Publieksacademie in Groninger schouwburg over armoede: minder geld, dan ook minder mens

Foto Mariska Hanegraaf

Gepest worden op school, geen cadeaus voor Sinterklaas en niet op muziekles. In Nederland groeit 1 op de 9 kinderen op in armoede. De Alliantie Kinderarmoede houdt op maandag 3 juni hierover een Publieksacademie in de Groninger Stadsschouwburg.

A ls Selima (39) ’s avonds in haar bed ligt is ze nog steeds aan het rekenen. Hoeveel geld is er over voor de rest van de week? Hoeveel eten is in huis? Die ene rekening die vandaag binnenkwam, moet die meteen worden betaald of kan dat wachten? En, als ze meteen betaalt: wat blijft er dan over?

Selima groeide op in armoede. En nu heeft ze het nog steeds niet breed. Een probleem dat voor veel meer gezinnen in Nederland speelt. De Alliantie Kinderarmoede, een samenwerkingsverband van ruim honderd organisaties, wil daaraan iets doen. Het doel is dat in 2030 kinderen niet meer de dupe zijn van armoede.

Armoede? Hier? Ja. In Nederland groeit 1 op elke 9 kinderen in armoede op. In 2017 ging het om ruim 7000 kinderen in Drenthe, van wie 2500 langdurig. In Groningen ligt dat aantal nog hoger: daar leefden in 2017 meer dan 10.000 minderjarige kinderen in armoede, van wie 4000 langdurig. Vooral in de gemeente Groningen, maar ook in gemeenten als Delfzijl en Pekela groeien naar verhouding veel kinderen op in gezinnen die moeten rondkomen van een laag inkomen. (Tekst gaat verder onder de kaart)

G epest

Selima zit aan de eettafel in haar rijtjeshuis in de Groningse wijk Beijum. Aan de wand prijkt een enorme zwart-witfoto van haar drie jongste kinderen. „Armoede kan heel letterlijk zijn. Dat je alleen water en thee in huis hebt”, zegt ze. Maar het gaat veel verder dan dat. Kinderen kunnen gepest worden omdat ze goedkope kleren dragen, of omdat ze niet naar verjaardagsfeestjes gaan; cadeaus kosten nogal wat. Sport of muziekles is al helemaal geen optie.

„Je bent als ouder constant aan het rekenen. Elk dubbeltje wordt omgedraaid”, zegt Selima. Ze heeft geleerd om creatief om te gaan met geld. „Ik koop vaak speelgoed als het ergens in de aanbieding is. Bij Kruidvat bijvoorbeeld. Als een van mijn kinderen wordt uitgenodigd voor een feestje, dan heb ik tenminste iets.”

Kinderen betrekken bij het armoedeprobleem werkt

Selima hamert erop dat het niet alleen over geld gaat. „Wat veel mensen niet zien is de emotionele armoede. Armoede vormt je als kind.” Daar weet ze alles van. Ze groeide op met drugsverslaafde ouders. Haar vader en moeder hadden geen cent te makken en keken bovendien amper naar de kinderen om. Ze verhuisde veel, ze verbleef een tijdje in een pleeggezin en raakte op 16-jarige leeftijd zwanger. Behalve haar eigen kindje nam ze ook twee jongere broertjes onder haar hoede. Ze wist amper hoe, maar ze deed het toch. Tijd om zelf te werken of een opleiding te doen was er niet. En dus kwam ze uiteindelijk in de bijstand terecht.

Zo gaat het vaker. Kinderen die in armoede opgroeien, belanden in veel gevallen zelf ook in zo’n situatie.

M arktplaats

De enige luxe die Patricia (40) uit Zuidlaren bezit is haar auto. En om die nou luxe te noemen: hij is nodig om haar, haar dochter (10) en zoon (21) van en naar Groningen te kunnen brengen. Alle meubels in huis komen van Marktplaats. (Tekst gaat verder onder het kader)

„Ik vind het constant nee moeten zeggen heel vervelend”, zegt Patricia. De gezellige feestdagen, Sinterklaas, kerst: elk jaar weer een worsteling. „Mijn dochter vraagt dan om heel dure dingen. Maar die kan ik niet betalen.”

Zakgeld krijgen haar kinderen niet, en eigenlijk maakt ze zich daar zorgen om. „Mijn zoon is 21 en heeft een gat in zijn hand. Hij heeft nooit geleerd om met geld om te gaan.” Ze vreest dat hij daardoor in een soortgelijke situatie belandt als zij.

Patricia en Selima doen allebei een opleiding tot ervaringsdeskundige via de stichting Sterk uit Armoede. Ze willen leren hoe ze hun ervaring kunnen inzetten om andere mensen te helpen. Zij kunnen de vertaalslag tussen armen en instanties beter maken. Want nu zit wantrouwen richting hulpverleners het contact vaak in de weg.

„Je wordt soms aangesproken als een stout kind”, zegt Patricia. „Zo van: als je je niet aan de regeltjes houdt dan zwaait er wat.”

