Reconstructie: Hoe kerstvakantie de aanpak van de containerramp in de weg zat

GRIP-2, GRIP-1, GRIP-4. De eerste dagen na de containerramp op de Noordzee verliepen hectisch. Eilandburgemeesters dopten hun eigen boontjes, de Veiligheidsregio schaalde af en weer op. Vrijwilligers zorgden voor hoofdbrekens. Een reconstructie.

WOENSDAG 2 JANUARI

Het is woensdagochtend 2 januari, vijf over half negen. Burgemeester Bert Wassink van Terschelling krijgt telefoon van een eilander politieagent. Er spoelen containers aan.

Jutters zijn in rep en roer. Ze appen over de stroom aan goederen die het strand overspoelt. Al gauw krioelt het daar van de terreinwagens.

De burgemeester heeft een paar dagen vrij; het is kerstvakantie. Hij zou de eerste boot pakken naar de wal. In Utrecht is vandaag de crematie van zijn collega Marc Witteman van de gemeente Stichtse Vecht.

Wassink besluit niet naar Utrecht te gaan. Hij wil op zijn post blijven. Het beeld over de aangespoelde waar is veel te diffuus. Hoeveel containers drijven er in zee? Wat is de inhoud? Niemand weet het.

Café-eigenaar Hessel van der Kooij belt of hij mee wil naar het strand. Wassink stapt in de auto. Als ze aankomen, om kwart voor tien, slaat de schrik hem om het hart. Hij ziet een enorme bende. Dit is goed mis, denkt hij.

Vlieland en Terschelling wel, en Ameland niets?

Via Whatsapp begrijpen Amelanders dat er zeecontainers drijven richting de stranden van Vlieland en Terschelling. Ze balen. Het zal toch niet waar zijn! Vlieland en Terschelling wel, en zij niets?

Het hart van Richard Kiewiet gaat sneller kloppen. Kiewiet is terreinopzichter van natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea. Hij kent Ameland op zijn duimpje en weet wat hem nu te doen staat: met z’n vliegtuigje de lucht in. Dan kan hij zien wat in zee drijft. En vooral: welke kant de buit op gaat.

Om 10 uur stijgt hij op van de grasbaan in Ballum. Boven zee ziet hij de chaos. Gekleurde containers dobberen als legostenen in het water. De complete inhoud van een warenhuis drijft zuidwaarts. Als mieren bewegen terreinwagens over het Terschellinger strand. In natuurgebied de Boschplaat is het een grote rotzooi.

Het juttersbloed van Kiewiet koelt af. Hij vloekt. Dit is niet leuk meer. Dit is verschrikkelijk.

Drie kwartier later zet hij zijn Cessna in Ballum aan de grond. Vrijwel direct gaat de telefoon. Het is een bevriende jutter van Ameland. ,,Kom naar de oostpunt’’, roept de jutter. „Daar ligt het vol met koelkasten!”

Pavlovreactie

Op Terschelling weet Bert Wassink dat hij in actie moet komen. Hier is sprake van een GRIP-situatie; een Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure. Er moet een CoPI worden ingericht, een Commando Plaats Incident.

Op het gemeentehuis roept de burgemeester zijn mensen bij elkaar. Politie, brandweer, gemeente, ambulancedienst, Staatsbosbeheer. Ze wijzen een CoPI-leider aan, in dit geval iemand van de brandweer.

Het is geen kwestie van lang vergaderen. Wassink spreekt van een Pavlovreactie. Op Terschelling kent iedereen zijn taak. Die eerste dag is dat vooral: opletten wat er aanspoelt. De zooi afvoeren. En op zoek naar informatie over wat zich die nacht op zee heeft afgespeeld.

Van GRIP-1 tot en met GRIP-Rijk

Het is vakantie, instanties zijn lastig te bereiken

Na het telefoontje van de jutter belt Kiewiet eerst het gemeentehuis in Ballum. ,,We hebben een probleem’’, zegt hij. Hij vertelt over het witgoed dat aanspoelt op de oostpunt.

