Stockfoto van plasticafval in afvalzakken dat ligt te wachten totdat het door een vuilniswagen wordt opgehaald.

Serie 'Van het afval af': Recyclen top! Maar euh... wat maken we er eigenlijk van?

Stockfoto van plasticafval in afvalzakken dat ligt te wachten totdat het door een vuilniswagen wordt opgehaald. Foto: Jilmer Postma

Afval is geen afval meer. Nee, het is een grondstof. Maar wat maken wij er eigenlijk van?

We scheiden met ons allen tonnen afval per jaar: van papier tot plastic en elektronica. Waarom? Het is goed voor het milieu en we kunnen er allemaal nieuwe producten van maken. Goedkoper, duurzamer en grondstoffen zijn nu eenmaal eindig; winst aan alle kanten. Met al die gerecyclede grondstoffen moeten we haast wel omgeven zijn met producten die ooit afval waren. Een blik in het rond op de redactie in Winschoten en ik zou niet weten wat.

Het bureau? De zolen van de afgetrapte hardloopschoenen van een collega? ‘De kerstbomen misschien?’, oppert een collega. De kunstboom − die van ons heeft vlinders en bloemen in de takken − staat onder de trap gedrukt achter het oudpapier en de vuilnisbakken.

Tekentjes betekenen iets heel anders dan ik dacht

Een ander kijkt op een flesje handgel naast hem en wijst naar het symbooltje: twee pijltjes die om elkaar heendraaien, zodat ze een soort ‘yin en yang’-vorm hebben. Een korte zoektocht op het internet vertelt echter dat dit de ‘Groene Punt’ is. Het betekent dat de producent bijdraagt aan de kosten van het afvalscheiding- en recyclingsysteem. Ook de drie pijltjes die samen een driehoek vormen − het ‘kringloopsymbool’ − betekenen iets anders, simpelweg dat ze te recyclen zijn en niet dat het gerecyclede producten zijn.

Op een gerecycled product staat namelijk dat teken met daarnaast ‘recycled’ of datzelfde tekentje met binnen de driehoek een percentage dat aangeeft in hoeverre het product bestaat uit gerecyclede materialen. Maar daar moet dan wel écht een procentteken in staan, anders is het de code die aangeeft met wat voor type plastic het gemaakt is. Aan die kennis heeft een consument niet veel.

De kartonnen koffiekopjes dan? Ik duik nogmaals in de voorraadkast. Maar daarop zit een FSC-keurmerk: het is gemaakt van hout uit een verantwoord onderhouden woud. Je zou door de codes het bos haast niet meer zien. Een collega beziet mijn geklooi, vraagt wat ik aan het doen ben en zegt: ,,Ik denk dat je niet veel zult vinden.’’

‘Recyclen gaat om de hoeveelheid, niet om de gebruikswaarde’

Het is een ‘realistische inschatting’, zegt professor Grondstoffen en Recyclen aan de TU Delft Peter Rem. Volgens hem zien we niet veel gerecyclede spullen terug op mijn bureau, omdat van plasticafval veel spullen worden gemaakt die weinig economische en kwalitatieve grondstofwaarde hebben. Zoals bermpaaltjes en kunststof banken. ,,De nadruk is komen te liggen op de massa, niet op de gebruikswaarde.’’

Het is namelijk onwijs lastig na te gaan waar het afval precíes van is gemaakt en dat is wel belangrijk. Het plastic bakje van een kant-en-klaarmaaltijd kan allerlei andere chemische toevoegingen hebben dan de verpakking van een doosje druiven of boterhamzakjes. Door toevoegingen van stofjes om producten geschikt te maken voor het doel waarvoor ze dienen, zijn er honderden verschillende soorten plastic.

‘Ongedefinieerde plasticsoep’

Een producent van verpakkingen kan halverwege het proces zelfs besluiten om een andere stof met dezelfde werking te gebruiken als blijkt dat die goedkoper is, legt Rem uit. ,,Daardoor krijg je een ongedefinieerde soep.’’ Dat maakt het lastig om na te gaan wat er inzit en waarvoor je het kunt gebruiken.

