Sonja Mulder.

Sonja Mulder uit Delfzijl werd 20 in 2020: 'Ik wil verhalen vertellen'

Sonja Mulder. Foto: Corné Sparidaens

In de rubriek 20 in 2020 vertellen jongeren die zijn geboren in het jaar 2000 over hun leven. Wat doen deze (bijna-)twintigers, wat houdt hen bezig en hoe zien zij de toekomst? Vandaag Sonja Mulder uit Delfzijl. Zij werd 20 op 14 mei.

,,Ik hou van verhalen, al sinds ik een meisje was. Ik vond het vroeger heerlijk om naar mijn opa te luisteren als hij vertelde over zijn jeugd en die van mijn oma, in de jaren dertig. En met mijn vader door Delfzijl te lopen terwijl hij aanwijst waar de kroeg was waar hij vroeger ging biljarten. Die verhalen over het dagelijks leven van vroeger boeien me. Ik kan soms lang naar oude foto’s kijken op de Beeldbank van de Groninger Archieven. Uit een soort nostalgie.

Allemaal rustig op onszelf

Daarom studeer ik sinds 2018 geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik vind alle tijdperken interessant, maar vooral de negentiende en begin twintigste eeuw, zo tot 1960. Ik woon op kamers in Groningen, leuk, met zes meiden in een huis, dat klinkt heel druk maar is het niet, we zijn allemaal lekker rustig op onszelf.

Ik was een leesmeisje, vroeger. Ik hield ervan om de andere kinderen dingen uit te leggen. Spreekbeurten: ik was er dol op. Mijn eerste spreekbeurt op de basisschool ging over de Jodenvervolging. Ik hou nog steeds veel van lezen en schrijven en ik weet nog niet zo goed wat ik later precies met mijn studie ga doen, ik zou wel voor de klas willen staan, misschien een master journalistiek volgen, maar geschiedenis past bij me.

Leven is op pauze gezet

Maar ik denk wel eens: ja… en nu? De coronatijd heeft het leven even op pauze gezet. Laatst had ik zomaar een fysiek college, dat gebeurt nu zo weinig dat ik mezelf echt moest waarschuwen dat ik erheen moest. Je raakt toch gewend aan een nieuw ritme. Ik verveel me niet, ik werk ook nog voor 30 uur in een supermarkt als caissière. In het begin van de coronatijd vond ik het wel eng hoor, ik dacht: o, daar gaan we. En het was ook wel stressvol in de supermarkt. Mensen waren zo boos. Wat ik wel niet naar mijn hoofd geslingerd kreeg, ik zal het niet herhalen. Dan vonden ze ons weer te streng, dan vonden ze ons weer niet streng genoeg. Ach, ik kan het allemaal wel naast me neerleggen, ik kan me wel aanpassen aan de realiteit. Maar er zijn wel momenten geweest dat ik daardoor minder zin had om naar het werk te gaan. We moeten het samen doen he? Dat is ook het mooie van corona.

Delfzijl voelt nog steeds als thuis

Ik ben geboren in Delfzijl, ik heb nog een zus en twee broers, ik ben de jongste. Ik kom uit een fijn, warm gezin. Van mijn moeder leer ik dat het geluk in kleine dingen zit, mijn vader leert me dat ik kansen moet pakken. Delfzijl voelt nog steeds als thuis. Daar woont mijn vriend, daar zijn mijn vriendinnen. Ik heb daar een grote vriendenclub bij de scouting, die voelt als een familie. Heerlijk met z’n allen op kamp, lekker lachen met elkaar, niemand kijkt op zijn telefoon, en dan voelt alles oké.

Bloemetjesjurktype op een yogamat

Ik zou mezelf vrolijk en enthousiast noemen, ik ben zo’n bloemetjesjurktype dat op een yogamat staat. Maar ik ben niet altijd vrolijk geweest. Op het gymnasium was ik een tijdlang depressief en angstig waardoor ik niet naar school kon. Dat was geen leuke tijd. Toch haalde ik mijn diploma met goeie cijfers zonder te blijven zitten. Mijn geschiedenisleraar zei toen tegen me: ‘Ik wist dat je het kon.’ Zo’n lerares zou ik ook wel willen zijn, later, zo’n lerares die je je altijd herinnert.

Soms had ik wel in de tijd van mijn ouders willen leven. Die warmte, die gezelligheid. Spelletjes doen aan tafel. Maar ik zie me al mijn vrienden bellen: ‘Joh, zullen we vanavond om zeven uur naar het café om te biljarten.’ Dat kan ik me toch niet goed voorstellen.

Ik wilde vroeger altijd emigreren. Hoe kwam ik erop. Zoals ik nu leef, past veel meer bij me: lekker zelfredzaam en stabiel, ik heb het voor elkaar en dat is fijn.’’

menu