De regels zijn helder. Kiewiet kent ze uit zijn hoofd. Klein juttersgoed is voor het eiland. Is het meer dan 5 kuub, dan is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de afvoer. Maar het is vakantie. Instanties zijn lastig te bereiken. De mannen van de Amelander buitendienst zitten net te eten. Ze beloven snel te komen helpen.

Eenmaal aangekomen op de oostpunt, bij Paal 24, is de ellende niet te overzien. Tegelijk met het witgoed, dat vooral uit diepvriezers bestaat, waait een enorme hoeveelheid piepschuim over het eiland. Er staat een straffe noordenwind. Het piepschuim jaagt in manshoge brokken witte confetti door de lucht, richting de duinen. Daar slaat het kapot in kleinere stukken.

Kiewiet is een actief twitteraar. Hij doet een oproepje; er zijn veel handen nodig om al dat piepschuim op te ruimen. En dat moet snel, voor het ongrijpbaar uiteen breekt. Handig geregeld, denkt hij. Er zijn vast vakantiegasten die de handen uit de mouwen willen steken.

Ook op het Amelander gemeentehuis is een crisisteam geformeerd. Vlak nadat Kiewiet zijn tweet plaatst, belt de Veiligheidsregio naar het gemeentehuis. Kiewiet moet zijn tweet intrekken. Er kan wel eens gif aanspoelen. Er zijn drie containers met organisch peroxide zoek, horen ze.

Op Oost haalt Kiewiet zijn schouders op. In de verte nadert de Strandexpress met veertig Duitse en Nederlandse toeristen aan boord. Hij wenkt de tractor en vraagt de toeristen of zij zich onsterfelijk willen maken. Dat doen ze.

De hele middag ruimen de toeristen piepschuim op, vuilniszakken vol. Aan het einde van de dag oogt het strand op Oost schoon.

Stel nou dat er iets ergs gebeurt?

Het Waddengebied is sinds 2009 Werelderfgoed. Het is een bijzonder en kwetsbaar stuk natuur. Dat schept verplichtingen. Grote milieurampen zijn het gebied tot nu toe bespaard gebleven. Maar stel nou dat er iets ergs gebeurt? Stel nou dat er een olieramp komt?

In 2016 lanceert de Veiligheidsregio Fryslân een Incidentbestrijdingsplan Waddenzee. Het plan telt 64 kantjes. Minutieus wordt beschreven welke instantie wat doet in geval van een ramp of rampje. Acht scenario’s zijn uitgewerkt. Ze variëren van een incident met gevaarlijke stoffen tot een aanvaring op zee of een ecologische ramp.

Een apart hoofdstuk is gewijd aan verontreiniging van het oppervlaktewater, bijvoorbeeld nadat een schip lading heeft verloren. De leiding en coördinatie ligt in alle gevallen in handen van Rijkswaterstaat. Zodra er GRIP-1 is afgekondigd verzorgt de Veiligheidsregio Fryslân de communicatie.

Het uitgewerkte actieplan telt twintig aandachtspunten. Achter het kopje ‘publieke zorg’ staat een leeg vakje.

In datzelfde jaar 2016 is er een rampenoefening op het water bij Schiermonnikoog. De hulpdiensten bootsen zo getrouw mogelijk een olieramp na. Vanuit de Waddenvereniging is Ellen Kuipers betrokken. De milieuclub was in het verleden vaak een luis in de pels van autoriteiten maar probeert zich stilaan dienstbaarder op te stellen.

Kom je aan de Wadden, dan kom je aan het hart van heel veel mensen. Bovendien hebben vogels en zeehonden een hoge aaibaarheidsfactor. Tijdens de voorbereidingen van de oefening wijst Kuipers op de aandacht voor vrijwilligers. Die ontbreekt in de rampenplannen. En juist bij een ramp kan er een enorme stroom aan goedbedoelde helpers loskomen die in goede banen moet worden geleid voordat er chaos ontstaat. Zonder regie kan de stemming omslaan, worden mensen bozig en dreigt er gevaar voor de openbare orde.