O pstandig

Dat herkent Selima. „Ik was vroeger ook opstandig naar instanties.” Rooide ze als 17-jarige met een eigen baby en twee broertjes al maanden de boel zo goed mogelijk, stond er zomaar een hulpverlener op de stoep. Het wekt weerstand „Maar bij mij voelen de mensen dat ik hetzelfde heb meegemaakt als zij. Dat ik de situaties écht ken, en niet uit boekjes. Daardoor praten ze makkelijker.”

Selima is van mening dat veel van de oplossingen die er zijn niet goed genoeg functioneren. „Het is een pleister. Het helpt wel een beetje, maar niet structureel.”

Ze krijgen bijval van prinses Laurentien van Oranje die de afgelopen twee jaar in gesprek is gegaan met kinderen over armoede. „Het telt niet op”, zei ze in april aan tafel bij Jeroen Pauw over de armoedebestrijding in Nederland.

„Er zou een aanpak moeten zijn die gericht is op álle elementen van armoede”, verduidelijkt prinses Laurentien. „Op materieel niveau heb je bijvoorbeeld stichtingen als Leergeld en Jarige Job. Dat is mooi, maar lost niet op wat er speelt tussen de regels door. Kinderen willen bijvoorbeeld hun ouders ook een cadeautje kunnen geven, in plaats van alleen zelf spullen krijgen. En ze willen niet duidelijk zichtbaar worden geholpen.”

I nspraak

Dat prinses Laurentien weet wat kinderen willen, is te danken aan haar eigen Missing Chapter Foundation, die ze in 2009 oprichtte om besluitvormers aan het denken te zetten en kinderparticipatie te bevorderen. „Het meest genegeerde recht in het Europese Verdrag van de Rechten van het Kind.”

Volgens dat verdrag hebben alle kinderen recht op inspraak in besluitvorming over belangrijke onderwerpen. Maar de besluitvormers vinden dat maar lastig. Ze zijn niet gewend écht in gesprek te gaan en te luisteren naar kinderen.

„Het is ook niet gemakkelijk”, erkent de echtgenote van prins Constantijn. „Volwassenen willen zo snel mogelijk van een inzicht naar een oplossing, en kinderen betrekken vertraagt dat proces. Ze stellen veel waarom-vragen , ze willen oplossingen die voor iederéén werken. Als wij volwassenen iets bedenken waarbij het voor 80 procent van de mensen beter wordt, zegt een kind: maar die andere 20 procent dan? Dat is niet eerlijk.”

Precies daarom kun je kinderen heel goed bij het armoedeprobleem betrekken, vindt ze. „Ze hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel, én ze zijn heel goed in wat bij volwassenen omdenken heet. Onbevangen kijken naar een groot, complex probleem en bedenken hoe het dan wél werkt.”

K indpas

Een van de mooiste voorbeelden trof de prinses bij de Raad van Kinderen in Groningen, toen ze vorig jaar met hen over kinderarmoede praatte. Het gesprek kwam op de Stadjerspas. Leuk en aardig, vinden de kinderen, maar ook stigmatiserend: aan zo’n pas ziet iedereen dat jij arm bent en geholpen moet worden. Maar hoe moet het dán, vragen de volwassenen, een tikje vermoeid. Nou, zeggen de kinderen, je geeft gewoon aan alle kinderen een eigen Kindpas, en de arme kinderen krijgen daar stilletjes wat meer punten op dan de rijke. Simpel zat.

Een aantal van de ideeën die door Raad van Kinderen zijn bedacht wordt daadwerkelijk ingevoerd. Bijvoorbeeld het armoedespel dat in ontwikkeling is. Daarmee wil de raad dat er in de klas over het onderwerp wordt gepraat.

Praten is van levensbelang, benadrukt prinses Laurentien. „Ik zie het bij armoede net zo gaan als bij laaggeletterden, met wie ik al jaren werk: iedereen denkt dat hij of zij de enige is met een probleem. Ze houden alles daarom maar voor zichzelf. En daardoor blíjven ze denken dat ze er alleen voorstaan.” Ziedaar: een taboe.

Patricia en Selima hangen hun sores ook niet graag aan de grote klok. „Ik voel me soms minder mens”, zegt Patricia. „Je hebt minder geld, dus minder te zeggen.” Selima kan tegenwoordig redelijk gemakkelijk praten over haar heftige verleden. Maar vragen over nu – hoeveel ze te besteden heeft, of ze een beetje rondkomt, of ze zich arm voelt – die vindt ze lastig. Op armoede rust een stigma. Het is gewoon gênant.

H eilig geloof

Die gêne geldt eigenlijk voor heel Nederland, meent prinses Laurentien. „In een land waar het op veel gebieden goed gaat is armoede een ongemakkelijk dossier.” Gedecideerd: „Ik wil het ook écht oplossen. Honderd procent. Dat kan alleen samen. Met alle partijen die op onderdelen actief zijn.” Of dat zal lukken? „Ik weet ook wel dat het een zaak van heel lange adem is. Maar dat heilige geloof moet je wel hebben anders kom je nergens.”

Selima veert op als ze haar 12-jarige zoon hoort thuiskomen. Hij lacht in het echt net zo innemend als op de zwart-witfoto. Met onverholen trots vertelt zijn moeder dat hij bezig is met modellenwerk.

„Dat mijn leven kut was, maakt me niet uit”, zegt Selima. „Maar voor mijn kinderen moet het beter.”

menu