Een politieagent knielt in een park: inzet Jacob Boersema.

Racisme is af te leren, stelt deze socioloog: 'Het dagboek van Anne Frank kennen we, lees ook eens het dagboek van een slaaf'

Een politieagent knielt in een park: inzet Jacob Boersema. Foto: EPA

Moedeloos geworden van het racismedebat? Racisme is heus af te leren, stelt onderzoeker Jacob Boersema. In Zuid-Afrika leerde hij van witte Zuid-Afrikanen hoe dat gaat.

Om maar met het slechte nieuws te beginnen: racisme afleren is moeilijk. Het is een zwaar, emotioneel, langdurig proces, leerde socioloog Jacob Boersema (43) sinds hij naar Zuid-Afrika toog om te bestuderen hoe witte Zuid-Afrikanen zichzelf na de apartheid opnieuw uitvonden. In New York, waar hij lesgeeft aan universiteit NYU, rondde Boersema onlangs een boek af over de inzichten die hij opdeed. Volgend jaar ligt het in Amerikaanse wetenschappelijke boekhandels, vertelt hij op een terras even buiten New York, waar hij de coronaquarantaine doorstaat bij zijn Amerikaanse schoonouders.

Hoe gaat dat, racisme afleren?

Jacob Boersema: ,,Het is geen aha-moment. Nu zie ik het licht – zo gaat het niet. Het is geen individueel proces, maar iets wat je samen doet. Deels door strijd, maar ook door een goed gesprek.”

Ja, je moet bij jezelf te rade gaan, vindt hij - liefst doe je wat huiswerk. Lees eens een boek over racisme en hoe het precies werkt (‘Nederlanders definiëren het zo dat alleen Adolf Hitler nog als racist overblijft’). Luister beter. ,,Het is voor zwarte mensen heel vermoeiend om steeds witte mensen te overtuigen dat het wel pijnlijk is, dat het wel vervelend is dat jij die baan niet krijgt, dat je nooit voor vol wordt aangezien. Hoe vaak moet je dat herhalen? Zou je iemand die misbruikt is eindeloos lastigvallen met vragen over dat misbruik? Was het nou wel zo erg, wat er gebeurde?”

Maar nog belangrijker, zegt hij, is het om intellectuelen en politici het vuur aan de schenen te leggen. ,,Racisme is altijd iets van de politieke elite geweest, ook van wetenschappers. Sociologen hebben apartheid uitgevonden. Dat is heel belangrijk: waar ideeën vandaan komen. Het probleem is dat we heel sterk een eigen verantwoordelijkheid voelen in het racismedebat. Die is er ook wel, maar je moet kijken naar het systeem, en wie daarin de macht heeft. Iemand als wetenschapper en FvD-politicus Paul Cliteur doet er alles aan om racisme zo nauw mogelijk te definiëren, antidiscriminatie uit de wet te halen en institutioneel racisme te ontkennen, terwijl hij senator is voor een partij die voor een wit Europa is. Ik vind dat hij harder aangepakt moet worden dan een racistische voetbalhooligan.”

Over intenties gaat het niet, vindt Boersema. Ook niet over schuld of boetedoening, zoals critici de anti-racismebeweging wel verwijten. ,,Uiteindelijk gaat het om wat mensen doen, en wat voor gevolgen dat heeft. Het gaat erom dat je je handelen verandert. Dat we opletten dat regels over gelijke behandeling worden nageleefd. Dat er een expertisecentrum komt, waarin ras en racisme centraal staan. We hebben ook het NIOD, omdat we de geschiedenis van de oorlog belangrijk vonden. En het College voor de Rechten van de Mens. Dit hoort er ook bij. Over de Holocaust geven we al les. Zo moet het ook over slavernij en kolonialisme. Het dagboek van Anne Frank kennen we allemaal. Lees ook eens een dagboek van een slaaf. Nou, dat is huiveringwekkend, maar zeer inzichtelijk.”

Hoe hebben witte Zuid-Afrikanen hun wereldbeeld bijgesteld?