Deze zomer vormt het bewijs. Een olieramp in de Rotterdamse haven zorgt voor wildwesttaferelen op het water. ‘Blinde’ vrijwilligers varen in kleine bootjes kriskras over het water tussen grote zeeschepen, op zoek naar olieslachtoffers. Het leidt tot gevaarlijke toestanden.

Op verzoek van Rijkswaterstaat Noord-Nederland schrijft de Waddenvereniging een ‘handelingsperspectief’ over hoe om te gaan met vrijwilligers tijdens een soortgelijke ramp. Vlak voor de kerstvakantie, op 15 december 2018, stuurt Kuipers het laatste concept naar alle instanties naar Rijkswaterstaat, de eerstverantwoordelijke.

Het is een handzaam checklijstje. Belangrijk onderdeel: plaats direct een contactformulier voor vrijwilligers op een website. Zodat die benaderbaar en traceerbaar zijn. En op de juiste plek kunnen worden ingezet.

En dan is er opeens de peroxide

Ellen Kuipers hoort in de loop van woensdag via een collega van de ramp op de Noordzee. Niet lang daarna krijgt ze de eerste vragen over het gevaar van de gevaarlijke stoffen voor het kwetsbare Waddengebied. Ze weet geen details en belt om 4 uur ’s middags haar contactpersoon bij Rijkswaterstaat. Die laat het uitzoeken bij het Watercentrum in Lelystad, belooft hij. Dat is een onderdeel van Rijkswaterstaat Zee en Delta met expertise over de werking van gevaarlijke stoffen.

’s Avonds belt ze de piketambtenaar opnieuw. Hij meldt dat er op kantoor stromingsmodellen zijn uitgedraaid. Rijkswaterstaat vermoedt dat de containers niet pas ten noorden van Borkum van megavrachtschip de MSC Zoe zijn gevallen, maar ettelijke kilometers eerder. In drie van de overboord geslagen containers zit het gevaarlijke peroxide. Mensen mogen daarmee niet in aanraking komen.

Op Ameland loopt Kiewiet Chris Bakker tegen het lijf, zijn onderdirecteur bij It Fryske Gea die een week vakantie viert op het eiland. Kiewiet krijgt maar geen contact met Rijkswaterstaat, de eerstverantwoordelijke voor het opruimen van het strand. En ondertussen mag hij van de Veiligheidsregio geen vrijwilligers rekruteren. Kiewiet stuit op een antwoordapparaat; maandag 7 januari is de overheidsdienst weer bereikbaar.

De mannen overleggen wat te doen. Ook Bakker waagt een poging. Hij hoort dat Rijkswaterstaat zich concentreert op het water. Het strand is voor de lokale beheerders. De mannen kijken elkaar aan en knikken. Ze beginnen. Er is geen tijd te verliezen.

Vroeger reden ze dan met een geluidswagen door het dorp. Nu volstaan Facebook, Whatsapp en Twitter. Er komt een kluwen aan mensen richting het strand, tien shovels, vijftien tractoren met wagens, tientallen jeeps.

Beelden: Kustwacht Nederland

DONDERDAG 3 JANUARI

De Waddenvereniging wordt platgebeld. Vrijwilligers vragen waar ze kunnen helpen. Stichting De Noordzee wil samen met andere natuurorganisaties een opruimactie organiseren. Vissersvoorvrouw Barbara Holierhoek komt buurten. Afvalbedrijf NNRD belt en vraagt waar ze aan de kust afvalcontainers moet plaatsen. Werknemers staken hun vakantie en plannen de eerste opruimacties; vanaf donderdag op de kwelders en dijken in Groningen, vrijdag en zaterdag op Terschelling.

Op Terschelling roept burgemeester Bert Wassink de hulp in van vrijwilligers. Piepschuim en My Little Pony’s waaien overal. De rederijen Doeksen en Wagenborgen lanceren voor vrijwillige opruimers een veerbootkaartje tegen gereduceerd tarief.

Op het vasteland gaat Vissersvereniging Ons Belang en Hulp in Nood om tafel. Vissers gooien hun zorgen en vragen in hun groepsapp. Ze willen aan de slag! De zee moet schoon.

