Het Openbaar Ministerie heeft de strafeisen in een groot onderzoek naar hennepteelt in de stad en provincie Groningen flink naar beneden bijgesteld. De reden: de behandeling van de zaken door de rechtbank heeft veel te lang op zich laten wachten.

De verdachten werden in mei 2016 opgepakt, dinsdag stonden zeven van de dertien aangehouden verdachten voor de rechter. De hoofdverdachte, een 38-jarige man uit Groningen, zou volgens de officier van justitie eigenlijk een jaar celstraf moeten krijgen. Maar vanwege het tijdverloop is een onvoorwaardelijke celstraf niet langer op z’n plaats, vindt de officier justitie. De eis met korting: 240 uur en een boete van 20.000 euro.

Lagere straffen geëist

Ook tegen de andere verdachten werden lagere straffen geëist dan gebruikelijk: werkstraffen van 80 tot 240 uur. Vier verdachten, twee mannen en twee vrouwen, moeten als het aan het Openbaar Ministerie ligt daarnaast wel het geld inleveren dat ze zouden hebben verdiend: 7.000 tot 144.000 euro.

Bij aanvang van de zitting liet de officier van justitie weten dat de gang van zaken rond ,,deze stokoude zaak’’ allesbehalve fraai is. Het omvangrijke politieonderzoek leverde uiteindelijk een rommelig politiedossier op. Volgens de officier van justitie is dat een van reden dat de vervolging veel te lang heeft geduurd. Hij zei dat hij de schuld van het tijdsverloop niet wil afschuiven op de politie. ,,Want het Openbaar Ministerie is verantwoordlijk. Maar het moet wel worden benoemd.’’

Geen tuincentrum als Intratuin

Het onderzoek begon in 2014 na tips over een tuincentrum aan de Koningsweg in Groningen. Volgens de officier van justitie kwamen daar voornamelijk criminelen. ,,Het was geen tuincentrum als Intratuin, maar het was een growshop. Vanuit de shop werd de hennepteelt gefaciliteerd.’’

De 38-jarige eigenaar, een man uit Assen, zei dat hij geen producten verkocht aan klanten als hij het vermoeden had van hennepteelt. ,,Maar ik ging niet met de klanten mee naar huis om te controleren.’’ Volgens de officier van justitie was de man een katvanger. De 38-jarige Groninger zou in werkelijkheid de baas zijn.

Woningen van verdachten

Het onderzoek naar het tuincentrum leidde in mei 2016 tot een grote politieactie (175 agenten) waarbij in onder meer Groningen, Uithuizen en Hoogezand hennepkwekerijen werden ontmanteld in woningen van de verdachten.

Advocaten hielden de rechtbank voor dat de verdachten kleine vissen zijn. ,,Ze stapten in de hennepteelt omdat ze schulden hadden en ze hebben nog altijd schulden. De mensen die het grote geld hebben verdiend zitten hier niet.’’ Zes mensen die destijds wel werden aangehouden zijn niet vervolgd. Hun zaken werden geseponeerd.

Straffen dient hier geen doel

Advocaat Heiko Eckert, hij stond zowel de de hoofdverdachte als de vermeende katvanger bij, riep de rechtbank op te stoppen met dit soort oude zaken. ,,Straffen dient hier ook geen enkel doel. Om de strafrechtketen overeind te houden moeten we stoppen met dit soort oude hennepzaken.’’

Binnen het strafrecht wordt een periode van twee - tussen aanhouding en de rechtszaak - beschouwd als een redelijke termijn. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat een overschrijding van het termijn geen grote consequenties hoeft te hebben. Ook niet als het vijf jaar duurt. Met een strafkorting kan worden volstaan.

De rechtbank doet op 30 maart uitspraak.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Rechtbank