Dagje zomer in Groningen aflevering 4: Om en rondom Forum Groningen

Verslaggever Janna Zuiderveld - Stadjer van oorsprong - streek drie jaar geleden neer op het Friese platteland. Ze was samen met haar zoon even toerist in 'eigen' stad. Foto: DVHN

Een Drent, Fries of Groninger doet in de zomer al gauw eens even een Dagje Stad. Het Groninger Museum, de Grote Markt. Wij kijken net iets verder. Er tegenover of om de hoek. Aflevering 4: Forum Groningen.

Op het dak van het Forum vertel ik mijn zoon dat ik laatst met mijn man door de Onlanden fietste, de stad tegemoet. Toen we in de verte de Olle Grieze ontdekten, vroeg hij: ,,Heb je die ook gemist?’’ ,,Nee’’, antwoordde ik, ,,ik zie haar elke dag in de spiegel.’’

Groningen is en blijft De Stad

De Friezen noemen het om utens wanneer een Fries buiten zijn provincie woont. Voor zover ik weet hebben Groningers daar geen uitdrukking voor, of het moet stad oet zijn. Dat ben ik sinds drie jaar, als Stadjer neergestreken op het Friese platteland. En ja, soms mis ik de stad. Dan verlang ik naar de reuring, de gezelligheid, de winkels. Dat mag ook de levendigheid van Den Haag zijn of Utrecht, waar mijn zoon nu woont, maar Groningen is en blijft De Stad. De stad waar zijn en mijn wieg stond. En vandaag zijn we samen even terug. Hè, gezellig.

Eerst wat eten. We willen graag lunchen bij het nieuwe Stach, onderin het Forum, maar binnen zit het vol en buiten waait het te hard. Dus belanden we een paar meter verderop bij ’t Feithhuis. Op het terras, iets meer uit de wind. Even een tip voor Stach: schaf vrolijke, lichtgekleurde parasols aan (iets met huisstijlgeel?) en doe weg die sombere zwarte. Is de zon even weg en trekt de wind wat aan, dan ga je daar echt niet voor je lol onder zitten. loading

De buik gevuld gaan we eerst het Forum in. Op z’n Gronings: we vinden het best een mooi, imposant gebouw. Wat wil je, 45 meter hoog torent het boven alles uit. Nee, niet boven de Martini, met zijn 97 meter. Zoon en ik zijn onafhankelijk van elkaar al eens in het spectaculaire gebouw aan de Nieuwe Markt geweest, maar dat bomt niks. Je kunt er een gewoonte van maken, bij elk bezoek aan Groningen er even naartoe. Genoeg te zien en te beleven, al vinden we dat het binnen hier en daar wat knusser kan. En eromheen wat minder rommelig. Maar goed, die bouwhekken verdwijnen wel zodra foodcourt Merckt en The Market Hotel opengaan.

Gratis stadsgidsje met verborgen juweeltjes

Als plezierreiziger moeten we natuurlijk naar de VVV, op de begane grond van het Forum. Er ligt een handzaam gratis stadsgidsje klaar met ‘verborgen juweeltjes’. Mijn oog valt op Achterwerk, waar ze naast het gangbare ook veganistisch koken. Zit vlakbij het Forum aan de Oosterstraat, inderdaad ‘verborgen’ in een gang van het oude Willem Lodewijk Gymnasium. ,,Hee, wat leuk, Asbran staat er ook in’’, zegt zoon met een veelbetekenend lachje. De winkel verkoopt ‘verantwoord’ speelgoed van vooral hout. Mijn zoon liep er als klein jochie eens boos de zaak uit, omdat hij voor een vriendje per se een cadeautje van plastic wilde kopen.

Nu houdt hij een potje honing omhoog: Groning . Allerlei leuks en lekkers is er bij de VVV te koop. Sleutelhangers, rompertjes, onderzetters, wielershirts (eentje met de tekst ‘Altijd wind tegen’), drinkflesjes, de Martinitoren als kaars. We denken nog even na of we iets meenemen.

Want eerst gaan we omhoog met de roltrappen, beide wat hoogtevrezerig. Maar we gaan tot de top, uiteraard, naar het hoogste dakterras van Groningen. Het uitzicht is fenomenaal. Kijk daar moet Helpman ergens liggen, daar ben jij geboren. Zie daar, die meisjes op hun eigen dakterras, die zitten nooit meer onbekeken. Aangenaam verrast zijn we dat de dakbar van NOK open is. We bestellen een biertje en cassis en zetten ons op de harde houten banken. De kussens zijn misschien net in de was. loading

De toerist uithangen

De drukte neemt toe, het wordt tijd de stilte op te zoeken. ,,Ik word ook een dagje ouder’’, zegt zoon van 32 jaar met een dikke grijns. Via de Popkenstraat lopen we naar het heerlijk kalme Martinikerkhof. Al gauw hangen we al fotograferend echt de toerist uit. Mooie trapgevels aan de Walburgstraat, lollige bordjes, vergeten hoekjes. Het groen en de ruimte op het stadsplein voelen weldadig aan. Achter het raam van een van de fraaie oude huizen zit een bewoner heerlijk met het zonnetje op de rug een boek te lezen. Je zou zo met hem willen ruilen. Van het tafereel gaat een enorme rust uit.

Die bewaren wij ook als we verder sjouwen, onder de Gardepoort door langs uitbundig bloeiende stokrozen in de Turfstraat naar de Turfsingel. Daar wacht ons een openbaar stuk wild groen met groot hoefblad aan de waterkant. Bootjes varen erlangs in de Diepenring, terwijl wij linksaf richting de Prinsentuin lopen. Boven de ingang hangt de zonnewijzer, oorspronkelijk uit 1684, maar die werd volledig gerestaureerd in 1953 teruggeplaatst. Erop staat een fraaie tekst in het Latijn. Vertaald: ‘De verleden tijd is niets, de toekomende tijd onzeker, de tegenwoordige onstandvastig; zorg dat Gij dezen, die alleen de Uwe is, niet verliest’.

In alle rust smikkelen

Bij de kiosk bestellen we wat te drinken en trakteren we onszelf op wortel-walnotencake en lemon-curdcake. Hoe vaak zijn we immers samen op stap? Terwijl we in alle rust smikkelen (aanraders, die cakes, en lunchen kun je er ook) concluderen we dat dit toch een heel fijne plek in de stad is. Met een kunstwerk pal naast ons zitje op het gras, Zittende vrouw (1974) van Bastiaan de Groot. Zoon ‘naamgrapt’ als zogenaamd kunstkenner: ,,Dat schijnt een hele grote te zijn geweest.’’ Wel jammer, vindt hij, dat je in deze tuin geen biertje kunt krijgen.

Daarvoor zetten we ons even later aan een tafeltje op de Grote Markt. Mooi en uitnodigend kun je het terras niet noemen, maar hee, we zitten wel mooi op het belangrijkste plein in Stad. Zoon: ,,Fijn dat dat VVV-kantoor weg is.’’ Ik had ‘m nog niet eens gemist, beken ik. ,,Ik mis Groningen helemaal niet’’, bekent hij. Ik geloof hem nauwelijks. ,,Nou ja, het stappen misschien, dat kun je hier wel heel goed.’’

menu