De vissers hebben een ontheffing nodig voor het gebruik van zeefnetten waarmee ze het drijfvuil kunnen opvissen. Ze moeten een ontheffing hebben voor uitvaren in het weekeinde. En ze moeten op zoek naar geld, als vergoeding voor de extra brandstof. De viskotters Harlingen 4, Harlingen 41 en Zoutkamp 9 zijn al uren bezig, samen met de KNRM en de Kustwacht. Iedere haal is raak.

Aan het begin van de middag wordt op Schiermonnikoog de eerste zak peroxide gevonden. Waar iedereen bang voor was wordt werkelijkheid: zeker één container met gevaarlijke stoffen is opengereten. Er drijven waarschijnlijk tientallen zakken met gevaarlijke stoffen in de zee.

Terwijl de plaatselijke brandweer de gevonden peroxide afvoert zit Veiligheidsregio Fryslân met een operationeel team bijeen in Drachten. Zij schaalt de situatie af van GRIP-2 naar GRIP-1; een incident van beperkte afmetingen. Lutz Jacobi, directeur van de Waddenvereniging, ontploft.

Ze hoort wat er allemaal aanspoelt op de Lauwerskust. Dit is een ecologische ramp. Jacobi ziet chaos op alle fronten. Ze mist grip. Ze vindt de autoriteiten te afwachtend. Iedereen kijkt naar elkaar.

Jacobi probeert haar bestuurderscontacten aan te boren. Directeur Wim Kleinhuis van de Veiligheidsregio is met vakantie. Net als Erica Slump, de directeur van Rijkswaterstaat Noord-Nederland.

Hoogst verantwoordelijke binnen de Veiligheidsregio Fryslân is voorzitter Ferd Crone, de burgemeester van Leeuwarden en tevens korpsbeheerder. Over de afschaling naar GRIP-1 zal hij later verklaren dat hij de eilandburgemeesters niet voor de voeten wilde lopen. Crone is een pragmatisch man. Bij GRIP-1 hebben de burgemeesters de vrije hand. En die burgemeesters, zegt Crone, kunnen het heel prima samen af.

Containers in de Noordzee. FOTO ANP

VRIJDAG 4 JANUARI

Arno Brok, commissaris van de koning in Friesland, is dan al dagen nauw betrokken bij de containerramp. In 2010 trad in Nederland echter de nieuwe Wet op de Veiligheidsregio in werking. Sinds die tijd is de rol van commissarissen van de koning tijdens noodsituaties uitgekleed.

Bij een ramp in de regio is voortaan de burgemeester van de grootste gemeente de besluitvormer, de korpsbeheerder van de regionale politie, in dit geval Ferd Crone. Pas als die opschaalt naar GRIP-4, een ramp met grote bovengemeentelijke impact, komt de commissaris zijdelings in beeld.

Het is nota bene Broks voorganger John Jorritsma die in 2008 over deze wetwijziging aan de noodrem trekt in politiek Den Haag. In augustus 2008, voordat de Tweede Kamer akkoord gaat, schrijft hij in de Volkskrant een open brief. Jorritsma waarschuwt de Haagse politiek voor een potentiële ramp op de Waddenzee.

Uitgaande van het wetsvoorstel moet ik mij bij een ramp op de Waddenzee terugtrekken en wordt een korpsbeheerder verantwoordelijk voor de afhandeling van het incident.

De commissaris voorziet grote problemen.

De korpsbeheerder heeft dan niet alleen te maken met zijn collega-burgemeesters in de eigen provincie, maar ook met gemeenten in andere provincies, met die betreffende provincies, met verschillende ministeries, andere overheidsdiensten, bedrijven en belangenorganisaties die hij in zijn dagelijkse werk nooit zal tegenkomen.

Brok weet dat de rotzooi aanspoelt in meerdere gemeenten, in twee provincies en zelfs in twee landen. Opschaling naar GRIP-4 ligt zeer voor de hand. Maar waar blijft dat telefoontje?

