Achter het Behang #17 (over een gezin in coronatijd): Raar is niet altijd leuk

Illustratie: Infographics DvhN

Wekenlang geen school, wekenlang thuiswerken, wekenlang op elkaars lip. Verslaggever Maaike Borst schrijft dagelijks over haar gezin in coronatijd.

De wereld staat op zijn kop. Kleine broer hangt ondersteboven met zijn benen over mijn schouders en kan er geen genoeg van krijgen. Hij ziet de lammetjes achter het huis als gekko’s over de graswolken rennen, de kamerplanten uit het plafond groeien en zijn in kleermakerszit gamende broer als een omgekeerde fakir in de lucht zweven.

Als mijn armspieren pijn doen van het sjouwen leg ik het hoopje kleuterlijf op de grond en zet ter afleiding onze favoriete kinderliedjes-klassieker van het Klein Orkest op. Harrie Jekkers zingt: ,,Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.’’

Ik luister al sinds mijn zevende naar die liedjes - ik zie het handgeschreven Roltrap naar de maan op het cassettebandje nog voor me - en voor het eerst in mijn leven ben ik het niet met Jekkers eens. Het gewone leven is echt veel leuker dan dit. Kleine broer laat zich niet kisten en zingt enthousiast mee. ,,Met koorts dan ben je beter. En ziek zijn is gezond!’’

Ik app ondertussen stiekem met een collega (want anders wil die roodhoofdige kleine ook weer op het scherm) om te vragen hoe het gaat. Hij schrijft hoe raar de begrafenis van zijn schoonvader was in deze surrealistische tijd en hoe hij elk moment een kleinkind verwacht waar hij zeker een week niet bij in de buurt mag komen.,,Ik word morgen tachtig’’, zingt kleine broer mee. ,,En mijn oma zeven jaar!’’

Het leven staat op zijn kop. Soms lijkt het heel verraderlijk even gewoon zijn gangetje te gaan, met een schaterende kleuter in je armen, maar vroeg of laat sijpelt er altijd wel weer een verdrietig, bizar, wonderlijk, troostend of hartverscheurend verhaal door over de onwerkelijke toestand waarin we zijn beland.

De dagen duren lang en lijken op elkaar. Ik begrijp de drang van kleine broer om de boel eens even flink om te draaien en op te schudden heel goed, maar ik heb hem nu al zeker 23 keer aan zijn benen omhoog gehesen en heb er echt genoeg van.

,,Nog één keer’’, zeg ik. ,,En dan doen we weer gewoon.’’


menu