,,Niemand zegt nog: wij zijn wit en daarom hebben we hier recht op. Wij zijn een minderheid, zeggen witte Zuid-Afrikanen nu. Ze claimen minderheidsrechten. Dat is raar, want die zijn bedacht voor groepen die lang gediscrimineerd en buitengesloten zijn. Ze kopiëren bepaalde woorden en strategieën. Dat is een negatieve kant van het afleren. Ze praten anders, maar proberen ook hun macht en positie vast te houden, door zichzelf neer te zetten als een slachtoffer. Dat noem ik witte identiteitspolitiek. Hé, nu worden wij gediscrimineerd, zeggen ze dan. Wat uit de cijfers niet echt blijkt. Witte mensen, die gaan nog heel goed.”

Zie je dat in Nederland ook?

,,Witte identiteitspolitiek is absoluut in opkomst in Nederland. Het mooiste voorbeeld is Martin Bosma van de PVV, zeer bewust met Zuid-Afrika bezig. Hij heeft een boek geschreven: minderheid in eigen land, heet het. Dat is onze toekomst, zegt hij. We worden onder de voet gelopen door moslims die zich meer zouden voortplanten. Demografie is een heel goed middel voor het courant maken van extreemrechtse ideeën. De discussie over wie zich voortplant en wie zich moet voortplanten is opeens weer bovengekomen. Niet veel later zag je dat Jan Latten, demograaf van het CBS, eigenlijk hetzelfde zei, met grafiekjes en cijfers, allemaal heel speculatief.”

Je boek gaat deels over witheid en onze interpretatie daarvan. Veel Nederlanders willen ras en huidskleur helemaal niet zo benadrukken. Kun je je daar iets bij voorstellen?

,,In het begin is het heel ongemakkelijk. Dat herken ik heel erg. Ken je dat liedje van Frank Boeijen? Denk niet wit, denk niet zwart, denk in de kleur van je hart, zingt hij. Het is een andere vorm van racisme, weet ik nu. Kleurenblind racisme, heet het. Martin Luther King zei: het gaat niet over de kleur van mijn huid, het gaat over de waarde van mijn karakter. Veel conservatieve Amerikanen zijn dat daarna gaan overnemen. Wij gaan ook geen kleur zien, dachten ze. Zo kon je bijvoorbeeld handig positieve discriminatie tegenhouden. Als je niet bijhoudt wie wat krijgt, en wie is achtergesteld, kun je het ook niet goedmaken. Als we ongelijkheid ongedaan willen maken, dan moeten we het benoemen. Dat was misschien het enige goede aan Pim Fortuyn: dat hij zei dat je dingen moet benoemen.”

Heb je zelf racisme moeten afleren?

Boersema vertelt over zijn proefschrift over witte Zuid-Afrikanen, afgerond in 2013. Op de voorkant staat een foto van witte studenten die hun gezicht zwart hadden geschminkt. Ze vonden dat ze benadeeld werden in het nieuwe Zuid-Afrika en protesteerden zo. Aangrijpende foto, mooie blikvanger op de kaft, dacht hij toen nog. Nu heeft hij er spijt van. Hij werd destijds geïnterviewd door Seada Nourhussen, een kritische zwarte journaliste die veel over antiracisme schrijft, en zij wees hem op de pijnlijke connotaties van blackface. ,,Zij begreep dingen gewoon veel beter, beter dan ik ze kon uitleggen. Ik heb veel van haar geleerd. Ik heb niet alle wijsheid in pacht en bouw op anderen. En je maakt fouten. Je zegt dingen verkeerd. Je ziet blikken. Dat is misschien nog een stukje racisme dat ik weg moet poetsen, denk ik dan.”

Wijs je vrienden en familie dan op dat soort dingen?

,,Ik heb een appgroep met Nederlandse vrienden, en daarin gebeurt het regelmatig. Dan zie je dat vrienden die je aardig vindt ook – laat ik het niet hardleers zijn noemen, maar ze zijn het oneens. Ze zeggen: ik hou vast aan mijn kleurenblinde blik, ik denk dat het beter is als alle mensen zich verbinden. Daar is zo iemand niet alleen in. Er zijn wetenschappers en politici die dat beweren. Ik neem hem dat minder kwalijk dan iemand die er hard over nagedacht heeft.”

menu