Brok houdt als rijksheer het ministerie op de hoogte van de situatie in Friesland. Die week zet hij twee keer zijn handtekening onder een formeel verzoek aan het ministerie van Defensie dat militairen levert aan Schiermonnikoog. De tweede handtekening, voor een verlenging van de inzet, plaatst hij vrijdagavond, staande de nieuwjaarsreceptie van het Provinsjebestuur in Leeuwarden.

Crone merkt dat de ministers in Den Haag zenuwachtig worden. Vanuit vier windrichtingen - Cora van Nieuwenhuizen, Stientje van Veldhoven, Ferd Grapperhaus en Kajsa Ollongren - wordt hem ingefluisterd dat hij moet opschalen. GRIP-4 is het minste! Ambtenaren op ministeries zijn systeemdenkers, weet Crone. Als het misgaat is hijzelf bij GRIP-4 als hoogste gezagdrager het bokje. En ministers dekken zich in de regel liever te veel in, dan te weinig.

Tientallen vakantiegangers zijn in touw

Bert Wassink haalt de vrijwilligers van de boot die Terschelling komen schoonmaken. Het zijn er wel 150. Wassink ziet mannen van zijn eigen leeftijd uit Amersfoort, Apeldoorn en Limburg. De gemeente regelt vervoer en afvalzakken. De buschauffeur van Arriva verlegt spontaan de route om mensen naar het strand te brengen.

Op Ameland is Chris Bakker voor de tweede dag met zijn zoontje in touw, en tientallen vakantiegangers met hem. Kees Kroket zorgt voor broodjes.

Op het kantoor van de vissers in Harlingen rollen de ontheffingen binnen van het ministerie van LNV. Ze zijn om 14 uur aangevraagd en om 17 uur binnen. Dat gaat soepel.

Bij de Waddenvereniging staat de telefoon nog steeds roodgloeiend. Bij de autoriteiten is geen overzicht waar hulp nodig is. Via Twitter wordt @helpwad gelanceerd. De burgemeester van Terschelling roept die middag dat hij hulp voldoende heeft. Rederij Doeksen belt vrijwilligers af die een speciaal ‘opruimticket’ hebben geboekt.

Ellen Kuipers denkt aan haar handelingsperspectief. Ze belt nog een keer de autoriteiten. Tegelijk zoekt ze contact met de Veiligheidsregio, die ze te onzichtbaar vindt. Tegen vijven hoort ze dat er weer wordt opgeschaald. Hoe en wat blijft ongewis.

ZATERDAG 5 JANUARI

Om 8 uur ’s morgens loopt Richard Kiewiet op het strand van Ameland burgemeester Gerard van Klaveren tegen het lijf. Van Klaveren is in zijn vrije tijd aan het afval ruimen, samen met chef buitendienst Siprian de Jong.

Het gemeentelijke crisisteam komt iedere ochtend om 9 uur samen. Vandaag verwacht Ameland hoog bezoek. Van Klaveren verwelkomt Michèle Blom, de directeur-generaal van Rijkswaterstaat, en Bianca Janssen, directeur Rijksrederij bij Rijkswaterstaat. Minister Cora van Nieuwenhuizen is ziek.

Op Schiermonnikoog gaat commissaris Brok om tafel met eilandburgemeesters en vertegenwoordigers van onder meer Rijkswaterstaat en Defensie. Ze praten over stroomlijning van de hulp.

Brok slaat niet met de vuist op tafel. Daar is hij de man niet naar. Hij stelt vragen. De eilandburgemeesters begrijpen de boodschap; het is prachtig hoe de eilanden hun eigen boontjes doppen, maar ze moeten aandringen op opschaling naar GRIP-4 zodat de containerramp grootschalig en gestructureerd wordt aangepakt. GRIP-4 biedt hen extra hulp en ondersteuning.

Van Klaveren legt op Ameland de nood tot een betere afstemming op zijn beurt neer bij de beide Rijksdirecteuren. Hij wil dat het rijk de regie pakt. De burgemeester kan beide dames niet overtuigen. Ze rijden naar de geplaagde oostpunt. Die halen ze amper; directeur-generaal Blom is vrijwel continu aan het telefoneren.