Wanneer het hergebruikt zou worden, kunnen de verschillende materialen op elkaar gaan reageren, bijvoorbeeld door te verkleuren of te gaan ruiken. ,,Als je naar de totale plasticmarkt kijkt, dan moet 40 procent aan heel hoge eisen voldoen’’, zegt Rem. Bij plastic verpakkingen van etenswaren moet het absoluut vaststaan dat ze geen giftige stoffen lekken, bijvoorbeeld. ,,Het moet stevig zijn, beschermend en er mooi uitzien. Een bumper voor een auto moet ook echt een klap kunnen opvangen.’’

Kortom: hergebruik kan in veel gevallen niet, omdat schimmig is welke stoffen er bij de productie zijn gebruikt.

Eenvoudige producten nu de oplossing

Daarnaast moet een producent zeker weten hoe een type materiaal zal reageren tijdens het productieproces. Als iemand op grote schaal plastic emmers wil maken, moet vaststaan dat het vloeibaar genoeg is om in 3 seconden in een mal gegoten te worden en dat het ook goed uithardt. Als bepaalde moleculen met elkaar in contact komen, kan het bijvoorbeeld zijn dat het plastic minder snel verhardt of stroperiger wordt.

En dus gebruik je het voor een goedkoop en eenvoudig product waaraan weinig kwalitatieve eigenschappen hoeven te zitten, zoals een bermpaaltje. Het hoeft niet oersterk te zijn en ook niet stijlvol te worden afgewerkt, daarnaast zal het je niet vergiftigen. Het plastic moet je toch recyclen, dan maar zo, is de gedachte.

Soms leidt dat zelfs tot een negatieve waarde van het product, zoals de restanten die overblijven na het verbrandingsproces. De ‘steenvormige massa’ die overblijft heet ‘slakken’. Deze restanten worden veel gebruikt bij de aanleg van wegen. Om ze kwijt te raken aan een wegenbouwer, moet er soms geld betaald worden, zegt Rem.

Dat is anders dan hoe ik het mij voorstelde. Ik dacht dat een plastic bakje altijd weer een plastic bakje werd.

Recyclen moet anders?

,,In kilo’s is het waar, je recyclet’’, zegt Rem. Maar er als er bijvoorbeeld voor een euro aan grondstoffen het recycletraject ingaat en uiteindelijk blijft daar een waarde van 10 cent van over... ,,Ik vind de waarde van de grondstof eigenlijk belangrijker (dan de hoeveelheid materiaal, red.). Kilo’s zeggen eigenlijk niets. Als je een fiets voor 400 euro koopt, wil je dat die ook weer voor 400 euro materialen oplevert. Dat doe je door er een nieuw materiaal van te maken, zonder dat die een claim op de functionaliteit heeft.’’ Anders wordt de grondstof alsnog uit het productieproces gehaald.

Er wordt veel onderzoek en aandacht aan besteed, door machines beter te laten scheiden bijvoorbeeld. Binnen dat veld zijn volgens Rem twee hoofdstromen:

,,Je moet snel en goedkoop aan afvaldeeltjes kunnen zien wat er inzit aan metalen en plastic.’’ Met metalen kan dat bijvoorbeeld door een laser af te vuren op de deeltjes. Daardoor ontstaat een vlammetje ‘van een halve millimeter’. Aan de kleur ervan kan worden afgelezen wat er verbrand wordt.

Een andere techniek maakt gebruik van een razendsnelle camera die ‘flakes’, ofwel versnipperd afval, kan herkennen en sorteren. Rem onderzoekt en ontwikkelt deze methode zelf bij de TU Delft. De camera registreert 10.000 flakes per seconde, het systeem bedenkt dan bijvoorbeeld ‘die kan ik gebruiken voor een yoghurtbekertje’ en spuit er een piepklein druppeltje water op, waardoor die blijft kleven en zo gesorteerd kan worden.

Onderzoekers en ook producenten zetten door. Zo wordt er steeds meer toegewerkt naar een vorm van circulariteit waarbij afval niet langer wordt gebruikt om goedkope spullen mee te maken, maar ook gebruikt wordt voor hoogwaardige plastic producten.

Jammer, ik had gehoopt dat de spullen om mij heen enkele jaren terug nog afval waren. Dat de plastic troep die we weggooien weer naast mij terechtkwam. Gelukkig weten fabrikanten dat daar behoefte aan is: bij een grote witgoedwinkel pronkte vandaag heel groot op de doos: ‘55% recycled plastic’. We komen er wel.

menu