Op last van de rechtbank in Groningen moet onderzoek worden gedaan naar de echtheid van een brief die belastend is voor een man die wordt verdacht van verkrachting.

Het gaat om een opmerkelijke zaak. De verdachte, een 59-jarige man uit Delfzijl, zou zich tussen 1991 en 1993 in Groningen schuldig hebben gemaakt aan twee verkrachtingen. De vermeende slachtoffers, een broer en een zus, toen tieners, deden in 2019 aangifte.

Een van de bewijsstukken is een brief die door de man zou zijn geschreven. De brief kan gelezen worden als een excuusbrief dan wel een bekentenis. De verdachte ontkent de brief te hebben geschreven. Hij ontkent ook de beschuldigingen.

Advocaat: wel heel toevallig

Is de brief echt, dan moet die zijn geschreven in de eerste helft van de jaren negentig. Volgens advocaat Meike Lubbers is de brief vals. Zo wordt in de brief een organisatie genoemd die pas sinds 2012 bestaat. Volgens de raadsvrouw kwam de brief, nadat aangifte was gedaan, plotseling uit de lucht vallen. ,,Wel heel toevallig. Iedereen kan zo’n brief tikken en aan de politie geven.’’

Oordeel over de echtheid

De brief is geprint, datum en handtekening ontbreken. In opdracht van de rechtbank moet het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een oordeel geven over de echtheid. Is de brief vervalst dan zegt dat ook iets over de betrouwbaarheid van de aangifte, stelt de raadsvrouw.

De man wordt naast verkrachting ook beschuldigd van ontucht. De rechtbank bepaalde dat dit laatste misdrijf is verjaard. In afwachting van de uitkomst van het nadere onderzoek is de behandeling van de strafzaak geschorst. Het vervolg zal enige maanden op zich laten wachten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Rechtbank
zeden