Het Terschellinger gemeentebestuur heeft vandaag zijn nieuwjaarsreceptie met koffie en broodjes in E10. Iedereen is welkom, ook de tientallen vrijwilligers. Het wordt de drukstbezochte nieuwjaarsreceptie in jaren.

Op het vasteland trekken honderden mensen naar de kuststreek. Deels uit nieuwsgierigheid, deels om afval te ruimen. Deel de dijken toch op in stukken van 2 kilometer, denkt Ellen Kuipers. Maak voor ieder stuk een rayonhoofd verantwoordelijk. Dan hou je overzicht. Maar wie moet dat in vredesnaam regelen?

’s Avonds wordt ze gebeld door een bergingsbedrijf. De Afsluitdijk ligt vol met rommel. Het is er gevaarlijk; de keien zijn spekglad. Vanaf Zurich tot Kornwerderzand is het veilig maar vrijwilligers mogen absoluut niet verder komen. Anders komen er geheid brokken van.

foto: ANP

ZONDAG 6 JANUARI

CNN, Reuters en andere talloze andere mediabedrijven zoeken contact met de eilanden. De milieuramp in het Werelderfgoed trekt wereldwijde aandacht. De Veiligheidsregio gooit een aantal waarschuwende tweets op het internet. ‘De slibkwelders zijn moeilijk en gevaarlijk toegankelijk. Laat dat over aan de professionals.’ En: ‘Voor de opruimactie op de Afsluitdijk wordt sterk afgeraden om hier als vrijwilligers aan de slag te gaan. Het is voor vrijwilligers niet veilig. De aannemer van Rijkswaterstaat is bezig met opruimwerkzaamheden.’

De berger heeft vijftien volwassenen nodig voor een opruimklus op Simonszand. Hij doet een oproep op Twitter. Na een kwartier belt Rijkswaterstaat: de tweet moet eraf.

Vissers takelen hun opgeviste afval op de kaden van Harlingen en Lauwersoog. In Lauwersoog graaien dagjesmensen hebberig in de aangevoerde bigbags naar spullen van hun gading. Ieder toezicht ontbreekt. Ze trekken er krukjes uit en roze babybadjes.

De bigbags worden een voor een geleegd in een grote container. Kinderen klauteren vrijelijk over de bulten afval. Dan gaat het bijna mis. Een peuter dreigt in een container te worden vermorzeld onder de rotzooi. Het kindje wordt ternauwernood opgemerkt. Vissersvoorvrouw Barbara Holierhoek krijgt een paniekerig telefoontje uit Lauwersoog. Wie grijpt hier in? Ze weet het niet.

Lutz Jacobi springt uit haar vel. Ze rept van een ongecoördineerde, stroperige bende. Jacobi mist sturing, en dát bij een ramp in een Werelderfgoed. ,,Het ministerie moet zich doodschamen’’, roept ze.

MAANDAG 7 JANUARI

De kerstvakantie is voorbij. Ellen Kuipers krijgt bij de Veiligheidsregio contact met Saskia van den Broek, de gemeentesecretaris van Harlingen. Van den Broek is de operationeel leider van het ROT, het Regionaal Operatie Team dat binnen de Veiligheidsregio sinds de GRIP-2-situatie is geformeerd.

De burgemeesters vergaderen in Harlingen. Ze beseffen dat de ramp een lange nasleep krijgt en dat er veel moet gebeuren, zoals het indienen van een gezamenlijke schadeclaim die in de miljoenen euro’s loopt. Crone besluit op te schalen naar GRIP-4, de op een na hoogste alarmfase. Hij stelt Brok op de hoogte en verwittigt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in de persoon van staatssecretaris Stientje van Veldhoven, over de verhoogde staat van paraatheid. Ellen Kuipers heeft hoop. Met GRIP-4 komt het vast allemaal goed.

Richard Kiewiet gaat naar de nieuwjaarsreceptie van It Fryske Gea op het vasteland. Op de veerboot spreekt hij de baas van de boortoren die 3 kilometer uit de kust van Ameland staat. Daar liggen containers vlakbij. Eentje dreigt als eerste richting de Waddenzee te rollen. Het is nog steeds onduidelijk of daarin gif zit.

