Reconstructie van de afgeraffelde strafzaak en een onheus persbericht van de rechtbank Noord-Nederland

Vrouwe Justitia in de hal van de rechtbank in Groningen. Foto: DvhN

Er is enige ophef dan wel wat reuring ontstaan over een strafzaak, op 14 mei, in de rechtbank van Groningen. De zaak moest onder tijdsdruk worden afgeraffeld. Dat schreef ik. De rechtbank suggereert evenwel dat het proces correct is verlopen. Een reconstructie. Eerst de feiten. Daarna een mening.

Plaats van handeling: zittingszaal 11 van de rechtbank in Groningen.
Zittingszaal 11 is uitgerust met camera’s en grote beeldschermen om telehoren mogelijk te maken.

De meervoudige strafkamer buigt zich over de strafzaak van de 46-jarige B.D. uit Groningen. De man – in mijn verhaal heet hij Rahul (‘de betrouwbare’) – wordt verdacht van afpersing. Hij zit in voorlopige hechtenis en verblijft in De Marwei, de penitentiaire inrichting in Leeuwarden.

D. is in de rechtszaal aanwezig via een beeldverbinding. De verbinding is redelijk tot goed. Hij is verstaan- en zichtbaar. Advocaat Peter Schutte is in persoon aanwezig. In de zaal zitten ook het 16-jarige slachtoffer (de aangever) en zijn ouders. Er zijn twee rechtbankverslaggevers: schrijver dezes en Marjan Buring van het Algemeen Drents Persbureau dat werkt voor onder meer het ANP en RTVNoord.

De zaak begint iets na elf uur. De verdachte voelt zich bij aanvang niet senang en maakt daar een opmerking over.

De rechters gaan na de formaliteiten in gesprek met de verdachte die de klappen van de zweep kent. Hij is een ‘bekende van de politie’ en vaker veroordeeld. De behandeling van de feiten en het bespreken van de persoonlijke omstandigheden nemen ruim een uur in beslag. D. ontkent zich aan afpersing schuldig te hebben gemaakt.

Vervolgens is er aandacht voor het slachtoffer. Zijn ouders vertellen over de grote impact die de gebeurtenissen hebben op hun zoon. Bang. Nachtmerries. Ze eisen een bescheiden schadevergoeding: 185 euro.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord, voor het requisitoir. Zij zegt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, dat de verklaringen van de verdachte ongeloofwaardig zijn. ,,Niet het slachtoffer verdraait de boel, het is de verdachte die dat doet.” De eis: vijftien maanden gevangenisstraf.

De beeldverbinding is na ruim een uur nog steeds goed. De rechtbank heeft iets meer tijd bedongen dan de gebruikelijk toebedeelde 45 minuten.

Na het requisitoir krijgt advocaat Peter Schutte het woord, voor het pleidooi. Na een minuut of vijf wordt hij onderbroken door de voorzitter van de strafkamer. Zij heeft op haar beeldscherm de melding gekregen dat de verbinding over een minuut wordt verbroken. Ze vraagt de raadsman of hij zijn relaas wil afronden.

Die mededeling zorgt voor enige onrust, iets wat de verdachte niet ontgaat. Hij kan de rechters op zijn beeldscherm niet alleen horen, maar ook zien. Hij maakt er een opmerking over. D. zegt het gevoel te hebben dat zijn verdediging niet gaat zoals het hoort te gaan. Ook laat hij weten dat hij wel wil horen wat er verder in zijn zaak wordt gezegd. ,,Dat is belangrijk voor mij.”

De voorzitter reageert. Instemmend. Ze zegt dat ze dat begrijpt.

De aangekondigde laatste minuut duurt iets langer. Maar dan, terwijl de advocaat zijn pleidooi probeert af te ronden, is op de beeldschermen te zien dat de verdachte in gesprek is met iemand, dat hij gaat staan en vervolgens de ruimte verlaat. Het verbinding wordt beëindigd, het logo van rechtspraak.nl verschijnt.

Ik verstuur om 12.20 uur de onderstaande tweet:

De voorzitter stelt voor om even te schorsen en oppert dat er mogelijk een telefonische verbinding kan worden gelegd met De Marwei. Maar nadat ze dat heeft gezegd , rommelt de zitting nog even door.

De advocaat zegt nog iets, de officier van justitie maakt een opmerking. De voorzitter vraagt aan het slachtoffer en zijn ouders of zij nog iets willen zeggen. Dat willen ze en dat doen ze. Kort.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord, voor de tweede termijn. Zij zegt dat ze wel wil reageren en nog iets wil zeggen. Maar ze merkt ook op dat ze de verdachte duidelijk heeft horen zeggen dat hij wil meekrijgen als er nog iets naar voren wordt gebracht. En nu de verdachte er niet meer is, lijkt het mij beter – zegt de officier van justitie – het hierbij te laten.

De voorzitter geeft vervolgens het woord aan de advocaat. Die zegt dat hij niets heeft toe te voegen waarop de voorzitter de zaak sluit. Over twee weken uitspraak.

Ik denk: dit kan niet.

Waarom schorst de voorzitter niet zoals ze hardop had aangekondigd?
Hoe kan het dat de zitting is beëindigd?

