een energieproductie van 5,7 TWh per jaar. Daarmee nemen ze in het veld van dertig RES-regio’s een fors deel van de beoogde landelijke duurzame opwekking (35 TWh) voor hun rekening.

Braafste jongetje van de klas

Een deel van Provinciale Staten is ontstemd over het onevenredig grote aandeel van Groningen bij de aanleg van wind- en zonneparken. Waarom is Groningen, dat met alle gevolgen van dien ook al de gaswinning ‘in huis had’, met meer windmolens en zonneparken ‘het braafste jongetje van de klas?’ Vooral de oppositiepartijen willen daarover nog een pittige discussie voeren met Gedeputeerde Staten.

De coalitiepartijen vinden de RES ambitieus en willen vaart maken. Bij de mensen is nog veel onbekend over de inpassing en het meedoen aan wind- en zonneprojecten. Deze maand verklaarde Hilda Hoekstra, coördinator van de Vereniging Groninger Dorpen, dat zij zich zorgen maakt over het gebrek aan communicatie over de toename van energielandschappen in Groningen.

Starre houding

De oppositiepartijen begrepen de starre ‘1 juni houding’ van het college niet, omdat het rijk alle dertig RES-regio’s al uitstel had gegeven. Ze mogen hun groene energiebod uiterlijk 1 oktober doen. Voor die datum wordt de RES in alle gemeenteraden en Provinciale Staten besproken. Het Planbureau voor de Leefomgeving, het adviescollege van de regering, komt later en wel op 1 februari 2021 met een rapport. Dat gaat over de vraag of en hoe alle plannen in het landschap worden ingepast.

menu