Zondag zijn langs de kust dode zeehonden gevonden. Dat betekent nieuw alarm bij de Waddenvereniging. Maar zonder kadaver geen doodsoorzaak. En waar zijn die zeehonden gebleven? Kuipers belt de piketambtenaar van Rijkswaterstaat. Hij weet het niet. Uiteindelijk ontdekt ze dat ze in Pieterburen moet zijn.

Daar, bij de zeehondencrèche in Noord-Groningen, heerst structuur. Het opvangcentrum zette na de containerramp direct een schoonmaakactie op touw (Opruimactie Wadden) en coördineert die. Helpers schrijven zich in via de website, zijn per e-mail te bereiken en kunnen à la minute gericht aan de kust worden ingezet.

DINSDAG 8 JANUARI

De voorspelde storm valt mee. Er spoelt weinig nieuwe waar aan. Vanwege de harde wind en het hoge water worden georganiseerde opruimacties afgeblazen. Vrijwilligers blijven veilig binnen.

De Waddenvereniging legt de wens tot vrijwilligersregie nogmaals neer bij ROT-leider Saskia van den Broek. De laatste meldt dat er morgen een vergadering is van het nu ingestelde Regionaal Beleids Team (RBT). Het verzoek komt daar op de agenda te staan.

WOENSDAG 9 JANUARI

Opnieuw is er telefonisch contact. Ditmaal met Ron Veenstra, beleidsmedewerker van de Veiligheidsregio. Op de speaker luisteren twee ambtenaren Bevolkingszorg van Heerenveen en Leeuwarden mee. Zij zijn ingevlogen om het RBT bij te staan en het agendapunt over de vrijwilligers uit te voeren.

Kuipers doet het hele verhaal opnieuw. Ze zegt dat het conceptplan voor de inzet van vrijwilligers klaarligt. Dat ze het schreef in opdracht van Rijkswaterstaat. Kuipers mailt het door en biedt hulp aan. Ze verwacht een telefoontje. Die avond blijft het stil.

DONDERDAG 10 JANUARI

Minister Cora van Nieuwenhuizen is opgeknapt en bezoekt Terschelling. In Harlingen haakt ze aan bij Ferd Crone en Lutz Jacobi. Crone looft het pragmatische optreden van die eerste dagen. Jacobi is uitermate kritisch. Door het ontbreken van regie hadden er nare ongelukken kunnen gebeuren. Mensen hadden kunnen wegzakken in de slikkige kwelders. Ze hadden hun benen kunnen breken op de gladde basaltblokken.

Van Nieuwenhuizen neemt het woord ‘ecologische ramp’ in de mond. Dat is winst. De minister kondigt onderzoeken aan naar de gezondheid van zeehonden en naar de gevolgen van (micro-)plastics voor het milieu. De berging van de containers staat op stapel. Rijkswaterstaat ziet daar strak op toe.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens haar werkbezoek aan Terschelling.

Van Nieuwenhuizen zegt trots te zijn op de vele vrijwilligersacties van de voorbije week. Ze wil geen conclusies trekken. Er wacht nog een Kamerdebat. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) komt met een rapport.

Veiligheidsregio Fryslân laat haar eigen optreden evalueren door een onafhankelijk bureau. De burgemeesters spreken af dat zij zich tot die tijd onthouden van ieder openlijk commentaar.

Colofon

Dit artikel is een productie van de Leeuwarder Courant.

Tekst: Saskia van Westhreenen en Ton van der Laan
Eindredactie: Alie Veenhuizen en Roel Snijder
Technische realisatie: Linda Zeggelaar
Gepubliceerd op: zaterdag 2 februari 2019

Kwaliteitsjournalistiek is niet gratis en heeft jouw steun nodig, zeker in tijden van teruglopende advertentie-inkomsten, gratis nieuwssites en nepnieuws. Je kan de Leeuwarder Courant steunen met een abonnement, op papier of digitaal. Hartelijk dank, Sander Warmerdam, hoofdredacteur Leeuwarder Courant

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.