Rem op ‘oneerlijke' waterbelasting

Inwoners van de gemeenten Oldambt en Delfzijl hoeven in de toekomst niet langer meer voor hun drinkwater te betalen dan de andere klanten van het Waterbedrijf Groningen.

Inwoners van de gemeenten Oldambt en Delfzijl hoeven in de toekomst niet langer meer voor hun drinkwater te betalen dan de andere klanten van het Waterbedrijf Groningen.

Dat blijkt uit een brief van minister Ronald Plasterk aan de Tweede Kamer. Hij reageert daarmee op een eind vorig jaar door de Kamer aangenomen motie waarin wordt gevraagd de precariobelasting op waterleidingen af te schaffen.

De bewindsman komt in het voorjaar met een wetsvoorstel en schrijft dat vanaf 1 januari volgend jaar de tarieven voor deze heffing niet meer omhoog mogen. Ook mag het aantal gemeenten dat de heffing invoert niet verder toenemen. Tot slot moeten de gemeenten die de belasting nu wel hebben die in tien jaar afbouwen.

Oldambt en Delfzijl
In Groningen zijn de gemeente Oldambt en Delfzijl de enige die deze belasting hebben ingevoerd. De gemeente Vlagtwedde studeert nog op een mogelijke invoering van de precariobelasting. Landelijk kennen 49 gemeenten deze belasting, waaronder Rotterdam en Den Haag.

Oldambt haalt nu jaarlijks 430.000 euro op met de belasting op leidingen en buizen van het Waterbedrijf Groningen. In Delfzijl gaat het om 282.000 euro. Het waterbedrijf rekent de kosten door aan de gebruikers in beide gemeenten. Die zijn daardoor zo'n 25 euro per jaar meer kwijt voor hun drinkwater.

Waterbedrijf
Het Waterbedrijf Groningen is fel tegen de heffing. Die maakt drinkwater onnodig duur en raakt de klanten direct in hun portemonnee, zegt Marco Post van het drinkwaterbedrijf. ,,Bovendien krijgen klanten in Oldambt en Delfzijl geen lekkerder of beter water, hoewel ze wel meer betalen'', zegt zijn collega Tabitha Petter-Koers.

menu