Ik sta op en en kijk nog even vragend naar de rechters. Ik wil iets zeggen, maar doe dat niet. Ik ben een toeschouwer. Een verslaggever doet verslag en bemoeit zich nergens mee.

Op de gang buiten de rechtszaal zie ik een verbouwereerde advocaat Schutte. Hij is aan het bellen met zijn kantoor. Zegt, vraagt: ,,Zijn wij nou geschorst of is het afgelopen?”

Ik zeg: ,,De zitting is beëindigd.”
De advocaat: ,,Maar dat kan toch niet?”
Ik: ,,Er was niet eens een laatste woord.”
De advocaat: ,,Ik denk dat ik een klacht moet indienen, wat moet ik anders?”

Het was de allereerste meervoudige strafzaak van deze raadsman.

Ik ben niet de enige die vaststelt dat het laatste woord niet is gegeven. Collega Marjan Buring stuurt rond hetzelfde tijdstip deze tweet de wereld in met de tekst: ‘ Verdachte krijgt door tijdsdruk geen laatste woord, advocaat dient klacht in ’.

Op twitter komen veel reacties binnen, met name van verontwaardigde advocaten.

Ik duik de perskamer in en tik een eerste nieuwsbericht voor de website van Dagblad van het Noorden . De teneur van het bericht is dat de strafzaak na de opmerking van de voorzitter dat de verbinding zou worden verbroken, werd afgeraffeld en dat de verdachte niet het laatste woord kreeg.

In de loop van de middag bel ik met de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland, een afdeling waar de mensen die er werken doen wat ze kunnen. Het antwoord laat even op zich wachten. Aan het begin van de avond komt er een officiële reactie: de rechtbank betreurt het voorval en stelt een onderzoek in naar de toedracht.

De volgende dag – 15 mei – moet de afdeling communicatie laten weten dat er geen commentaar wordt gegeven zolang de zaak onder de rechter is. ,,Zolang er geen beslissing is genomen, kunnen we niks zeggen.”

De zaak krijgt hier en daar landelijke aandacht. Advocaten hekelen de regel dat beeldverbindingen tussen de rechtszaal en de penitentiaire inrichtingen (pi’s) in duur zijn beperkt. In deze zaak was extra tijd bedongen, maar ook dat bleek onvoldoende om te voorkomen dat de verdachte halverwege het proces werd teruggebracht naar zijn cel.

Zes dagen later blijkt dat de rechtbank de zaak gaat heropenen om de verdachte alsnog de mogelijkheid te geven gebruik te maken van zijn laatste woord. De rechtbank maakt deze openbare zitting niet wereldkundig.

Ik ben wel aanwezig.

Het gehavende proces krijgt met de heropening toch nog een eerlijk verloop. Verdachte D. wordt met een ‘boevenbus’ van Leeuwarden naar Groningen gereden en mag alsnog zijn laatste woord uitspreken.

Het loopt anders af. D. zegt dat hij zich overvallen voelt en wil aanhouding (uitstel) om zich goed te kunnen voorbereiden. De rechters voelen daar niet veel voor. De voorzitter merkt op: ‘We moeten het niet ingewikkelder maken dan het is.” Maar D. en zijn advocaat volharden.

De zaak wordt aangehouden. Het kan maanden duren alvorens de zaak voor alleen het laatste woord weer op zitting komt. Bij mijn weten is het nooit eerder voorgekomen dat een strafzaak wordt aangehouden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het laatste woord.

Het zijn rare tijden.

En dan komt er plots een persbericht van de Rechtbank Noord-Nederland, dat wordt gepubliceerd op Rechtspraak.nl . Ik lees het met enige verbazing.

Ik lees het bericht vlak voor het slapen gaan. En ik snap het niet. Ik slinger nog een tweet de wereld in.

Probeert de rechtbank hier iets recht te maken wat krom is?

Want hoezo pas na de zitting enige ophef in de media?
En hoezo ‘nadat de raadsman en de verdachte als laatste het woord hadden gevoerd…?

Alsof het in de media fout is gegaan en niet in de rechtszaal.

De rechtbank schetst een beeld dat het laatste woord wel is gegeven, maar dat hierover na afloop wat reuring is ontstaan. De rechtbank suggereert dat het proces correct is verlopen.

Het persbericht laat overigens onvermeld dat de zaak is aangehouden.

Ik geloof stellig dat de rechters, de betrokken rechters, deze zaak op een eerlijke wijze willen afdoen. Rechters in strafzaken zijn wel de laatsten die belang hebben bij beperkingen van een proces.

Waarom rechters die beperkingen accepteren begrijp ik niet. Juist in tijden van crisis – corona – dienen rechters de rug te rechten en dienen zij met de borst vooruit pal te staan voor de verworvenheden van de rechtstaat. Dan accepteer je geen beeldverbinding van 45 minuten (of ietsje langer) om een strafproces af te handelen.

En als het dan onder tijdsdruk fout gaat en er ongelukken gebeuren, stuur je als rechtbank geen persbericht de wereld in met onwaarheden.

De voorzitter had gewoon even moeten schorsen.

menu